De pensioenkogel is door de kerk. Minister Donner en De Nederlandsche Bank hebben laten weten dat pensioenfondsen die geen alternatieven kunnen vinden om het herstel binnen de afgesproken termijn te realiseren, moeten gaan korten op de pensioenuitkeringen.
De verontwaardigde reacties laten zien hoe sterk de irrationele mechanismen
van de mens kunnen zijn. Mensen gaan vaak om met informatie op een manier
die in hun eigen kraam te pas komt. Slecht nieuws willen ze dan niet horen.
Dat geldt trouwens niet alleen voor de man in de straat. Waar twee maanden
geleden de Tweede Kamer DNB-president Wellink nog bijna weg wilde sturen
omdat hij niet op tijd zou hebben ingegrepen in het bankwezen, keerde
diezelfde Tweede Kamer nu terug van reces omdat Donner en DNB met het
aangekondigde afstempelen te snel zouden ingrijpen.
Er is ook kritiek op het feit dat DNB zich aan de wet houdt en dus zwijgplicht
heeft over welke fondsen het gaat. Niets menselijks is ook Tweede Kamerleden
vreemd.
Waarom eigenlijk nu pas de commotie, terwijl de koopkracht van de huidige en
toekomstige pensioenen al langer wordt aangetast? Vanwege de slechte
situatie waarin de pensioenfondsen verkeren, wordt er immers geen of een
onvolledige indexatie gegeven.
Dat heeft te maken met een verschijnsel dat gedragseconomen 'geldillusie'
noemen: als ons inkomen in euro's daalt, vinden we dat veel erger dan
wanneer ons inkomen de inflatie niet bijhoudt, hoewel dat net zo goed de
koopkracht doet afnemen. En niet zo'n beetje: één jaar geen indexatie van
het pensioen dat iemand opbouwt blijft door inflatie op inflatie de
pensioendeelnemer achtervolgen en leidt op den duur tot een aanzienlijk
lager pensioen.
Dat hij dat niet onder ogen ziet komt alweer door het niet willen horen van
slecht nieuws, maar ook door wat gedragseconomen de 'present-bias' noemen:
we schuiven toekomstige ellende onder tafel, willen er niet over horen en
zijn bovendien over-optimistisch over onze eigen situatie.
Bankiers worden bekritiseerd omdat ze risico's niet onder ogen zagen. Maar wie
nu verontwaardigd is over het zogeheten afstempelen van pensioenen doet
precies hetzelfde: het risico dat het slecht blijft gaan en het risico dat
de rente laag blijft niet onder ogen willen zien, en met wishful thinking –
de beurskoersen gaan vast wel weer snel stijgen! – de problemen naar de
toekomst schuiven.
Sterker nog: wie niet wil afstempelen, kiest er voor de risico's steeds groter
te maken. Door meer uit te geven dan er is, wordt het tekort snel groter en
wordt het herstel (zelfs als de rente stijgt en de beleggingen het weer
beter doen) steeds moeilijker.
Solidariteit – zo'n veelgeprezen kenmerk van ons pensioensysteem – vereist dat
ook de huidige gepensioneerden meedelen in de ellende, die overigens niet
alleen door de crisis is veroorzaakt. Huidige gepensioneerden worden nu
gepresenteerd als de slachtoffers van de crisis. Maar jarenlang zijn er te
lage pensioenpremies betaald. Toen het de fondsen goed ging, waren er zelfs
'premievakanties': jaren waarin werknemers pensioen opbouwden zonder dat ze
premies hoefden te betalen. Ook dat was risico nemen, de ogen sluiten voor
de voorspelbare realiteit en de rekening naar de toekomst schuiven.
Wellicht is dat de individuele gepensioneerde niet aan te rekenen: wist hij of
zij veel. Ze werden ook om de tuin geleid door termen als nominale garantie,
een betekenisloze term, want een garantie op een inkomen in euro's zegt
niets over een koopkrachtgarantie – en dát is waar het omgaat bij het
pensioeninkomen.
De crisis legt van alles bloot. Zowel over ons pensioenstelsel als over hoe de
mens in elkaar zit. Een pensioenstelsel zou gebaseerd moeten zijn op 'hope
for the best, prepare for the worst'. Afstempelen hoort daarbij.
Henriëtte Prast is hoogleraar Persoonlijke Financiële Planning (Universiteit
van Tilburg) en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties















