article
1.2161190
OPINIE- Na het verschijnen van het boek ‘Vergeten ramp’ klinkt opnieuw de roep om heropening van het onderzoek naar de Herculesramp op Vliegbasis Eindhoven in 1996. Excuses zouden ook al veel betekenen voor nabestaanden en hulpverleners.
Opinie - Behoefte aan excuses voor falen na Herculesramp
OPINIE- Na het verschijnen van het boek ‘Vergeten ramp’ klinkt opnieuw de roep om heropening van het onderzoek naar de Herculesramp op Vliegbasis Eindhoven in 1996. Excuses zouden ook al veel betekenen voor nabestaanden en hulpverleners.
http://www.ed.nl/mening/opinie-behoefte-aan-excuses-voor-falen-na-herculesramp-1.2161190
2009-12-17T01:43:37+0000
http://www.ed.nl/polopoly_fs/1.2161191.1350576053!image/image-2161191.JPG
Opinie ED,Herculesramp
Mening
Home / Mening / Opinie - Behoefte aan excuses voor falen na Herculesramp

Opinie - Behoefte aan excuses voor falen na Herculesramp

Foto's
1
    • Afbeelding
      Beschrijving
      Op 15 juli 1996 verongelukte op Vliegbasis Eindhoven een Belgische C-130. De vliegramp kostte 34 inzittenden het leven.
    OPINIE- Na het verschijnen van het boek ‘Vergeten ramp’ klinkt opnieuw de roep om heropening van het onderzoek naar de Herculesramp op Vliegbasis Eindhoven in 1996. Excuses zouden ook al veel betekenen voor nabestaanden en hulpverleners.

    Als hulpverlener van het eerste uur (minuut) heb ik het boek 'Vergeten ramp' van Hans Matheeuwsen met meer dan gewone belangstelling gelezen.Slachtoffers en nabestaanden van de Herculesramp zullen na het lezen nog steeds met die ene dwingende vraag blijven zitten: waarom?

    Wat de oorzaak van de crash betreft, daar is in ruime mate onderzoek naar gedaan. De enigen die daar nog iets aan toe zouden kunnen voegen, de piloten, zijn helaas overleden. Wat na de crash allemaal misging is eigenlijk heel simpel te verklaren, maar dat maakt het drama alleen maar erger.

    Stel, ik word als ambulance-verpleegkundige naar een ongeval gestuurd. Ter plaatse tref ik een slachtoffer aan – liggend op de grond met bebloed hoofd – dat telkens hetzelfde zegt en vraagt. Eén van de omstanders geeft me nog als inkoppertje 'dat die wel een hersenschudding zal hebben'. Met deze informatie besluit ik het slachtoffer mee te nemen naar een ziekenhuis. Ik vertel de dienstdoende arts dat het om een hersenschudding gaat, edoch... de arts constateert nog een thoraxtrauma, een buiktrauma en multiple fracturen. Conclusie, ik heb als hulpverlener schromelijk gefaald door het slachtoffer niet verder te bekijken en me laten (mis)leiden door opmerkingen van derden.

    Hoewel elke vergelijking mank gaat, wil ik toch een link leggen naar het neergestorte vliegtuig. De cockpit is de 'hersenschudding' waarin zich vier reeds overleden bemanningsleden bevinden. Met die gegevens wordt verder gehandeld. Dat is een cruciaal moment waarbij men letterlijk en figuurlijk afgaat op de eenzijdige en summiere informatie dat het 'slechts' om de bemanning in de cockpit zou gaan. 'Zou' is een niet-werkelijkheidsvorm dus was de afwachtende houding volkomen onterecht.

    Verdomme, hier is wel een Hercules neergestort en niet zomaar een Pipercupje. Zonder terughoudendheid hadden alle disciplines alle registers open moeten trekken om op te schalen tot de ernstigst denkbare ramp. Totdat het tegendeel bewezen was. En als achteraf mocht blijken dat alles overdreven was geweest, dan was het voor de burger zeker een geruststellende gedachte dat ze in geval van echte nood konden rekenen op efficiënte hulp.

    Ik kan alleen oordelen over mijn eigen discipline, de geneeskundige dienst, maar ik denk dat anderen herkenningspunten zien. Degenen die het eerst aankomen krijgen ter plaatse automatisch de leiding. Dit zou niet moeten veranderen als leiders die hoger op de hiërarchische ladder staan arriveren. Deze leiders zouden hun personeel moeten steunen, moeten vragen wat ze kunnen doen. Ze moeten niet de 'papieren' leiding nemen, totaal niet beseffend dat hun goed bedoelde actie een averechts effect heeft. In dit soort situaties bestaan geen rangen en standen. Ook zouden er geen militaire en burgerlijke barrières moeten zijn. Een slachtoffer wil gered of geholpen worden. Je hebt met zijn allen een gigantische klus te klaren.

    En als de eerst aangekomen verantwoordelijke, capabele verpleegkundige tegen een later aangekomen arts zegt 'doe dit of dat even', dan zal die daar zijn redenen voor hebben. Een leider die gehoor geeft aan die instructies c.q. verzoeken toont respect voor zijn personeelsleden en vertrouwen in hun deskundigheid. Dan pas ben je een echte leider, maar dat schijnt weinigen gegeven te zijn. Iedereen meent zich opeens te moeten profileren met allerlei goed bedoelde adviezen. Zonder overleg en zonder zich af te vragen wat het eventuele nut ervan zou kunnen zijn. Wat moet een centralist van de Centrale Post Ambulancevervoer met een aantal helikopters dat hem opgedrongen wordt? Is het verantwoord om slachtoffers, die nagenoeg allemaal ademhalingsproblemen hebben, bloot te stellen aan luchtdrukverschillen in een heli? Of er tijdwinst valt te behalen is ook discutabel. De meldkamer zit intussen wel met een onnodig probleem. De functionaris in kwestie heeft zich doen gelden en dat schijnt erg belangrijk te zijn. Wie 'Vergeten ramp' leest komt ongetwijfeld meer van dit soort uitwassen tegen.

    Het boek zou een pleidooi zijn voor heropening van het onderzoek. Wie ben ik om daar tegen te zijn? Maar ik vraag me oprecht af of het zinvol is. Opnieuw commissies die miljoenen spenderen aan zaken waarvan niemand veel wijzer wordt. Die tijd en dat geld zijn aan nuttiger dingen te besteden. Zoals gedragskunde voor leidinggevenden. Weet wat je kunt en vooral niet kunt en zet jezelf op de juiste plaats. Vergeet voor dat moment dat je de baas bent, accepteer dat ondergeschikten het dan toevallig veel beter weten en beter kunnen inschatten op grond van hun eerste betrokkenheid.

    Ik kan me voorstellen dat een onderzoek menigeen opnieuw confronteert met afschuwelijke momenten. Dat draagt niets bij aan een verwerkingsproces van jaren. Nee, ik zou eerder een pleidooi willen houden naar de verantwoordelijken toe. Al was er maar één die namens alle betrokkenen sprak. Die openlijk naar de slachtoffers toe zou zeggen: 'Sorry, ik/wij heb(ben) de zaak verkeerd ingeschat en daardoor niet adequaat gehandeld. Met andere woorden: we hebben gruwelijk gefaald. Met alle gevolgen vandien'.

    Een enkel woordje van waardering voor de werkers in het veld die onder bizarre omstandigheden hebben gedaan wat in hun vermogen lag, zou ook niet misstaan. Het zou een opluchting zijn voor slachtoffers, nabestaanden én hulpverleners en zelf zullen de verantwoordelijken zich er ook een stuk beter door voelen. Dan zouden we hopelijk op een dag kunnen zeggen: 'De vergeten ramp overwonnen'.

    De auteur woont in Eindhoven en was tijdens de Herculesramp werkzaam als centralist op de meldkamer van de GGD-Eindhoven.