Het fenomeen lijstduwer is niet nieuw. Begin jaren tachtig stonden Marcel
van Dam en Wim Kok bij de gemeenteraadsverkiezingen al onderaan de
PvdA-lijst in Amsterdam. De knorrige historicus Maarten van Rossem 'duwde'
de PvdA-lijst in Utrecht bij de raadsverkiezingen op 3 maart. Als lijstduwer
– voor de PVV in Den Haag – verkeerde Geert Wilders dus in goed gezelschap.
Steeds vaker worden bekende Nederlanders ingezet om voorkeurstemmen te
trekken. Ze zijn doorgaans niet van plan hun zetel te aanvaarden als ze
worden gekozen en ook de vraag of ze een aanwinst zouden zijn voor de
politiek wordt nauwelijks gesteld. Politici, sporters, schrijvers, musici en
acteurs zijn niet te beroerd om de partij van hun voorkeur een steuntje in
de rug te geven. Niet zelden streelt de mogelijkheid om op de
kandidatenlijst te komen ook hun toch al niet geringe ego. Op kleine schaal
gebeurt het in dorpen waar lokale prominenten uit het verenigingsleven – de
voetbalclub, de harmonie – worden ingezet als stemmentrekkers.
In tegenstelling tot de meeste andere lijstduwers heeft Wilders, die ruim
13.000 voorkeurstemmen kreeg, nu toch besloten om zijn zetel in Den Haag te
aanvaarden. Hij doet daarmee in elk geval recht aan de wens van de Haagse
kiezers. De vraag is of hij het raadslidmaatschap kan combineren met het
leiderschap van de PVV in de Tweede Kamer. Datzelfde geldt overigens voor de
PVV-Kamerleden Sietse Fritsma en Raymond de Roon die in respectievelijk Den
Haag en Almere de PVV aanvoeren.
Politiek wordt zo steeds meer een
strategisch spel om zo veel mogelijk stemmen te trekken. Van Rossem neemt
geen zitting in de Utrechtse raad. Wilders, Fritsma en Van Roon willen op
twee borden gaan schaken. Op deze manier komen zowel lijstduwers als
lijsttrekkers in posities waarin zij nauwelijks of geen recht doen aan hun
kiezers en dat deugt niet.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties















