Minister Marja van Bijsterveldt heeft een punt met haar plannen voor passend onderwijs.foto Valerie Kuypers/ANP
Zo verklaar ik de overdreven felle reacties op de plannen van minister Marja van Bijsterveldt om 300 miljoen euro te bezuinigen op het zogenaamde passend onderwijs. Dat klinkt ook erg drastisch, maar ik ben ervan overtuigd dat de minister een punt heeft en dat haar plannen goed zijn voor kinderen met een handicap en vooral ook voor kinderen zonder handicap.
Om te begrijpen hoe Van Bijsterveldt komt bij deze bezuinigingen moeten we even een paar jaar terug in de tijd. Eind 2003 werd het 'rugzakje' ingevoerd. Dat is een persoonlijk budget dat een kind met een handicap krijgt als hij of zij naar een gewone school gaat. Daarmee kan de school dan de zorg inkopen die het kind nodig heeft. Dit leek een hele vooruitgang. Kinderen mét en kinderen zonder handicap zouden voortaan samen naar school gaan. Dat zou niet alleen betekenen dat zij op een speelse, natuurlijke manier met elkaar zouden leren omgaan, maar ook dat gehandicapte kinderen eindelijk fatsoenlijk onderwijs zouden krijgen.
Het Speciaal Onderwijs is namelijk van een zeer laag niveau. Bijna 30 procent van de scholen voor Speciaal Onderwijs staat onder verscherpt toezicht en – om een concreet voorbeeld te noemen – naar verluidt stroomt vrijwel géén van de leerlingen die aan de Eindhovense Mytylschool een VMBO-diploma halen door naar het vervolgonderwijs. Speciaal onderwijs lijkt dus op te leiden tot een leven in de Wajong-uitkering.
Het rugzakje leek dé oplossing voor veel problemen. Maar al twee jaar na de invoering ervan bleek dat vies tegen te vallen. Want gewone scholen weigeren vaak om een kind met een handicap aan te nemen. Alleen gehandicapte kinderen met ouders die erg mondig zijn komen met een rugzakje op een gewone school terecht. De rest – het merendeel – blijft aangewezen op speciaal onderwijs.
Het rugzakje wordt ondertussen gebruikt voor kinderen die een beetje afwijken van het gemiddelde. Drukke kinderen of kinderen die juist verlegen en teruggetrokken zijn, worden naar een therapeut gestuurd, krijgen een diagnose en komen in aanmerking voor een rugzakje.
In veel gevallen is dat absoluut niet goed voor een kind. Hij of zij is ineens gehandicapt. Daardoor wordt zo'n kind anders bekeken en misschien voorzichtiger behandeld en dat heeft hoe dan ook gevolgen voor hoe zo'n kind zichzelf gaat zien.
Voor de invoering van het rugzakje waren er ook drukke, bange, verlegen of 'lastige' kinderen, maar die vonden hun eigen weg wel, al was het met vallen en opstaan. Nu worden er probleemkinderen en zelfs 'zorgleerlingen' van gemaakt En dat gebeurt op grote schaal. Sinds 2003 is het aantal 'zorgleerlingen' met maar liefst 65 procent gestegen. 9 procent van de basisschoolkinderen heeft tegenwoordig een zorglabeltje en in het voortgezet onderwijs ligt dat percentage op bijna 20. Je kunt dus stellen dat het huidige systeem zwakke en hulpbehoevende mensen kweekt en daardoor ook nog eens de kosten gigantisch omhoog drijft.
De minister brengt het budget voor het passend onderwijs nu terug tot een bedrag dat nog altijd 200 miljoen euro hoger is dan dat het was bij de invoering van het rugzakje. Bovendien steekt Van Bijsterveldt 100 miljoen in aanvullende opleidingen voor leraren en directeuren om te leren om niet steeds van het gemiddelde kind uit te gaan maar om met verschillen tussen kinderen om te gaan.
Van Bijsterveldt zorgt er kortom voor dat het passend onderwijs wordt waarvoor het is bedoeld: kinderen met een handicap en kinderen zonder handicap samen naar school en geen labels op kinderen die feitelijk niets mankeren. Dat dit een bezuiniging oplevert lijkt mij alleen maar mooi meegenomen.
-
De auteur woont in Eindhoven en is onderzoeker en publicist op het gebied van gehandicaptenemancipatie.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














