article
1.6112846
OPINIE - Martin Boerman woont in Geldrop. Hij haakt in op het artikel van Gerrit Wolbers 'Werkenden betalen te weinig pensioenpremie' (ED 9 juni) waarin volgens hem verkeerde conclusies worden getrokken.
Opinie - Rente is spelbreker voor iedereen
OPINIE - Martin Boerman woont in Geldrop. Hij haakt in op het artikel van Gerrit Wolbers 'Werkenden betalen te weinig pensioenpremie' (ED 9 juni) waarin volgens hem verkeerde conclusies worden getrokken.
http://www.ed.nl/mening/opinie-rente-is-spelbreker-voor-iedereen-1.6112846
2016-06-16T08:43:00+0000
http://www.ed.nl/polopoly_fs/1.5399950.1446529767!image/image-5399950.jpg
Eindhoven,Bank,Opinieartikel,hermes
Mening
Home / Mening / Opinie - Rente is spelbreker voor iedereen

Opinie - Rente is spelbreker voor iedereen

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Fotograaf
    OPINIE - Martin Boerman woont in Geldrop. Hij haakt in op het artikel van Gerrit Wolbers 'Werkenden betalen te weinig pensioenpremie' (ED 9 juni) waarin volgens hem verkeerde conclusies worden getrokken.

    Zowel de huidige als de toekomstige gepensioneerde spaart te weinig. Vergeleken met jongeren zijn ouderen bij de huidige lage rentes nog goed af. De rekening wordt doorgeschoven naar de toekomst in de hoop op betere tijden. Gerrit Wolbers trekt in zijn opinieverhaal 'Werkenden betalen te weinig pensioenpremie' (ED 9 juni) verkeerde conclusies, waarschijnlijk op basis van sentimenten die al enkele jaren bij een grote groep gepensioneerden leven.

    Pensioen is in wezen simpel. Je bepaalt welk vermogen iemand nodig heeft om een aantal jaren van te kunnen leven, rekening houdend met aanvullende inkomsten zoals AOW. Stel dat iemand gemiddeld tien jaar na zijn pensionering leeft en elk jaar 20.000 euro pensioen nodig heeft, dan moet je 200.000 euro bij elkaar sparen. Gelukkig krijg je rente als je spaart; je hoeft dus niet, als je veertig jaar werkt, elk jaar 5.000 euro apart te leggen om die 200.000 euro te bereiken. Bij jaarlijks gemiddeld 4 procent rente heb je al snel veel minder dan de helft van dat bedrag aan inleg nodig. Belangrijke kanttekening daarbij is dat je in dit versimpelde voorbeeld niet slechts veertig jaar rente incalculeert om dat totaalbedrag aan pensioenvermogen op te bouwen, maar vijftig jaar. In de jaren na je pensionering loopt de rente nog gewoon door. De opbouw van je pensioen stopt dus niet na je pensionering.

    Het voorgaande is in het kort wat pensioenfondsen doen: ze combineren verwachtingen over toekomstige geldbehoeften met verwachtingen over gemiddelde leeftijd na pensionering en verwachtingen over toekomstige rentestanden en bepalen zo welk bedrag aan pensioenpremie gespaard moet worden om dat vermogen te bereiken.

    Nu mogen pensioenfondsen al geruime tijd niet meer met een rente in de orde van grootte van 4 procent rekenen. Er is dus eigenlijk van iedereen veel meer geld nodig om dat benodigde pensioenvermogen te halen. Dat geldt dus ook voor degenen die nu gepensioneerd zijn: ook voor hun pensioen is de rente voor het laatste stuk opbouw van hun pensioenvermogen er ineens niet meer. Ook hun spaarpot heeft dus een tekort, al is het tekort kleiner naarmate je ouder bent.

    Wie al veertig jaar gespaard heeft met 4 procent rente en dan nog tien jaar moet sparen met 1 procent rente – in zo'n situatie verkeren de huidige gepensioneerden – is dan nog spekkoper vergeleken met degene van wie verwacht wordt dat hij in de vijftig jaar die hij nog moet sparen alleen maar mag uitgaan van 1 procent rente – en in die situatie verkeren jongeren. Zij moeten heel veel meer geld opzij leggen dan de huidige gepensioneerden in het verleden hebben gedaan om hetzelfde pensioenvermogen te bereiken. Maar als de pensioenfondsen de premie zo enorm zouden verhogen, zou bij een gelijkblijvend salaris te weinig geld overblijven om in het hier en nu van te leven. Bij dit dilemma wordt de rekening doorgeschoven naar de toekomst, in de (ijdele?) hoop dat betere tijden ooit nog wel eens zullen terugkeren; of ervan uitgaand dat wie dan leeft, dan zorgt.

    Als De Nederlandsche Bank opmerkt dat pensioenfondsen te weinig pensioenpremie inhouden op de inkomens van werkenden, wordt daarmee dus bedoeld dat gelet op de rekenrentes die nu gehanteerd worden, er eigenlijk te weinig gespaard wordt. En dat geldt dus ook voor degenen die nu gepensioneerd zijn. Zij hebben in het verleden, gelet op de huidige rekenrentes, ook te weinig gespaard om het beloofde pensioenvermogen te kunnen bereiken. In het verleden is er namelijk door de pensioenfondsen, onkundig met de huidige situatie van extreem lage en zelfs soms negatieve rentes, vanuit gegaan dat ze dat beloofde pensioenvermogen altijd wel konden waarmaken. Inmiddels weten we beter.

    Er vindt dus geen waarde-overdracht plaats van de oudere naar de jongere generatie, zoals Wolbers veronderstelt. Integendeel; op mijn eigen pensioenoverzicht kan ik, als werkende vijftigplusser zien dat mijn opgebouwde pensioen ook al jaren niet geïndexeerd is (net als bij de gepensioneerden), maar ik zie op mijn salarisstroken wel dat ik nu een veel groter deel van mijn inkomen moet afstaan aan het pensioenfonds dan ik gewend was in de tijd waarin Wolbers ook nog werkte.

    Het enige verschil tussen Wolbers en mij is dat ik nu nog salaris ontvang waarop een steeds hogere pensioenpremie kan worden ingehouden om mijn pensioentekort (naar huidige inzichten) nog gedeeltelijk te repareren. Voor Wolbers is dat niet meer mogelijk, omdat hij geen salaris meer ontvangt.

    Mijnheer Wolbers, u mag met mij ruilen. Zeg maar wat hebt u liever hebt: een pensioen dat niet geïndexeerd wordt, maar waarvoor ook geen premie meer betaald hoeft te worden, of een pensioen dat net zo min geïndexeerd wordt maar waarvoor wel een steeds hogere premie betaald moet worden en waarvan De Nederlandsche Bank desondanks verwacht dat het te weinig is om dat toegezegde, niet-geïndexeerde pensioen te bereiken?