De broosheid van het economisch herstel is zichtbaar op de arbeidsmarkt. De meest pessimistische voorspellingen over de werkloosheid komen weliswaar niet uit, maar het herstel van de werkgelegenheid voltrekt zich nog steeds in een tergend laag tempo.
De economische crisis ijlt nog lang na op de arbeidsmarkt. Dat heeft
verschillende oorzaken. Jongeren die wat langer hebben doorgestudeerd melden
zich. Veel bedrijven zitten zo ruim in hun personeel dat een aantrekkende
omzet niet direct tot meer banen leidt. Meer vrouwen melden zich op de
arbeidsmarkt en ouderen werken langer door, waardoor de spoeling dunner
wordt. En er zijn sectoren – bouw en delen van de industrie – waar nog harde
klappen worden verwacht.
Wie tegen die achtergrond kijkt naar de plannen van veel politieke partijen
houdt zijn hart vast. Een kortere WW, lagere uitkeringen, versoepeling van
het ontslagrecht en bezuinigingen op reïntegratie kunnen hard aankomen.
Flexibilisering van de arbeidsmarkt lijkt alom te worden beschouwd als een
tovermiddel. Maar het is gemakkelijk gezegd dat mensen eerder aan het werk
gaan als de uitkeringen omlaag gaan en arbeid goedkoper wordt. Met meer
scholing verbeteren de kansen van mensen op de arbeidsmarkt en komen ze
eerder aan een nieuwe baan. Maar die banen moeten er wel zijn.
De verwachting is dat op termijn – als gevolg van de vergrijzing – de
banengroei groter zal zijn dan de groei van de beroepsbevolking. De meeste
mensen hebben dan geen extra prikkel – in de vorm van een lagere uitkering –
nodig om aan het werk te gaan. Dat bleek enkele jaren geleden toen tijdens
de hoogconjunctuur bijna iedereen aan de slag was.
Bezuinigingen zijn noodzakelijk. Maar bij de komende verkiezingen gaat het ook
om de vraag of wij in Nederland een fatsoenlijk vangnet houden voor mensen
die in tijden van economische teruggang werkloos worden en lastig aan een
nieuwe baan komen.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties















