De buitenlandse druk op de Syrische president Bashar al-Assad neemt toe, ook zonder een resolutie van de Veiligheidsraad van de VN waarin het brute geweld van zijn regime tegen opstandelingen wordt veroordeeld. Rusland en China blokkeerden zaterdag een oproep van de VN aan Assad om op te stappen. Dat weerhoudt Arabische en westerse landen – waaronder Nederland – er niet van om hun ambassadeurs uit Syrië terug te trekken.
Zie ook:
De Europese Unie werkt ook aan sancties, onder meer om de geldstromen naar het regime van Assad af te snijden.
Het geweld in Syrië heeft zodanige vormen aangenomen dat de buitenwereld niet langer afzijdig kan blijven. Een regime dat zijn bevolking met veel bloedvergieten onderdrukt verlies zijn legitimiteit. Gewapend ingrijpen in Syrië is lastig, zeker zo lang daarover geen overeenstemming bestaat binnen de VN. Naast sancties is wel steun aan de oppositie mogelijk in de vorm van geld en wapens. Het risico dat het geweld daardoor toeneemt en de bevolking nog moeilijker kan voorzien in haar eerste levensbehoeften is echter groot.
Maar van de dialoog die Rusland en China met Assad willen aangaan hebben de Syriërs nog minder te verwachten. Die landen hebben de VN-resolutie verworpen, omdat zij tegen buitenlandse inmenging zijn. Niet zo zeer om Syrië te vriend te houden, maar meer om te voorkomen dat de VN zich ook gaat richten op misstanden in Rusland en China zelf.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


















