Er blijven nog 50.000 militairen achter die tot taak hebben de Irakese
strijdkrachten op te leiden en logistiek te steunen.
Dat is nog geen derde van het maximum aantal dat de afgelopen zeven jaar in
Irak was. Het is de bedoeling dat ook deze 50.000 militairen voor eind 2011
vertrekken. Daarna staat de Irakese regering er alleen voor.
De terugtrekking van de laatste gevechtseenheden geeft aanleiding de
Amerikaanse inval in Irak van 2003 te evalueren. Formeel was het de
bedoeling massavernietigingswapens, zoals nucleaire en chemische wapens, op
te sporen en te vernietigen. Met de veronderstelde aanwezigheid van deze
wapens mobiliseerde president Bush de Amerikaanse publieke opinie voor de
aanval op het land van dictator Saddam Hoessein. Toen die wapens er niet
bleken te zijn, de oorlog zich almaar voortsleepte en de kosten in de vorm
van gesneuvelden, gewonden en geld steeds hoger werden, keerde dat motief
voor de oorlog zich als een boemerang tegen hem en zijn Britse bondgenoot
Tony Blair.
Bush had nog een andere bedoeling met Irak: hij wilde van het land een op
westerse leest geschoeid rolmodel maken voor het hele Midden-Oosten. Het
voorbeeld van dit gedroomde Irak zou de vastgeroeste verhoudingen in
conservatieve landen als Saoedi- Arabië en Egypte los schudden en die
samenlevingen rijp maken voor individuele vrijheid, markteconomie,
transparantie en democratie.
Het ging anders. Weliswaar werd Saddam Hoessein verwijderd, maar de Irakezen
zijn met de politieke verdeeldheid die daarvoor in de plaats kwam weinig
opgeschoten. Een burgeroorlog tussen Sjiieten, Soennieten en Koerden behoort
nog altijd tot de reële mogelijkheden. De niet of gebrekkig functionerende
democratie in Irak is voor het Midden-Oosten eerder een schrikbeeld dan een
wenkend perspectief.
Het beoogde democratische model moest ook de sleutel vormen voor de oplossing
van het almaar voortdurende Israëlisch-Palestijns conflict. Maar de
opponenten staan nog altijd onverzoenlijk tegenover elkaar en dat belast de
verhouding tussen de Arabieren en de moslimwereld enerzijds en het Westen
anderzijds.
Natuurlijk wilden de Amerikanen met de inval in Irak ook hun strategische
positie verbeteren en zo meer greep krijgen op de olie in het Midden-Oosten.
Ook in dat opzicht is het doel niet bereikt. Niet alleen in het
Midden-Oosten en de hele moslimwereld is de afkeer tegen de VS de afgelopen
jaren toegenomen, ook ver daar buiten. Macht komt niet alleen uit de loop
van een geweer, maar is evenzeer gebaseerd op goede wil en respect. De
Chinese generaal en strateeg Sun Tzu, die ongeveer 25 eeuwen geleden leefde,
heeft gezegd dat wie zowel zijn vijand als zichzelf kent, in honderd
veldslagen honderd keer zal overwinnen. De Amerikanen kenden in ieder geval
hun tegenstander niet. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zij met de
aanval op Irak niet alleen vrijwel niets hebben bereikt, maar dat hun
positie in Irak, het Midden- Oosten en de rest van de wereld verzwakt is.
Democratie is nu eenmaal geen exportartikel, evenmin als westerse waarden
die wij 'universele waarden' noemen maar die dat in werkelijkheid niet zijn.
Niet alleen de VS, ook Nederland doet er wijs aan zich tweemaal te bedenken
alvorens in een land met een totaal andere cultuur te interveniëren met wat
wij eufemistisch 'vredesoperaties' noemen. Binnen de kortste keren wordt de
bevrijder of vredestichter de vijand, wordt de oplosser van het probleem
zelf het probleem en veranderen bij de te hulp geschoten bevolking hoop en
welwillendheid in teleurstelling en haat. Wij kunnen het westerse model
beter voorleven dan afdwingen.
-
De auteur is generaal-majoor b.d.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




















