Werkgeversvoorman Bernard Wientjes krijgt nauwelijks bijval voor zijn pleidooi voor een algehele nullijn. De voorzitter van VNO-NCW slaat ook niet de goede toon aan als hij het heeft over 'de verlammende FNV- bonden die in dit zware economische tij de vakbondsrijen zouden moeten sluiten'.
De Nederlandse vakbeweging kan niet worden verweten, dat zij niet wil meewerken aan een verantwoorde loonontwikkeling. In veel sectoren blijft de loonstijging al jaren achter bij de inflatie.
Een 'solidair akkoord', zoals Wientjes dat noemt, zou de bevriezing betekenen van overheidssalarissen, sociale uitkeringen en lonen in de marktsector. De haalbaarheid daarvan valt te betwijfelen in een tijd dat – vooral op aandringen van de achterban van Wientjes – juist steeds meer ruimte wordt gegeven aan vrije marktwerking. Veel werkgevers laten zich bovendien steeds minder gelegen liggen aan hun werknemers. Veel ondernemingen, maar ook overheidsinstellingen ruilen vaste krachten in voor flexwerkers, die zij als het even tegenzit weer op straat kunnen zetten. Tegen die achtergrond klinkt de oproep van de VNO- NCW-voorzitter nogal gratuit.
Wientjes heeft het over de pijn die eerlijk verdeeld zou moeten worden. Van die eerlijke verdeling kan pas sprake zijn als ook zijn achterban met wat minder genoegen zou nemen. Die zou de pijn daarvan in veel gevallen niet eens voelen.
Niet alle werkgevers mogen over één kam worden geschoren. Maar zolang het beeld overheerst van managers die ondanks de economische crisis buitensporige salarissen en bonussen opstrijken, heeft Wientjes weinig recht van spreken over een nullijn.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties















