Een belangrijke aanbeveling die het Verwey Jonker Instituut doet is dat Wajongers beter begeleid moeten worden. Ik vind dat een verkeerde aanbeveling. Daarmee wordt namelijk het vooroordeel bevestigd waar je als mens met een verstandelijke, psychische of lichamelijke handicap steeds weer mee te maken krijgt. Dat vooroordeel is dat je vrijwel constant begeleiding nodig hebt.
Het Verwey Jonker Instituut doet nog een aanbeveling. Om te zorgen dat Wajongers blijven werken, is er op de werkvloer een cultuuromslag nodig. Daar ben ik het absoluut mee eens. Iemand met een handicap kan niet werken in een bedrijf waar ze raar doen over handicaps of waar ze geen rekening willen houden met handicaps.
Zou het een beetje raar zijn om te beweren dat werknemers met een handicap niet anders zijn dan andere werknemers? Iemand met een verstandelijke of psychische handicap heeft soms iemand nodig die even meekijkt hoe iets het beste kan worden aangepakt. En iemand met een lichamelijke handicap kan hulp nodig hebben bij het naar de wc gaan of bij andere fysieke handelingen. Dat is natuurlijk op het werk ook nodig.
Je kunt dat begeleiding noemen, maar in de publieke opinie is dat woord de laatste jaren uit zijn verband gerukt, waardoor het een negatieve bijklank heeft gekregen. Als iemand met mij naar de schouwburg of bioscoop gaat, wordt hij of zij vaak mijn begeleider genoemd. Alleen maar omdat ik toevallig in een rolstoel zit. Doordat er op die manier over mensen met een handicap wordt gepraat ontstaat het idee dat zij constant iemand bij zich moeten hebben die hen helpt of op ze past. Van dat beeld moeten we af, want dat is gewoon niet waar.
Het is bovendien niet erg slim om werkgevers dat beeld voor te houden. Welke werkgever wil nou iemand in dienst nemen die steeds begeleid moeten worden? Een werkgever wil werknemers die iets voor elkaar krijgen, die iets presteren en die iets toevoegen aan het bedrijf. Veel mensen met een handicap hebben in dat opzicht veel te bieden. Als je dat benadrukt maak je het veel aantrekkelijker om een werknemer met een handicap in dienst te nemen. Als dan af en toe wat hulp nodig is zal geen werkgever daar moeilijk over doen.
Dát is nou precies de cultuuromslag die nodig is: dat er door de werkgever en door collega's niet moeilijk wordt gedaan over de hulp die nodig is om werknemers met een handicap optimaal te laten functioneren. Op die hulp moet niet worden beknibbeld, maar het moet ook niet worden overdreven. Daarom had het Verwey Jonker Instituut niet meer begeleiding moeten aanbevelen maar passende en vanzelfsprekende hulp. Het zijn maar woordjes, maar woordjes kunnen veel verschil maken.
En dat er een cultuuromslag nodig is, is logisch. Als er vrouwen komen werken in een bedrijf waar altijd alleen maar mannen hebben gewerkt of allochtonen in een bedrijf waar voorheen enkel autochtonen werkten, zal er ook iets aan de bedrijfscultuur moeten veranderen. Dat is nu eenmaal zo als je een ander slag mensen een goede plaats op de arbeidsmarkt wil geven en het heeft dus niets met Wajongers of handicaps te maken.
Mijn aanbeveling is dus: doe niet steeds zo moeilijk over handicaps, gebruik geen beladen woorden en kijk eens hoe het ging toen vrouwen of allochtonen voor het eerst op de arbeidsmarkt kwamen.
-
De auteur woont in Eindhoven en is onderzoeker en publicist op het gebied van gehandicaptenemancipatie.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties















