Kinderen zijn niet maakbaar (OPINIE)
- Foto's
- 1
Het percentage dyslectische kinderen ligt veel hoger dan tien jaar geleden. Het percentage zittenblijvers stijgt en ligt ver boven het gemiddelde van de 34 OESO-landen – van de vijftienjarigen is bij ons 22 procent ten minste één keer blijven zitten tegen 14,3 procent gemiddeld.
Schooldirecteuren staan door de onredelijke eisen van de inspectie met de rug tegen de muur. Kleuterleerkrachten zijn óf murw geslagen óf bundelen op 25 april hun verzet. Wat is met ons onderwijs aan de hand?
De klassieke onderwijspedagogische strijdvraag luidt: dienen we het kind in zijn ontwikkeling te begeleiden of is het maakbaar? Ideologisch en financieel lijkt veel voor maakbaarheid te zeggen. Deze is dan ook tot officieel onderwijsbeleid verheven. Ontwikkelingspsychologisch pleit alles daartegen. We bekijken dit voor leren lezen.
De belangrijkste aanhangers van maakbaarheidsonderwijs beroepen zich op het begrip 'zone van de naaste ontwikkeling' van de Russische pedagoog Lev Vygotsky (1896-1934). Stel dat Frits drie woorden kan schrijven – op zijn manier met hoofdletters: FRITS, MAMA en PAPA. Met zijn letters maakt u nieuwe woorden van drie of vier letters als SAP en MIST. Als hij SAP op eigen kracht leest als 'S, a, p', zou dat zijn 'actuele zone' zijn. Als hij met voor- en nazeggen 'Sap' zegt, zou dat in zijn 'zone van de naaste ontwikkeling' zitten. Als Frits na een Vygotskyaanse training SAP, MIST, MAF, RAM en dergelijke kan lezen, zou dat door die training komen.
Dat klopt echter niet. Om te beginnen zijn er ongetrainde vierjarigen die zinnetjes kunnen lezen. De reden is dat 'toe zijn aan leren lezen' afhangt van de hersenopbouw. Vygotskyaanse leesmethodes hebben daar geen invloed op.
We begrijpen nu ook de tegenvallende resultaten in een Twents project. Aan veertig basisscholen krijgen de groepen 1 en 2 elke dag 45 tot 60 minuten Vygotskyaanse 'letterkennis'. De gemiddelde zesjarige kent bij de overgang naar groep 3 zestien letters – bijna 22 uur per letter! – maar kan niet lezen. Het grootste rendement wordt in de tweede helft van groep 2 behaald. Begrijpelijk: eerder zijn kinderen daar neurologisch niet aan toe.
Die bijna 22 uur per letter is zo schrijnend omdat een kind dat neurologisch en psychologisch toe is aan leren lezen, binnen 40 uur alle letters kent én kan lezen.
Kleuterleerkrachten weten dat kinderen die in neurologisch en psychologisch opzicht kleuter zijn (tussen 4,5 en 6,5 jaar), weinig tot niets hebben aan lees- en letterkennisles. Tijd en moeite wegen niet op tegen de geringe opbrengst. Daarentegen bereiden vormbesef (knippen, overtrekken, tekenen) en klankanalyse (rijmen) kleuters het beste voor op het leren lezen en schrijven wanneer ze eenmaal jong schoolkind zijn (gemiddeld 6,5-8,5 jaar). Door Vygotskyaans trainen is er echter te weinig tijd voor vormbesef en klankanalyse! En dat komt er vroeg of laat uit: meer dyslexie, meer kinderen die blijven zitten.
Het onderwijsbeleid oogt sympathiek: kinderen zo vroeg mogelijk wat bijbrengen. De praktijk is echter dat veel tijd en energie verloren gaat aan onderwijs aan kinderen die daar niet aan toe zijn. Daardoor komen ze in de problemen en moet er geld komen voor oplossingen. Onderwijs dat aansluit bij de ontwikkeling van het kind – in plaats van erop vooruit te lopen – is én renderend én goedkoop.
Kleuterleerkrachten die het niet langer willen aanzien, richten op 25 april de Werkgroep Kleuteronderwijs op.
Dr. Ewald Vervaet is als ontwikkelingspsycholoog gespecialiseerd in de ontwikkeling tussen 0 en 8 jaar.