Bij beschouwingen over de ruimtelijke economie van Nederland zijn achterhaalde beelden hardnekkig en bijna onuitroeibaar. Dat bleek onlangs weer bij de presentatie van de scenariostudie The Netherlands of 2040 van het Centraal Planbureau.
Ook daar spitste de discussie zich toe op de Randstad, het gebied waarvan
Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag de hoekpunten vormen. Edward
Glaeser, bekende hoogleraar stedelijke economie aan de Harvard University,
verklaarde dat de Randstad 'zeker kan uitgroeien tot een metropool'.
De fixatie op de Randstad gaat volkomen voorbij aan de vooraanstaande plaats
die de Noord-Brabantse stedelijke regio's, en dan vooral Brainport
Eindhoven, inmiddels hebben ingenomen. Een paar cijfers. Noord-Brabant heeft
een aandeel van 25 procent in de Nederlandse export. Noord-Holland en
Zuid-Holland hebben elk beide een aandeel van 21 procent. De helft van de
economische groei in Nederland komt inmiddels uit kennisinvesteringen. Een
indicator voor de ontwikkeling van de kenniseconomie vormen private research &
development-activiteiten (onderzoek en ontwikkeling). De regio Eindhoven
heeft daarvan met een aandeel van 36 procent (circa 2 miljard euro per jaar)
in Nederland de grootste concentratie. Na Amsterdam is Eindhoven uitgegroeid
tot de tweede economie van ons land. Als wij kijken naar stedelijke regio's
met economische groeikracht, wordt de A2-zone (Amsterdam, Utrecht, Den
Bosch, Eindhoven) steeds relevanter. Vastgoedprijzen en demografische
ontwikkelingen weerspiegelen deze verschuiving.
Hoewel het ministerie van Economische Zaken eerder dit jaar de positie van
Eindhoven erkende, blijft vooral in het domein van de ruimtelijke ordening
en in kaartbeelden – en daarmee in het beeld van de mensen – de achterhaalde
suprematie van de Randstad maar hangen. Zo bracht de minister van Vrom vorig
jaar nog een Structuurvisie voor de Randstad uit. Daarnaast bestaat het
programma Randstad Urgent dat tot doel heeft besluitvorming over publieke
investeringen te versnellen. Ook bestuurlijke structuurdiscussies gaan vaak
over bestuurlijke drukte en samenhang in de Randstad. Daarbij past de
kanttekening dat de noordvleugel en de zuidvleugel steeds minder met elkaar
lijken te hebben, zeker in politiek-bestuurlijk opzicht.
Hoe schadelijk is dit alles, als men weet dat economische
investeringsbeslissingen toch hun eigen weg zoeken, los van
beleidsdocumenten? De relevantie is er wel degelijk voor het ruimtelijk
beleid waarin de overheid – terecht – een grote vinger in de pap heeft, voor
investeringen in infrastructuur, voor prioritering van overheidsgelden voor
publieke r&d en hoger onderwijs. Het officiële motto van het ruimtelijk
economisch beleid luidt: maak het sterke sterker. Wie dat serieus neemt
tekent de kaart van Nederland voortaan anders.
-
Prof. mr. Friso de Zeeuw is praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de
TU Delft en directeur Nieuwe Markten Bouwfonds Ontwikkeling.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties















