De overheid heeft de overdrachtsbelasting verlaagd in een poging om weer wat leven te brengen in de woningmarkt. Veel heeft dat niet geholpen. Onzekerheid over werk en inkomen, de prijsontwikkeling van huizen en de houdbaarheid van de hypotheekrenteaftrek blijven potentiële kopers afschrikken.
Degenen die wel een woning willen kopen hebben vervolgens nog een stevig horde te nemen bij de bank om een hypotheeklening te krijgen.
Door het groeiende aanbod wordt herstel van de woningmarkt met de dag lastiger. Dat weerhoudt het kabinet er niet van om woningcorporaties te gaan verplichten om hun huizen tegen een redelijke prijs te koop aan te bieden. Bewoners die al langer dan een jaar een huis huren moeten in de toekomst in de gelegenheid worden gesteld om hun woning te kopen. Dat staat in een wetsvoorstel dat de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken, Liesbeth Spies, nog net voor Kerstmis voor advies naar de Raad van State heeft gestuurd.
De achterliggende gedachte is dat honderdduizenden mensen ten onrechte in huizen van corporaties wonen. Die mensen verdienen te veel voor een sociale huurwoning. Verkoop moet het eigenwoningbezit bevorderen en de corporaties geld opleveren voor investeringen. Het moment is echter op z'n minst ongelukkig gekozen. Nog meer aanbod helpt de woningmarkt alleen maar verder in het slop, terwijl het alternatief om te huren kleiner wordt.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties















