article
1.6135290
OPINIE - De auteur Ad Maas woont in Leende en is publicist
Opinie - Kortzichtige kritiek op KBO-Brabant
OPINIE - De auteur Ad Maas woont in Leende en is publicist
http://www.ed.nl/mening/opinie-kortzichtige-kritiek-op-kbo-brabant-1.6135290
2016-06-24T08:00:00+0000
http://www.ed.nl/polopoly_fs/1.4305442.1426100046!image/image-4305442.jpg
Heeze-Leende,Oudere,Opinieartikel,hermes
Mening
Home / Mening / Opinie - Kortzichtige kritiek op KBO-Brabant

Opinie - Kortzichtige kritiek op KBO-Brabant

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Fotograaf
    OPINIE - De auteur Ad Maas woont in Leende en is publicist

    Burgers hebben de rechter nodig om een taak van gemeenten gedaan te krijgen. Mogen die burgers dan enige twijfel hebben over onze overheden? In het ED van 17 juni geeft de Veldhovense wethouder Mariënne van Dongen-Lamers commentaar op een artikel van Wilma Schrover, directeur KBO-Brabant. Zij doet dat via een verwijt: ouderen worden door Schrover opnieuw onzeker gemaakt. Daar zit kennelijk de visie achter dat deze onzekerheid een tijdlang niet meer aan de orde was. Dat de wethouder opkomt voor het beleid ter plaatse is prima, maar merkwaardig is dat zij in haar artikel onbedoeld aangeeft dat een bepaalde onzekerheid wel degelijk terecht is.

    Gemeenten worstelen met de huishoudelijke hulp. Een transparant beleid en een eerlijke praktijk zijn niet eenvoudig te realiseren. Maar de kern van de zaak is dat burgers de rechter nodig hebben om een taak van gemeenten gedaan te krijgen. Mogen die burgers dan enige twijfel hebben over onze overheden? Mogen die burgers ook verbaasd opkijken als er een groot financieel overschot blijkt te zijn, terwijl sprake is van een zware bezuiniging van 40 procent in het kader van de Wmo?

    Volgens Mariënne van Dongen-Lamers zijn de overschotten op de Wmo in de meeste gemeenten vooral ontstaan door verminderde aanvraag van begeleiding en dagbesteding. Verminderde vraag? Zag de oudere en/of gehandicapte burger hier zomaar van af of werd er ander beleid ingevoerd? Het verwijt van de wethouder is misplaatst.

    Even terug in de tijd. Rijk en gemeenten zijn het eens geworden over de Wmo-deal. Waar waren de openbare protesten van gemeenten tegen een korting van 40 procent waarmee de rechter nu klaarblijkelijk rekening zou moeten houden? Maar er is meer. Gemeenten hebben zich laten welgevallen dat de voor Wmo bestemde gelden niet geoormerkt waren? Was wellicht de idee dat in een land met inderdaad duistere zorgpraktijken best stevig te bezuinigen was en dat je dat vele geld vooral ook goed kon gebruiken omdat het niet geoormerkt was? Waarom liet het rijk een voorspelbare gang van zaken toe?

    De Wmo-maatregel viel samen met de financiële en economische crisis waardoor de grondpolitiek van veel gemeenten in aanzienlijke mate ging mislukken. Allerlei plannen waren gebaseerd op inkomsten die nog moesten komen. Ze kwamen niet of onvoldoende. Ewald Engelen, hoogleraar Universiteit van Amsterdam, waarschuwde vele jaren geleden al voor deze ingrijpende problematiek.

    Wat mij betreft zit het probleem nog wat dieper. Gemeenten zijn geen ondernemingen, al moeten ze wel bedrijfsmatig werken. Ze zijn overheid en ze hebben dus geen klanten maar burgers. En bij gevolg zijn ze (vaak) dienstverlener maar ook bepaler van beleid en handhaver daarvan.

    De overdracht van de Wmo-verantwoordelijkheid van rijk naar gemeenten verdient veel meer aandacht. Ik noem enkele aspecten. Vanuit het rijk gezien ging het om een snelle en zware bezuiniging, zo ingekleed dat gemeenten er tamelijk geruisloos in mee gingen. Interessant daarbij is dat gemeenten met gesloten begrotingen moeten werken. Ze kunnen in principe aangepakt worden door provincie en rijk bij wanbeleid. Bij het rijk is dat niet zo en zijn er lossere teugels, uiteraard op de vingers gekeken door de politiek, dus een wisselvallig spel zonder einde. De rijksoverheid meende ook nog de noodzaak van een participatiemaatschappij te moeten verkondigen. Uiterst beledigend voor tal van burgers die nooit te lui waren om anderen te helpen – ons land hangt van vrijwilligerswerk aan elkaar – maar ze 'vergat' de maatschappij voor te bereiden op nieuwe vormen van verplichte en afgedwongen participatie. Een maatschappijbreed debat was nergens te bekennen.

    In 2013 verscheen het boek De affectieve burger: Hoe de Overheid verleidt en verplicht tot Zorgzaamheid op basis van een vierjarig diepgravend onderzoek. In deze voortreffelijke publicatie is exact voorspeld wat zou gebeuren. En dat niet alleen, het opent ook de ogen voor zaken die we sluipenderwijs gewoon zijn gaan vinden. De term 'keukentafelgesprek' klinkt gemoedelijk, maar is vaak een eufemisme om burgers thuis het korten op ondersteuningsmogelijkheden aan te zeggen.

    Een ander punt: zo gauw je vrijwilligerswerk min of meer gaat verplichten, ontneem je burgers mogelijkheden om zich edelmoedig en sociaal te profileren. Het gaat dan om het ondermijnen van generositeit en het bevorderen van een maatschappij van plichten en afstraffen.

    Een ander voorbeeld tenslotte is dat we kennelijk aanvaarden dat burgers in de ene gemeente anders behandeld worden dan in een andere. Dat elke burger staatsburger van Nederland is en dus niet geografisch gediscrimineerd mag worden, is buiten beeld gebleven. Politiek opportunisme heeft voorrang gekregen boven rechtmatigheid en rechtvaardigheid. Tijd voor rechtszaken.

    Ik ben ervan overtuigd dat de meeste burgers inzien dat een aantal zorgtaken in onze maatschappij moet veranderen, maar de politieke en bestuurlijke gang van zaken tot nu toe levert daar geen constructieve bijdrage aan. Maar wat moet je in een land waarin de minister-president meent dat visie de olifant is die het uitzicht belemmert. Geen visie werkt klaarblijkelijk beter. De vraag is voor wie. Gelukkig zien we steeds meer dat individuele burgers en groepen burgers zich in hun sociale verantwoordelijkheid niet afhankelijk en afwachtend opstellen maar initiatief tonen en op verantwoorde wijze aan de slag gaan.