Zie ook:
De wereldwijde toppositie van Zuidoost-Brabant zegt veel over de omvang en het
niveau van technische innovatie in andere landsdelen.
Een deel van de verklaring daarvoor is dat verhoudingsgewijs veel Nederlanders
hun brood verdienen in de handel en de dienstverlening, sectoren waarin
traditioneel veel minder wordt geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling.
Dat ook daarmee een welvarende samenleving kan worden opgebouwd en in stand
gehouden, wordt aangetoond door bijvoorbeeld de werkloosheid die nergens in
de Europese Unie zo laag is als in ons land.
Dat wil niet zeggen dat Nederland genoegen kan nemen met een achtste plaats in
de Europese Unie als het om technische en industriële vernieuwing gaat. Dat
is wat beter dan gemiddeld, maar daarmee wordt nog lang geen recht gedaan
aan de Nederlandse ambities. Zeker niet als daarbij wordt bedacht dat Europa
als geheel er niet in slaagt om zijn doelstellingen op het gebied van
innovatie te halen en de achterstand op de VS en Japan te verkleinen.
Tegen die achtergrond fulmineert BZW-voorzitter Peter Swinkels tegen de
drastische kortingen op de uitkeringen aan Brabant uit het provinciefonds.
Als belangenbehartiger van het bedrijfsleven in Brabant en Zeeland wijst hij
er ook op dat de regering veel te weinig investeert in onderzoek en
ontwikkeling in Brabant, dat toch gezien wordt als een van de aanjagers van
de Nederlandse economie.
De regering doet er goed aan om de kritische woorden van Swinkels serieus te
nemen. Een welvarende economie kan naast handel en dienstverlening op
termijn niet zonder een hoogwaardige technologische en industriële sector.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties















