article
1.6718911
OPINIE - Werner van de Wouw is voorzitter van de kerngroep extramurale geestelijke begeleiding vanuit het Palliatief Netwerk Z.O. Brabant. Hij is de auteur van dit opinie artikel.
Opinie - Geldnood bij palliatieve thuiszorg
OPINIE - Werner van de Wouw is voorzitter van de kerngroep extramurale geestelijke begeleiding vanuit het Palliatief Netwerk Z.O. Brabant. Hij is de auteur van dit opinie artikel.
http://www.ed.nl/mening/opinie-geldnood-bij-palliatieve-thuiszorg-1.6718911
2016-12-08T09:00:00+0000
http://www.ed.nl/polopoly_fs/1.6718912.1481185524!image/image-6718912.JPG
Eindhoven,Opinieartikel,hermes
Mening
Home / Mening / Opinie - Geldnood bij palliatieve thuiszorg

Opinie - Geldnood bij palliatieve thuiszorg

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Beschrijving
      foto Robin Utrecht
    OPINIE - Werner van de Wouw is voorzitter van de kerngroep extramurale geestelijke begeleiding vanuit het Palliatief Netwerk Z.O. Brabant. Hij is de auteur van dit opinie artikel.

    Het aantal ouderen neemt fors toe. Dat betekent ook dat het aantal overlijdens zal toenemen. Een gevolg is dat de vraag naar palliatieve zorg groter wordt.

    Palliatieve zorg wordt gegeven in hospices, verpleeghuizen, bijna-thuis-huizen, soms in het ziekenhuis maar in toenemende mate gewoon thuis. Mensen die thuis verblijven worden begeleid en behandeld door de huisarts en verpleegd door een wijkverpleegkundige. Volgens de definitie van de Wereld Gezondheids Organisatie is het doel van palliatieve zorg om 'de kwaliteit van leven in de laatste levensfase te verbeteren door het voorkomen en verlichten van lijden'. Dat gebeurt 'door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling van pijn en andere problemen van lichamelijke, psychosociale en spirituele aard'.

    De zorg van de lichamelijke en psychosociale aspecten zijn in Nederland redelijk goed geregeld. Een probleem vormt vooral de aandacht voor de spirituele aspecten. Met spirituele aspecten worden vooral existentiële of zingevingsvragen bedoeld, ook wel 'trage vragen' genoemd. Wie in de laatste fase van zijn leven terechtkomt, kan zich allerlei vragen stellen die te maken hebben met de beleving van het ziekteproces, met het leven zoals dat geleefd is, met de naderende dood en het afscheid nemen van het leven, van naasten etc. Maar ook met morele kwesties als: wil ik de behandeling nog wel? Is euthanasie voor mij een optie? Hoe denken mijn naasten daarover?

    Dat zijn lastige vragen. Voor de patiënt, die er niet altijd woorden voor heeft en niet weet waar hij ermee terecht kan. Voor de naasten die hun eigen verdriet en vragen hebben en vaak elkaar er niet mee willen belasten. En ook voor professionele zorgverleners die deze vragen niet altijd herkennen of er geen raad mee weten. Zij hebben een dubbele taak: ze moeten alert zijn of er sprake is van een – vaak onuitgesproken – vraag op existentieel gebied en moeten vervolgens inschatten of zij zelf voldoende toegerust zijn om de noodzakelijke begeleiding te bieden of dat zij moeten verwijzen.

    Om die reden heeft Agora – een overkoepelende organisatie op het vlak van palliatieve zorg – in 2010 een richtlijn 'Spirituele zorg' opgesteld als praktische leidraad voor professionals. Op verzoek van staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid) heeft Agora onlangs een inventarisatie gemaakt van knelpunten op het vlak van geestelijke begeleiding thuis in de palliatieve fase. Hieruit blijkt dat patiënten hun 'trage vragen' vaak ervaren als een moeilijk te ontwarren kluwen: 'Wat overkomt me? Waar moet ik met die vragen heen?' Omdat deze vragen niet altijd worden gezien door naasten en zorgverleners, lijden patiënten vaak aan geestelijke eenzaamheid. Bovendien weten zij, maar ook zorgverleners vaak niet dat geestelijke begeleiding door professionals mogelijk is. Het belangrijkste knelpunt blijkt echter de financiering. Zelfs al hebben patiënten tijdens hun ziekenhuisopname geestelijke begeleiding ontvangen, dan nog kan die vrijwel nooit in de thuissituatie worden voortgezet, ook al is de nood hoog.

    Ook een door de staatssecretaris ingesteld praktijkteam palliatieve zorg, waar knelpunten gemeld konden worden, heeft over het ontbreken van duidelijke financiering veel klachten ontvangen.

    Van Rijn stuurde op 3 november een uitvoerige brief over de problemen in de palliatieve zorg aan de Tweede Kamer. Patiënten zouden volgens hem meer moeten kunnen kiezen waar zij de palliatieve zorg willen ontvangen en de financiering hiervan zou geen belemmering mogen zijn. 'Dit geeft de cliënt ruimte om bijvoorbeeld bewust voor een aanbieder te kiezen die geestelijke begeleiding bij het levenseinde biedt', aldus Van Rijn.

    Leve de marktwerking, ook wat betreft geestelijke begeleiding. Als zo'n aanbieder niet in de buurt zit, heeft de patiënt pech.

    Van Rijn wijst er ook op dat een verandering in het zorgveld moet komen met als doel een grotere bekendheid met geestelijke begeleiding. Want 'de verwijzing naar een geestelijk verzorger komt onvoldoende van de grond'.

    Wat betreft de moeilijkheden voor financiering wijst hij op een brief uit 2010 met een onduidelijk aangewezen en hypothetische weg. Deze komt er op neer, dat als de huisarts of wijkverpleegkundige de geestelijke begeleiding zelf niet kan bieden, zij een geestelijk verzorger moeten inschakelen en die uit hun budget moeten betalen. Of de bereidheid bestaat om een stuk van het eigen honorarium in te leveren ten gunste van geestelijke begeleiding – zoals Van Rijn wil – betwijfel ik sterk.

    Tijdens een werkconferentie van het Consortium Palliatieve Zorg Limburg en Z.O. Brabant spraken managers uit de zorg, artsen, wijkverpleegkundigen en vertegenwoordigers van het ministerie van VWS en beroepsverenigingen over de knelpunten van geestelijke begeleiding. Knelpunten waarvoor praktische oplossingen werden gezocht waren ook hier: Hoe maak je zorgverleners gevoelig voor dit soort vragen? Hoe zorg je ervoor dat de geestelijk verzorger een plek heeft in het palliatief proces? En vooral het heikele punt van de financiering.

    Ook hier werd geconstateerd dat de overheid dit belangrijke onderdeel van palliatieve zorg niet echt serieus neemt, als zij met een financieringsconstructie schermt die in de praktijk absoluut niet werkt, omdat geen enkele zorgverlener een stuk van zijn eigen budget wil inleveren. Waarom is het wél wettelijk geregeld binnen 24-uurszorg, maar hebben patiënten die thuis willen sterven gewoon pech?

    In Zuidoost-Brabant bestaat dit aanbod al meer dan twaalf jaar. Maar voor de financiering is men afhankelijk van toevallige overschotjes. De pot raakt nu leeg en patiënten staan binnenkort in de kou. Dus patiënten als u geestelijke begeleiding wilt, dan moet u volgens de staatssecretaris maar kiezen voor een zorgaanbieder die dit wél levert. Hospices, verpleeghuizen en ziekenhuizen zullen het dan nog drukker krijgen. Want bij hen is het aanbod wél gegarandeerd!