Seksueel misbruik is niet iets dat zich exclusief heeft afgespeeld in katholieke internaten. Het is van alle tijden en doet zich op heel veel plaatsen voor. Bepalend voor de ernst van het misbruik is de verhouding tussen dader en slachtoffer.
Naarmate er meer sprake is van gezag en afhankelijkheid wordt het ernstiger,
omdat het slachtoffer in een situatie komt waaraan het zich moeilijker kan
onttrekken. Dat maakt seksuele handelingen van volwassenen met kinderen per
definitie verwerpelijk. Kinderen bevinden zich daarbij immers altijd in een
kwetsbare positie.
In die context moet ook gekeken worden naar wat
op katholieke internaten is gebeurd. Priesters maakten misbruik van de
afhankelijkheid van kinderen – vooral jongens – die aan hun gezag en zorg
waren toevertrouwd. Extra pijnlijk is dat het vertrouwen van kinderen is
beschaamd onder de vlag van de kerk, die juist het beste met de mensen zegt
voor te hebben. Tegen beter weten in is de ontucht – of in elk geval de
omvang ervan – lange tijd ontkend door de katholieke kerk. Dat wordt
moeilijker naarmate er meer beschuldigingen worden geuit, die door onderzoek
worden bevestigd. Na de Verenigde Staten, Ierland en Duitsland zal Nederland
niet het laatste land zijn waar schandalen naar buiten komen.
De
zwarte bladzijde kan niet zonder meer worden omgeslagen. Voor
strafrechtelijke vervolging is het in de meeste gevallen te laat, omdat de
gepleegde feiten verjaard zijn of de dader al is overleden. Het leed kan
niet meer worden goedgemaakt – ook niet door schadevergoedingen – maar het
kan wel worden erkend.
Erkenning is ook het belangrijkste doel van
het onderzoek dat nu onder leiding van Wim Deetman wordt uitgevoerd in
opdracht van de Nederlandse Bisschoppenconferentie. In dat opzicht is het
een te waarderen stap dat de bisschoppen de resultaten van het onderzoek
niet hebben afgewacht, maar nu hun medeleven al hebben betuigd en hun
excuses hebben aangeboden.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties















