Zie ook:
De oplichter, waarschijnlijk een Helmonder van voor in de dertig, lijkt zijn slachtoffers vooral in Eindhoven te maken. Hij speldt ze een verhaaltje op de mouw over zijn vrouw die in Helmond op de intensive care ligt. Zijn auto staat zonder benzine en hij heeft helaas geen geld om te tanken. Een paar tientjes kunnen hem op weg en naar zijn zieke vrouw helpen. Als we geven voor Haïti of Pakistan, waarom zouden we dan een gestrande man in Eindhoven laten barsten? Bovendien belooft de man het geld terug te betalen. Hij verstrekt zelfs zijn e-mailadres en telefoonnummer.
Het verhaal wordt met zo veel overtuigingskracht gebracht dat veel mensen er in trappen. Oplichting, constateert ook de politie. Of het nu gaat om een tientje of honderd euro, het kan niet door de beugel. Opsporen en oppakken, zou je zeggen. Goed voor het bedroevend lage opsporingspercentage. Maar zo werkt dat niet. De politie heeft ernstiger zaken aan het hoofd. Een kleine oplichter die voorbijgangers geld aftroggelt heeft net zo veel prioriteit als de diefstal van een fiets of de vernieling van een auto. Zaken waar doorgaans meer dan enkele tientjes mee gemoeid zijn, maar dat terzijde.
Het opsporen van de oplichter kan niet moeilijk zijn. Van zijn identiteit is het nodige bekend en terug te vinden op internet. Maar de politie doet geen moeite en geeft dat zelfs openlijk toe. De man zit 'in het systeem', maar als hij de politie niet toevallig in de armen loopt, kan hij zijn gang blijven gaan. Met zo'n vrijbrief aan oplichters wordt het vertrouwen in de politie weer eens zwaar op de proef gesteld.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties















