Als nieuwe fractievoorzitter en wellicht beoogd lijsttrekker van de SP
krijgt Emile Roemer het een stuk gemakkelijker dan Agnes Kant. De
verwachtingen van de Socialistische Partij voor de Tweede Kamer-verkiezingen
in juni zijn door de gemeenteraadsverkiezingen in elk geval tot meer
realistische proporties teruggebracht.
Kant stond bij haar aantreden twee jaar geleden voor een onmogelijke opgave.
Zij moest in de voetsporen treden van de alom geprezen en bewonderde Jan
Marijnissen, die ook nog vanuit de Kamer en als partijvoorzitter over haar
schouder bleef meekijken.
Onder leiding van de raspoliticus
Marijnissen was de SP tot grote hoogte gestegen en uitgegroeid tot de
grootste oppositiepartij met 25 zetels in de Tweede Kamer. Kant moest
Marijnissen dus niet alleen opvolgen als voorzitter van een grote fractie
maar ook als oppositieleider.
Dat alles was te hoog gegrepen. Met
oprechte passie en hard werken kon zij haar gemis aan leiderschap en
politiek vernuft niet compenseren. De sympathie voor haar gedrevenheid sloeg
bovendien niet zelden om in onbegrip en afkeer als zij in een debat weer
eens op hol sloeg.
Toch is het Kant niet aan te rekenen dat de SP
volgens de peilingen meer dan de helft van het aantal Kamerzetels moet
inleveren. De SP steeg in 2006 boven zichzelf uit, doordat zij ook een groot
aantal proteststemmen trok. Al voordat Marijnissen opstapte als
fractieleider was duidelijk dat die zwevende kiezers net zo gemakkelijk weer
zouden overstappen naar bijvoorbeeld de PVV.
Agnes Kant voerde de
afgelopen jaren een gevecht met zichzelf en met de veel te hoog
opgeschroefde verwachtingen. Nu met die verwachtingen is afgerekend en het
tijdperk-Marijnissen wat verder weg ligt, hoeft haar opvolger alleen nog
maar zichzelf te bewijzen.
- Reageer
op
ed.nl
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties















