Regio's worden zich er steeds meer van bewust dat zij niet alleen kunnen leunen en vertrouwen op de nationale overheid als hoeder van het algemeen belang. De recente economische crisis en de bijkomende bezuinigingen zullen als gevolg hebben dat de overheid zeker in financieel opzicht minder armslag kent.
De regionale schaal heeft ook een aantal in het oog springende voordelen. In de eerste plaats kent een regio in de regel meer dan één sector, waardoor het makkelijker is om mensen van werk naar werk te geleiden als binnen een bepaalde sector de vraag naar arbeid terugvalt. Ten tweede kent de regio een grotere schaal dan die van een enkele gemeente, waardoor de scope van arbeidsmarktmogelijkheden en kansen voor bedrijven en mensen groter is. Mensen ontlenen bovendien hun identiteit sterk aan de regio waarin ze wonen en vaak ook zijn opgegroeid. Ten slotte biedt het regionale bestuursniveau uitstekende mogelijkheden om de relatie tussen burgers, bedrijven en bestuur te verbeteren en zowel in politiek, economisch als sociaal opzicht tot een harmonieuze én innovatieve ontwikkeling te komen.
Innovatie is het sleutelwoord.
Regio's zullen uit welbegrepen eigenbelang een snelle en adequate respons moeten formuleren op de grote uitdagingen die zich aandienen. Die innovatie heeft twee kanten. In de eerste plaats is het van levensbelang dat een regio zich bewust is van haar speerpuntactiviteiten en -sectoren. De strategische ontwikkeling en vernieuwing van die producten en diensten in relatie tot de nationale en wereldmarkt is essentieel. In de tweede plaats – en dat is een vorm van sociale innovatie – moet in de regio optimaal worden samengewerkt en gecoördineerd. Er is behoefte aan een zichtbare hand. Vertrouwen en goede samenwerking tussen de zogenoemde drie o's is onontbeerlijk: ondernemingen, onderwijs- en kennisinstellingen en (lokale) overheden. Deze samenwerkingsconstructie wordt tegenwoordig aangeduid als de 'triple helix'. Het gaat om een gezamenlijke inspanning om zowel het ondernemingspotentieel als het menselijk talent in de regio te stimuleren en te faciliteren.
Voor elke regio, en zeker voor Zuidoost-Brabant, geldt dat de speerpuntsectoren en -bedrijven moeten kunnen blijven beschikken over het juiste aantal werknemers met de juiste vaardigheden en kwalificaties op het juiste moment. Slechts dan kan de concurrentieslag worden aangegaan en slechts dan kan de regionale beroepsbevolking werkzekerheid worden geboden: de zekerheid om aan het werk te komen, aan het werk te blijven en je te ontwikkelen op de arbeidsmarkt, maar niet per se in dezelfde functie bij dezelfde werkgever.
Vanuit ons onderzoek naar het functioneren van innovatieregio's is het goed mogelijk om de Brainport-regio te typeren in het licht van de hierboven beschreven voorwaarden. Brainport, met zijn hoogwaardige sectoren – food, hightech, automotive, life sciences en design – bevindt zich, in voetbaltermen, niet alleen in de top van de Nederlandse eredivisie, maar speelt Europa League.
Dat geldt niet alleen voor de technologische kant van innovatie maar ook voor de sociale en organisatorische kant. Er zijn voldoende cijfers te geven die deze conclusie ondersteunen. Bijvoorbeeld dat in de Brainport-regio het bruto binnenlands product 25.000 euro per inwoner bedraagt. Dit is ver boven het landelijke en Europese gemiddelde. Ook tijdens de crisis heeft de Brainport-samenwerking bewezen succesvol te zijn, getuige de speciale kenniswerkersregeling die heeft geresulteerd in het behoud van banen en kennis in de regio.
Wij nemen waar, dat niet iedereen in de regio zich deze unieke positie realiseert. Misschien heeft dit te maken met de bescheiden Brabantse mentaliteit. Gebeurt dit hier bij ons, in Brabant? Ja dus.
De landelijke overheid heeft de kracht en de potentie van Brainport intussen erkend en steunt de Brainport 2020 agenda. Er kan dus een volgende sprong worden gemaakt, vanuit de ambitie om een toptechnologie-pregio van wereldklasse te worden.
Wij hebben op basis van ons onderzoek een tiental geboden voor succesvolle regionale coördinatie opgesteld. We noemen er hier twee. Het eerste gebod luidt dat in alle activiteiten bedrijven centraal moeten staan en zich als probleemeigenaar moeten beschouwen. Het tweede gebod luidt dat er geen licht mag ontstaan tussen verschillende overheidsorganen onderling en bestaande arbeidsmarktorganisaties; transparantie en elkaar vertrouwen is cruciaal!
Ons advies komt er aldus op neer dat Brainport het aan zijn stand verplicht is om, net als in het voetbal, de hersenen erbij te houden en te zorgen dat alle neuzen dezelfde kant op blijven wijzen.
-
Ton Wilthagen en René Voogt zijn respectievelijk hoogleraar en research manager bij onderzoeksinstituut ReflecT van de Universiteit van Tilburg.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties














