De regie bij kabinetsformaties is een belangrijke – zo niet de belangrijkste – taak van de koningin in haar rol als staatshoofd.
Die regie lijkt haar steeds meer uit handen te worden genomen door individuele politici. Na het stuklopen van de laatste formatiepoging, vond VVD-leider Mark Rutte dat hij maar eens een proeve van een regeerakkoord moest gaan schrijven. De opdracht daartoe moest natuurlijk van de koningin komen, maar dat leek nog slechts een formaliteit. Tot PVV-leider Geert Wilders gisteren een poging deed om duidelijk te maken dat niet Rutte maar hij de voortgang bepaalt.
Vorige week liepen de onderhandelingen over een rechts kabinet spaak, doordat de Wilders niet langer vertrouwen had in het CDA. Tot grote teleurstelling van Maxime Verhagen, die net een crisis in de CDA-fractie had bezworen, en van Rutte, die zijn droom om premier te worden van een rechts kabinet uiteen zag spatten. Wilders leek zich op te maken voor een rol als oppositieleider.
Dat was vorige week. Gisteren verraste de PVV-leider vriend en vijand door toch weer zijn vertrouwen in het CDA – nu zonder Ab Klink – uit te spreken. Een doorslaggevende factor daarbij was voor hem het spookbeeld dat linkse partijen in de regering zouden komen. Links mag roepen wat het wil maar het wordt door Wilders uit de regering gehouden en rechts mag blij zijn met zijn gedoogsteun, maar het zal die niet cadeau krijgen.
Zoals wel vaker spotte Wilders met de Haagse conventies door de koningin voor de voeten te lopen en Rutte en Verhagen gingen daarin mee.
Alleen de koningin speelde het spel niet mee door haar topadviseur Herman Tjeenk Willink opnieuw tot informateur te benoemen.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties















