Het lijkt een trieste traditie. In 2008 stond onze stad op de tweede plaats,
en het jaar ervoor op de eerste plaats. Burgemeester Van Gijzel meldde na de
bekendmaking in een persverklaring dat hij wel had verwacht dat Eindhoven
opnieuw op de eerste plaats zou eindigen. Hij wijt dat vooral aan het feit
dat Eindhoven in vergelijking met de vier andere grote steden veel minder
politie heeft, terwijl er evenveel criminaliteit is. Het onlangs genomen
besluit om het regionale politiekorps de komende drie jaar met 95 agenten
uit te breiden werd door de burgemeester met veel instemming begroet.
Ofschoon deze uitbreiding een goede zaak is, is het nog maar de vraag of dit
tot een daling van de criminaliteit zal leiden. Een groot deel van de
criminaliteit in Eindhoven wordt net als in andere grote steden veroorzaakt
door criminele jongeren, en dan met name jongeren van Antilliaanse of
Marokkaanse komaf. Volgens recente schattingen gaat het om pakweg 10.000
jongeren, verspreid over ons hele land, die om de haverklap in de fout gaan
en vaak hele wijken terroriseren. De problemen in Eindhovense wijken als
Genderdal, Rapenland, Vaartbroek en Mensfort, waar steeds meer buurtbewoners
vanwege de terreur van criminele jongeren niet de straat op durven, zijn een
teken aan de wand. Deze problemen los je niet op met méér politie. Meer
blauw op straat zal helpen en het moet ook zeker gebeuren, maar als dat niet
gepaard gaat met een andere aanpak van van criminele jongeren zal het een
moeilijke zaak blijven om de jeugdcriminaliteit terug te dringen.
De huidige aanpak is door de bank genomen een consensus-aanpak waarbij de
wetgever er vanuit gaat dat crimineeltjes als je maar lang genoeg op hen in
praat vanzelf weer op het rechte pad komen. Niets is minder waar. Deze
crimineeltjes beschouwen praten en overleggen als een zwaktebod en hebben
maling aan deze uit de jaren zestig van de vorige eeuw stammende aanpak.
Sterker, en masse weigeren ze elke soort van interventie om hun leven weer
op de rails te krijgen. Ze willen niet en het loont niet op de korte termijn.
De aanpak van deze criminele jongeren vraagt om een nieuw concept waarbij ze
hinderlijk worden gevolgd, dag in dag uit op de huid worden gezeten en in
keurslijven worden geperst. En dan niet alleen de crimineeltjes maar ook hun
ouders die medeverantwoordelijk zijn voor hun criminele gedrag – zeker als
het om jeugdige tieners gaat. Voor zo'n aanpak zijn politiemensen niet
opgeleid, en ze hebben er ook geen tijd voor.
Eindhoven zou een speciaal, uit politie-, justitie- en welzijnswerkers
bestaand team moeten oprichten dat zich blijvend op de bestrijding van de
jeugdcriminaliteit richt. Dit is temeer noodzakelijk omdat de crimineeltjes
op steeds jeugdiger leeftijd de fout ingaan. Was de gemiddelde leeftijd van
jeugdige delinquenten een aantal jaren geleden 16-18 jaar, nu is het
gemiddelde 14-15 jaar. En alles wijst erop dat de gemiddelde leeftijd de
komende jaren verder omlaag zal gaan. Het aantal crimineeltjes van twaalf
tot dertien jaar neemt fors toe.
Daar komt nog bij dat ook het geweld steeds harder wordt. Slachtoffers worden
vaker in elkaar geslagen en ook het zinloos geweld neemt toe. De jongeren
begeven zich ook meer op het terrein van georganiseerde drugshandel en
(woning)overvallen.
De door deze crimineeltjes veroorzaakte overlast en criminaliteit vraagt om
een aanpak waarbij probleemwijken worden opgezocht, criminele jongeren op
hun criminele gedrag worden aangesproken, ouders met het criminele gedrag
van hun kinderen worden geconfronteerd, en als het misgaat een een lik op
stuk beleid wordt gevolgd waarbij hard wordt gestraft. Zo'n stap klinkt
wellicht drastisch maar de steeds harder wordende jeugdcriminaliteit vraagt
om drastische maatregelen. Lankmoedigheid en begrip zijn bij deze aanpak
geen wapens meer. De enige remedie is keihard aanpakken: straffen,
geldboetes opleggen, verplichte tewerkstelling in speciale werkplaatsen,
opvoedingsinternaten waar ze een opleiding krijgen en indien nodig ook de
ouders of ouder financieel aanpakken.
De Marokkaanse en Antilliaanse gemeenschap moet hierbij een actieve rol gaan
spelen. Juist hier is de expertise aanwezig om criminele jongeren
vroegtijdig in kaart te brengen en te corrigeren. En dan heb ik niet alleen
over de ouders maar ook om de informele leiders in deze gemeenschappen die
ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Alleen met zo'n gezamenlijke
aanpak kan een einde worden gemaakt aan de jeugdcriminaliteit. De politie
speelt hierbij een belangrijke rol, maar ze kan het niet alleen.
De auteur is lid van de Eindhovense gemeenteraad voor het CDA.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties















