Het proces van globalisering, dat al tientallen jaren geleden op gang is gekomen, is niet meer te stoppen. Nederlandse bedrijven moeten in de slag met concurrenten in het buitenland.
Als zij de concurrentiestrijd niet aankunnen met hoogwaardige producten en door slimmer en efficiënter te werken, verplaatsen zij werk naar landen met lagere lonen.
Wat vroeger gebeurde in de textiel en de scheepsbouw, gebeurt nu in de informatie- en communicatietechnologie. Ook een call center voor de Nederlandse markt kan vanuit India opereren. En vrachtwagenchauffeurs uit Oost-Europa nemen steeds meer werk over van Nederlandse truckers.
Niet in alle gevallen valt daar aan te ontkomen. Nederlandse bedrijven moeten wel, willen zij overleven. In tijden van krapte op de arbeidsmarkt wordt daar ook niet moeilijk over gedaan. Maar als het economisch tegen zit en de werkloosheid dreigt op te lopen, doet het verlies van banen pijn. Dat blijkt uit de actie van de truckers en de waarschuwing van de PvdA- fractie voor de gevolgen van verplaatsing van werk naar lage lonenlanden.
Het is te gemakkelijk om te zeggen dat Nederland er maar voor moet zorgen dat het concurrerend is. Werkgevers hebben ten opzichte van hun Nederlandse werknemers ook een verantwoordelijkheid, die zij niet van de ene op de andere dag ongedaan kunnen maken.
Het gaat niet alleen om lonen, maar ook om zaken als een sociaal vangnet, veiligheid en milieu. Nederlandse vrachtwagenchauffeurs worden uit de markt geprijsd door Oost-Europese collega's, die niet alleen veel minder verdienen maar ook goedkoper zijn omdat ze aan veel minder eisen hoeven te voldoen. Dat is oneerlijke concurrentie en een bedreiging van de veiligheid op de weg.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties















