article
1.1651121
COLUMN (2006) - De wintertijd was begonnen. Ik had de klok een uur teruggezet, maar van mij mocht hij nog verder terug. Toevallig zag ik op het kantoor een krant uit 1966. In dat jaar werd Engeland wereldkampioen voetballen en speelde ik met andere kinderen in de korenvelden en op de zandberg in ons dorp.
Column Jos Kessels - Tijd
COLUMN (2006) - De wintertijd was begonnen. Ik had de klok een uur teruggezet, maar van mij mocht hij nog verder terug. Toevallig zag ik op het kantoor een krant uit 1966. In dat jaar werd Engeland wereldkampioen voetballen en speelde ik met andere kinderen in de korenvelden en op de zandberg in ons dorp.
http://www.ed.nl/mening/column-jos-kessels-tijd-1.1651121
2006-10-30T12:36:55+0000
http://www.ed.nl/polopoly_fs/1.51055.1333660587!image/image-51055.jpg
Column,Wintertijd
Mening
Home / Mening / Column Jos Kessels - Tijd

Column Jos Kessels - Tijd

Foto's
1
    • Afbeelding
      Beschrijving
      Jos Kessels.
    COLUMN (2006) - De wintertijd was begonnen. Ik had de klok een uur teruggezet, maar van mij mocht hij nog verder terug. Toevallig zag ik op het kantoor een krant uit 1966. In dat jaar werd Engeland wereldkampioen voetballen en speelde ik met andere kinderen in de korenvelden en op de zandberg in ons dorp.

    Bij zo’n oude krant rekende je automatisch terug: hoe oud je was, welke gebeurtenis je bijgebleven was en wat je toen deed. Niet dat ik terug wilde naar 1966, maar een uur terug stelde ook niks voor. Ging je naar Amerika, dan ging de klok zes of acht uur terug. Dat was tenminste iets. Zeker de eerste dagen rekende ik steeds terug hoe laat het in Nederland was.

    Ik maakte er altijd een sport van om de eerste slaap in Amerika zo lang mogelijk uit te stellen. Als je zesendertig of achtenveertig uur zonder slaap bleef, kwam je in een onwerkelijke, hypergevoelige gemoedstoestand. Alsof je stijf stond van de verdovende middelen, zonder iets gebruikt te hebben. Zelfs een bezoek aan de supermarkt was dan een intense ervaring, zeker als zwervers probeerden je te beroven.

    Maar kennelijk had je dan iets in de ogen, wat ze herkenden of waar ze van schrokken. Een collega van mij werkt het liefst in deze gemoedstoestand, omdat er een meeslepende koortsachtigheid in zijn verhalen sluipt, die je met een normale nachtrust niet bereikt. Ik moest hem daarin gelijk geven, toen ik het zelf een keer noodgedwongen moest doen.

    Na een nacht zweten in Texas op een Amerikaans verkiezingsverhaal, reed ik ’s ochtends meteen door naar het vliegveld. Al slaapwandelend hoorde ik dat Bush toch gewonnen had. Als een razende schreef ik op een servetje een nieuwe column. Toen ik terugvloog naar Nederland ging de tijd vooruit. Dat was heel wat minder leuk.