article
1.6393338
OPINIE - Onderstaande tekst is een deel van de toespraak die René Bastiaanse, directeur van het Brabants Historisch Informatie Centrum, woensdagavond hield bij de herdenking van de Brabantse gesneuvelden in Waalre.
Opinie - Doden moeten een gezicht krijgen
OPINIE - Onderstaande tekst is een deel van de toespraak die René Bastiaanse, directeur van het Brabants Historisch Informatie Centrum, woensdagavond hield bij de herdenking van de Brabantse gesneuvelden in Waalre.
http://www.ed.nl/mening/opinie-doden-moeten-een-gezicht-krijgen-1.6393338
2016-09-15T08:00:00+0000
http://www.ed.nl/polopoly_fs/1.6393339.1473926075!image/image-6393339.JPG
Eindhoven,Opinieartikel,Oorlog-Conflict,Tweede Wereldoorlog,hermes
Mening
Home / Mening / Opinie - Doden moeten een gezicht krijgen

Opinie - Doden moeten een gezicht krijgen

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Beschrijving
      De provinciale dodenherdenking in Waalre.
      Fotograaf
    OPINIE - Onderstaande tekst is een deel van de toespraak die René Bastiaanse, directeur van het Brabants Historisch Informatie Centrum, woensdagavond hield bij de herdenking van de Brabantse gesneuvelden in Waalre.

    Wij herdenken de Brabanders die zijn gesneuveld tijdens oorlogshandelingen. Wij herdenken dus de 412 Brabantse militairen die tijdens de Tweede Wereldoorlog voor ons zijn gevallen. Wij herdenken ook de 422 Brabantse burgers die als gevolg van hun verzetsdaden of door represaillemaatregelen van de Duitse bezetter zijn overleden. Allemaal slachtoffers van de vijand van toen. Maar wij herdenken ook de 426 Brabantse jongens, veelal dienstplichtigen, die tijdens onze eigen koloniale oorlog met Indonesië vielen in Ons Indië en Nieuw-Guinea. Tenslotte herdenken wij de 14 Brabantse soldaten die het leven lieten tijdens VN-missies: negen in Korea, twee in Bosnië en drie in Afghanistan.

    Het zijn kille cijfers, schrikbarende aantallen, indrukwekkend veel namen. Wat een offers zijn er toch gebracht. Door mensen die voor ons, nu - ver van oorlog - eigenlijk vreemden zijn. Want wat weten wij - als je geen nabestaande bent, als je geen veteraan bent - van de persoonlijke levens die achter die namen schuil gaan? Wie was Anton Versteden? Hij komt op de lijst voor. Wie was Jules Slaats, wie was Jos Callaars?

    Afghanistan
    De middelste van mijn drie zoons zit bij het corps Commandotroepen in Roosendaal. Hij is een paar keer uitgezonden naar Afghanistan, naar Mali. Ik vertel dat, omdat sinds mijn Tommy commando is, mijn persoonlijke dodenherdenking anders is geworden. Ik denk dan aan Azdin Chadli uit Uden, Tom Krist uit Berkel-Enschot, Kevin van de Rijdt uit Tilburg, collega van Tommy. Jongens die stierven in Afghanistan. Ik ken hun portret, weet iets van hun leven. Door hen komen oorlog en geweld voor mij angstaanjagend dichtbij. Dat is elke keer weer een uiterst ongemakkelijk gevoel, maar niet onterecht toch: herdenken is pijnlijk, het gaat over - ik kan het niet anders uitdrukken - vlees en bloed.

    Voor zover ik weet is Brabant de enige provincie die haar gesneuvelden jaarlijks herdenkt. Dat is een goede zaak. Ik denk dat het ook onze morele plicht is om zoveel mogelijk van die gesneuvelden een gezicht te geven, een persoonlijk verhaal. Zij hebben allemaal het onuitwisbaar recht om door ons gekend te worden.

    Anton Versteden
    Dat recht heeft Anton Versteden uit Goirle, die een paar dagen voor de oorlog als dienstplichtige werd opgeroepen en op de tiende mei, de eerste oorlogsdag, ongeoefend en onervaren, werd ingezet bij de verdediging van het vliegveld Ockenburg bij Den Haag. Al vroeg in de ochtend werd hij getroffen in zijn been en bleef bloedend achter op het slagveld. Door het spervuur van de Duitsers kon hij pas in de avond worden opgehaald. Hij stierf korte tijd later ten gevolge van het bloedverlies. Anton werd 20 jaar.

    Dat recht om door ons gekend te worden heeft ook Jos Callaars uit Helmond die als dienstplichtig soldaat werd uitgezonden naar Ons-Indië. Na een bootreis van een maand werd hij gestationeerd op Java. Op 29 december 1948 reed hij met een pantserwagen op een bom, 200 liter benzine raakte in brand, zijn zwaar verminkte lichaam werd begraven in Soerabaja. Jos werd 20 jaar.

    En zo zijn er nog bijna 1.300 verhalen te vertellen. Zo'n 1.300 individuen die stierven voor de vrede of in naam van de vrede. In ieder geval voor ons dus.

    Korea
    Het BHIC - het Brabants Historisch Informatiecentrum, zeg maar het archief van de provincie - heeft onlangs besloten om geld en menskracht vrij te maken om - samen met de Stichting herdenking Brabantse gesneuvelden - zoveel mogelijk van onze gevallenen een gezicht te geven, een eigen verhaal. Dat wordt lastig, dat kan ik nu al zeggen, omdat veel van de gesneuvelden weliswaar niet naamloos zijn, maar voor het overige wel anoniem. Bovendien is de lijst verre van compleet. Als ik me alleen al beperk tot de Brabanders die in Korea zijn gesneuveld, dat zijn er geen 9, maar minstens 10 - dienstplichtig soldaat Jan van Extel uit Gemert sneuvelde daar ook - en vermoedelijk zelfs 12 volgens de Vereniging van Oud-Korea Strijders.

    Er moet nog veel onderzoek worden verricht. We hebben daarbij de medewerking nodig van alle Brabantse gemeenten. Op hun grondgebied staan niet alleen 412 oorlogsmonumenten, er zijn ook zo'n 120 heemkundekringen actief. Die verenigingen hebben vaak al heel wat gegevens over gesneuvelde dorpsgenoten verzameld en zij kunnen - waar nodig met onze ondersteuning - nader onderzoek doen. Zij zullen dat - naar ik aanneem - beschouwen als een eervolle opdracht. En natuurlijk gaan we een beroep doen op de nabestaanden.

    Eerbetoon
    Het is een omvangrijk project, maar het werk moet worden gedaan. Dat zijn wij aan onze doden verplicht. Een ereschuld moet worden ingelost. Opdat we in 2019 als we in Brabant 75 jaar vrijheid vieren, een digitale eregalerij hebben waarin gesneuvelden niet alleen met namen worden genoemd maar ook iets van hun persoonlijk leven wordt verteld. Als eerbetoon, uit dankbaarheid, als troost voor nabestaanden, maar ook voor onszelf, zodat wij in onze herdenking niet alleen aan aantallen hoeven te denken, maar ons mensen van vlees en bloed voor de geest kunnen halen. Echte mensen die hun bloed hebben vergoten, hun kostbare leven hebben gegeven. Wij mogen ze niet vergeten.