Kernenergie is volgens voorstanders een schone vorm van energie, die met de huidige technieken op een veilige manier kan worden opgewekt. Tegenstanders huiveren echter bij de wetenschap dat hoog radioactief afval er honderdduizenden jaren over doet om zijn radioactiviteit kwijt te raken.
De vraag is: kan radioactief afval op een veilige manier worden opgeslagen voor zo'n lange periode. Dumping in zee, zoals tot begin jaren tachtig gebeurde, is geen optie. Bovengrondse opslag is op den duur ook geen aanlokkelijk vooruitzicht. Resteert ondergrondse opslag in kleilagen of zoutkoepels. Daar wordt al tientallen jaren onderzoek naar gedaan.
In België heeft dat onderzoek aangetoond dat de kleilagen in 22 gemeenten die aan Nederland grenzen uitermate geschikt zijn voor de opslag van kernafval diep onder de grond. Eigenlijk is dat geen grote verrassing. Toch valt de uitkomst menigeen in de grensstreek – zowel in België als in Nederland – rauw op het dak.
Besluitvorming over de ondergrondse opslag moet nog plaatsvinden en vervolgens zal het waarschijnlijk nog tientallen jaren duren voordat er daadwerkelijk een begin mee wordt gemaakt. Intussen wordt ook onderzoek gedaan naar methodes (transmutatie) om de periode waarin het afval zijn radioactiviteit kwijt raakt te verkorten. Als daar opzienbarende vorderingen mee worden geboekt vervalt een belangrijk bezwaar tegen kernenergie. Tot die tijd is het verstandig om de rem te zetten op de bouw van kerncentrales en meer energie te steken in ontwikkeling van alternatieven die minder belastend zijn voor de (verre) toekomst.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties















