Het goede nieuws is vooral dat het topsectorenbeleid het belang van de moderne maakindustrie in ons land onderschrijft. Dat is wel eens anders geweest. In de jaren negentig leek het er soms op alsof onze beleidsmakers ervan uitgingen dat de maakindustrie in ons land gedoemd was te verdwijnen. Daarvoor in de plaats zouden logistiek, handel en vooral dienstverlening het stokje overnemen.
Inmiddels weten we wel beter. Natuurlijk, de directe werkgelegenheid in de industrie loopt terug. Maar tegelijkertijd zien we dat de omzet blijft toenemen. Ook de export blijft groeien. Wist u dat Nederland op exportgebied mondiaal nummer zes is, waarbij diezelfde omzet voor tweederde uit goederen bestaat? Voor een klein land, dat in omvang de zestiende economie ter wereld is, is dat een prestatie van formaat. Zonder industrie lukt dat niet: de export van goederen is nog steeds een veelvoud van die van diensten.
Nemen we de nationale economie nog wat beter onder de loep, dan zien we grote regionale verschillen. Landelijk gezien domineren groothandel, transport, finance en zakelijke dienstverlening. In Brabant en Zeeland echter zien we hele andere dominante sectoren: chemie, metaal, hightech, food en overige industrie (gebaseerd op cijfermateriaal van TNO). Een belangrijk deel van de maakindustrie zit dus in onze regio. Die zorgen er voor dat Brabant en Zeeland een kwart van de Nederlandse export voor hun rekening nemen, en liefst een derde van de industriële export. Daarmee leveren hebben beide provincies een onevenredig groot aandeel in onze nationale welvaart!
Gelukkig breekt dat inzicht steeds meer door. 'Brabantse techniek terug in de wereld', 'Het brein van Nederland zit in 't Zuidoosten', zijn in dit verband enkele recente krantenkoppen. Een organisatie als Brainport helpt om Zuidoost-Brabant nationaal en internationaal op de kaart te zetten, met als jongste loot de veelgeprezen toekomstvisie 'Brainport 2020'.
Nu terug naar het topsectorenbeleid. Dat streeft er naar om de nationale economie de komende jaren verder te versterken, en kiest daarbij voor negen speerpunten. De toenemende mondiale concurrentie – niet in het minst vanuit het Verre Oosten – vraagt om focus. Het topsectorenbeleid voorziet daarin, en is daarom een logische keuze. Veel van deze topsectoren zijn in onze regio gevestigd: Eindhoven is bijvoorbeeld de 'hoofdstad' van de topsector hightech-systems. Het succes van dit beleid wordt dus voor een groot deel in onze regio bepaald. Dat vraagt om uitgekiend regionaal economisch beleid. Onder de titel 'dit*, doorpakken in topsectoren', hebben wij minister Maxime Verhagen namens de BZW onze regionale prioriteiten overhandigd. 'dit*' beschrijft kort en krachtig welke maatregelen nodig zijn om de groei van de Brabants-Zeeuwse economie te stimuleren, als voortrekker en aanjager van de hele Nederlandse economie. World class onderwijs voor topsectoren, regionaal onderwijsbeleid in lijn met de regionale arbeidsmarkt, een 'bedrijfsschool' nieuwe stijl, snelle verbreding van de snelweg A58, aanleg van de Grote Ruit, versnelling aanleg glasvezelnetwerk, steun voor Culturele Hoofdstad en Olympisch Plan enzovoorts.
De prioriteiten hebben wij verdeeld over de zes thema's topsectoren, arbeidsmarkt & onderwijs, innovatie, infrastructuur, vestigingsklimaat en het nieuwe samenwerken.
We hebben daar verder bij aangegeven dat het succes van het topsectorenbeleid naar onze mening staat of valt met integraal beleid. Beleid dus van alle ministeries, en niet alleen van het ministerie van EL&I. Ik noem twee voorbeelden van hoe het niet moet.
Op het gebied van het middelbaar beroepsonderwijs zijn grote scholenkoepels (ROC's) gevormd. Deze krijgen de komende jaren de ruimte om topopleidingen - onder de naam vakcolleges - te starten. Eén van die topopleidingen is hightech-systems. Ik gaf u al aan dat Eindhoven op dit gebied de hoofdstad van Nederland is. En toch is het maar de vraag of het ministerie van OC&W het vakcollege in Eindhoven wil vestigen. Fout!
Een ander thema is cultuur. Brabant wordt al flink gekort via het provinciefonds, en ziet daarnaast dat de bijdrage uit het cultuurbudget door bezuinigingen terug gaat lopen van drie naar twee procent. En dit terwijl Brabant een van de sterkste motoren van onze nationale economie is en daarbij steeds meer afhankelijk is van buitenlandse kenniswerkers. Die kenniswerkers komen voor hun werk naar Brabant, maar dan wel een Brabant waar het aantrekkelijk wonen en recreëren is! Dus ook met een volwaardig cultuuraanbod in de regio. Ook op dit gebied: integraal beleid graag.
Beide voorbeelden illustreren het belang van goed topsectorenbeleid voor onze regio. Wij hopen daarom dat minister Verhagen onze aanbevelingen ter harte neemt. Dan kunnen Brabant en Zeeland hun rol van economische topregio blijven vervullen. Inderdaad: de topsectoren: dat zijn wij!
Zie ook www.bzw.nl/dit
Peter Swinkels is voorzitter van de Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging (BZW).
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties














