Nu, ruim anderhalf jaar later, bloeit ASML als nooit tevoren. Voor ASML sneed
het mes aan twee kanten. Enerzijds bespaarde het bedrijf kosten waardoor de
noodzakelijke investeringen in R&D op peil gehouden kon worden.
Anderzijds kon het bedrijf veel werknemers in dienst houden waarvan het bij
de opgang van de economie de vruchten plukte. Had het bedrijf in het vast
personeelsbestand moeten snijden, dan had het nu niet aan de exploderende
vraag kunnen voldoen en was het honderden miljoenen omzet misgelopen.
Veel bedrijven, met name in het relatief conjunctuurgevoelige zuidoosten van
het land, hebben het voorbeeld van ASML gevolgd en gebruik gemaakt van
arbeidstijdverkorting en/of deeltijd-WW. Slechts een klein aantal van die
bedrijven heeft zich – naar nu blijkt – genoodzaakt gezien alsnog gedwongen
afscheid te nemen van medewerkers. Critici beweerden bij de instelling van
de regeling dat de maatregel tot gevolg zou hebben dat weinig levensvatbare
bedrijven kunstmatig overeind zouden worden gehouden. Zij kunnen wat mij
betreft niks anders doen dan ruimhartig hun ongelijk erkennen.
Toegegeven, de regeling was nogal bureaucratisch en niet geheel toegesneden op
bedrijven – vooral toeleveranciers – die al eerder de effecten van de crisis
ondervonden. Door hun relatieve omzetverlies, het belangrijkste criterium,
kwalificeerden zij zich niet voor de regeling. Maar toch, per saldo heeft de
regeling een zeer belangrijke bijdrage geleverd aan het behoud van
industriële capaciteit in Nederland.
De vraag, die van groot belang is voor de toekomst van de industrie in
Nederland, is welke lessen de politiek trekt uit de crisis. Eén van die
lessen zou moeten zijn om de deeltijd-WW structureel te regelen. Onze
welvaart danken wij voor een groot deel aan de export, waarvan de industrie
het overgrote deel voor haar rekening neemt. Wij exporteren vooral naar ons
omringende landen. Onze politici moeten zich er terdege van bewust zijn dat
in een aantal van die landen, Duitsland voorop, deeltijd-WW (Kurzarbeit)
structureel geregeld is. Om concurrerend te kunnen blijven zullen we zeker
op dit vlak een gelijk speelveld dienen te creëren. Het investeringsklimaat
wordt erdoor bevorderd, omdat het bedrijven mogelijkheden biedt om ook
economisch moeilijke periodes door te komen.
Industrie- en innovatiebeleid, waar het overigens aan ontbreekt in Nederland,
vereist een visie en lange adem. Met honderd procent zekerheid durf ik te
voorspellen dat we wel weer een crisis gaan meemaken. Door de deeltijd-WW
structureel te regelen voorkom je dat crisismaatregelen afhankelijk zijn van
de kleur van een kabinet. Het is economisch volstrekt onverantwoord
werkgevers en werknemers in het ongewisse te laten.
Tot slot een enkele opmerking over onze kenniseconomie en het
arbeidsmarktbeleid. In Nederland willen we maar niet beseffen dat we een
industrieland zijn en dat onze welvaart nauw met onze industrie verbonden
is. We moeten af van de associatie dat industrie 'smerig, zwaar en vuil
werk' inhoudt. Het overgrote deel van onze private R&D-investeringen is
nauw verwant aan de industrie. En zonder industrie droogt onze
kennisproductie op. Kennis en kunde, en daarmee ook de onderzoeker en de
ambachtsman, gaan hand in hand. Met het structureel regelen van deeltijd-WW,
naast een kenniswerkersregeling, bewijzen we ook de kenniseconomie een
dienst. Als het ministerie van Economische Zaken in Eindhoven gevestigd zou
zijn was deze opmerking een open deur.
Waar Eindhoven, ASML en ieder ander geen oplossing voor heeft kunnen vinden is
de positie van uitzendkrachten en andere flexkrachten. Zij zijn de echte
slachtoffers van de crisis geworden. Ook de deeltijd-WW heeft de
verdergaande tweedeling op de arbeidsmarkt niet kunnen voorkomen. De
flexwerkers verdienen beter. Daarom moeten we de deeltijd- WW niet alleen
structureel regelen, maar ook waterdicht maken.
De auteur is onderhandelaar van FNV Bondgenoten bij Philips, Océ, ASML en NXP.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties















