Kosten Culturele Hoofdstad schrikken af (OPINIE)
Onderzoek in opdracht van de PVV wijst uit dat de meeste Brabanders weinig voelen voor het project Culturele Hoofdstad als zij het prijskaartje zien.
Maandag vindt in Breda een debat plaats over de vraag 'Wie zit er in Breda te wachten op het project Brabantstad Culturele Hoofdstad van Europa 2018?' Kennelijk zijn in Breda de meningen nog flink verdeeld over dit 100 miljoen euro kostende eliteproject, waaraan de vijf steden van het netwerk Brabantstad elk 10 miljoen belastinggeld moeten bijdragen. Terecht, vindt de PVV Noord-Brabant, die eerder in provinciale staten flinke kritiek uitte op dit waanzinnige plan.
De vijf steden – Eindhoven, Helmond, Breda. Tilburg en Den Bosch – moeten samen 50 miljoen betalen. De provincie betaalt de andere helft van de rekening. Er wordt 100 miljoen euro Brabants belastinggeld uitgegeven aan projecten waarvan het rendement niet is aangetoond. Dat is in de huidige tijden op zijn zachtst gezegd niet verantwoord.
De organisatie van BCH 2018 (het Programmabureau 2018Brabant) liet in 2011 een onderzoek uitvoeren naar de vraag wat Brabanders ervan vinden dat Brabantstad zich kandidaat stelt voor de titel Culturele Hoofdstad 2018. De PVV constateerde dat dit onderzoek een essentiële vraag miste waardoor de conclusie mank gaat. De ontbrekende vraag betreft het kostenplaatje. Om het met een simpel voorbeeld te duiden: Veronderstel dat je je kind vraagt of het zin heeft in een ijsje. Tien tegen één dat het antwoord 'ja' is. Maar als je erbij zegt dat het ijsje vier weken zakgeld kost, zal de animo voor dat ijsje drastisch dalen.
Het Programmabureau 2018Brabant vroeg de Brabanders wat zij ervan vinden dat Brabantstad zich kandidaat stelt en vanzelfsprekend blijkt dat een groot deel van de Brabanders (47 procent maar liefst) dat een goed idee vindt. 'Vanzelfsprekend' omdat de vragenlijst die aan het Brabantpanel is voorgelegd niets meer is dan een weerspiegeling van de wens van de organisatie om er koste wat het kost voor te zorgen dat de vijf steden en de provincie 100 miljoen euro op tafel leggen. Hún kostje is daarmee gekocht. Dat realiseren zij desnoods met behulp van een enquête waarin essentiële informatie ontbreekt.
Om de politiek duidelijk te maken dat de Brabanders een andere mening hebben heeft de PVV zelf een onafhankelijk onderzoek onder Brabanders laten uitvoeren. Het resultaat (op basis van meer dan 750 ingevulde vragenlijsten) is representatief. Het onderzoek – uitgevoerd door een gerenommeerd bureau – start met dezelfde vraag die de BCH-organisatie aan de Brabanders voorlegde: 'Wat vindt u ervan dat BrabantStad zich kandidaat stelt voor de titel van Culturele Hoofdstad van Europa 2018?' Uit de beantwoording blijkt opnieuw dat 47 procent dat een goed idee vindt. Als echter in de volgende vraag wordt toegelicht dat de daarmee samenhangende kosten 100 miljoen euro bedragen, waarvan de helft door de provincie en de andere helft door de vijf Brabantstad-steden moet worden betaald, vindt nog slechts 21 procent de kandidaatstelling een goed idee. En in plaats van de 13 procent die dit in het onderzoek van Programmabureau 2018Brabant geen goed idee vindt, slaat de balans in het PVV-onderzoek door naar 63 procent die de kandidatuur niet ziet zitten.
Met de cruciale informatie over het bijbehorende prijskaartje hebben de Brabanders een andere mening over de kandidatuur. De PVV geeft hen groot gelijk en ziet die 100 miljoen liever besteed aan directe maatregelen ten behoeve van economie, toerisme en werkgelegenheid, het oplossen van verkeersknelpunten of het in stand houden van Brabants cultuurhistorisch erfgoed.
De politieke beslissing om mee te dingen naar die voor de organisatoren o zo belangrijke titel Brabantstad Culturele Hoofdstad is niet gebaseerd op de wens en de mening van de Brabanders. De PVV roept zowel de politiek als maatschappelijke organisaties op om voortaan meer zorgvuldigheid in onderzoeksvraagstelling te betrachten. Misschien moet de conclusie wel luiden dat dit soort vraagstukken eigenlijk gewoon via een formele volksraadpleging aan de Brabanders moet worden voorgelegd.
Tenslotte vertrouwen wij op de wijsheid van de politici die in de Brabantse steden nog moeten besluiten over deze kwestie.
-
Door Ronald Dol - Lid van provinciale staten van Noord-Brabant voor de PVV.