Leon de Jong (PVV Den Haag) en Geert Wilders. FOTO ROBIN UTRECHT
Volledig scherm
Leon de Jong (PVV Den Haag) en Geert Wilders. FOTO ROBIN UTRECHT

Opinie - 'Minder Marokkanen' van Wilders is verachtelijk

OPINIE - Rob Schoonen is kunstredacteur van het ED. Hij is de auteur van deze opiniebijdrage.

Mijn vader had niet veel op met Duitsers. Wat wil je ook, als je de Tweede Wereldoorlog hebt doorgemaakt in Rotterdam. In de jaren erna deden we desondanks tijdens vakanties ook Duitsland aan, en dronken pa en ma gewoon een borrel met de campingbaas en diens vrouw.

Thuis kon pa toch af en toe wel eens flink uithalen en moesten de moffen het weer ontgelden. Dat begreep ik wel, maar enig tegengas vond ik wel op z'n plaats; ook al omdat mijn toenmalige vriendin in Frankfurt woonde. Die discussies over de pro's en contra's van Duitsers leverden uiteindelijk steevast een status quo op; tot tevredenheid van beiden. Die gesprekken kwamen twee jaar geleden weer bovendrijven op de avond van de 19e maart. Toen PVV-voorman Geert Wilders zijn inmiddels vaak aangehaalde 'minder Marokkanen'-uitspraak deed. En daarmee aangaf de Marokkanen in Nederland niet te willen, en ervoor zou zorgen dat ze zouden verdwijnen. Ik heb – na een nacht slapen – de volgende dag de gang naar het politiebureau gemaakt en heb aangifte gedaan. Waarom? Omdat Wilders in het openbaar een raciaal discriminerende uitspraak had gedaan. En dat volgens mij niet kan worden toegestaan in een land waar vrijheid van meningsuiting zeker wel een groot goed is (sprak de journalist) maar waar de fundamentele rechten op vrijheid, in welke zin dan ook, minstens zo belangrijk zijn (sprak de in vrijheid levende Nederlander).

Wat ik van de gesprekken met mijn vader heb geleerd, is dat je een ongelooflijke hekel kunt hebben aan mensen en dat je ze zelfs kunt haten en dat dergelijke gevoelens een grond hebben die bijna onwrikbaar is. Erover praten deed mijn vader niet graag; het was meer lucht geven aan zijn woede, zijn onbegrip en ook angst – want het 'zou zomaar nog eens kunnen gebeuren'. Dat laatste heb ik altijd weggewuifd; rekenend op het gezonde boerenverstand van onze bestuurders. Een tamelijk naïeve gedachte dus, bleek op die 19e maart, twee jaar geleden.

Dat iemand vlakweg zegt ervoor te gaan zorgen dat er minder Marokkanen in Nederland gaan zijn, is verachtelijk. Het botst bovendien met het eerste artikel van onze grondwet: 'Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.' Daar is geen woord Latijn bij en dat zullen de rechters die uitspraak doen ongetwijfeld ook vinden en dus naar bevind van zaken oordelen. Ik wens ze desalniettemin alle wijsheid toe bij het formuleren van het vonnis.

Wat ik verder hoop, oprecht hoop, is dat Wilders en de zijnen na de uitspraak inzien dat botweg discrimineren niet alleen niet door de beugel kan, maar dat het op geen enkele wijze zoden aan de dijk zet. Sterker; het werkt alleen maar contraproductief en maakt uiteindelijk respectvol samenleven vrijwel onmogelijk.

Dat had mijn vader dus prima in de gaten: af en toe flink vloeken op de mensen die in '40-'45 verschrikkelijk huis hebben gehouden in West-Europa, en weten dat de schuldigen zijn gestraft: prima. Maar vervolgens wel een borrel drinken met Klaus uit Bodensee en met hem praten over de toekomst van Duitsland en Nederland en – belangrijker: de Nederlanders en de Duitsers. En even later mijn Duitse vriendin welkom heten in zijn huis. Eigenlijk is het is allemaal zó simpel.