Dat de achtste editie van de Dutch Design Week ruim 115.000 bezoekers heeft getrokken, is mooi. Heel mooi. Want daarmee is – wederom – bevestigd dat design in Eindhoven een toonaangevende rol speelt.
Wat acht jaar geleden begon als een bescheiden initiatief van een groepje
vormgevers is uitgegroeid tot een negendaags evenement waarvoor zelfs
belangstellenden uit Korea de stad weten te vinden.
Dat heeft alles
te maken met de kwaliteit van de week. Die bestaat uit een bijna wonderlijke
mengeling van research, technologie en ongedwongen, kwalitatief hoogstaand
design. En die combinatie is weer een logisch uitvloeisel van datgene waar
de regio goed in is. Met onderzoeksinstituten als Philips Research en TNO
naast opleidingen als de TU/e en uiteraard de Design Academy Eindhoven is er
in deze regio een prima voedingsbodem voor dergelijke dwarsverbanden. Als je
dan als Brainport ook nog eens beschikt over prima vormgevers (die hier
steeds vaker blijven werken) dan heb je inderdaad – om met burgemeester Van
Gijzel te spreken – 'goud in handen'. De voorbije week bewijst dat nog maar
eens.
Het is belangrijk om die wonderlijke combinatie te koesteren.
De DDW moet geen commerciële beurs worden. Aan de andere kant moeten de
designers en bedrijven er wel iets aan hebben. Die spagaat gaat de
organiserende instellingen – de DDW voorop – tot op heden prima af. Sterker:
de traditionele dagjesmensen vinden iets van hun gading tijdens het
evenement, maar ook de vormgevers én potentiële afnemers roemen de
kwaliteiten van de DDW.
Als alle – ook nieuwe – partijen die
spagaat kunnen blijven maken, dan blijft de DDW een van de beste evenementen
die Eindhoven kent.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


















