article
1.6185669
OPINIE - Bert van Roermund is rechtsfilosoof. Hij is de auteur van dit opinie artikel.
Opinie - Stereotypen werken in theater door dubbele laag
OPINIE - Bert van Roermund is rechtsfilosoof. Hij is de auteur van dit opinie artikel.
http://www.ed.nl/mening/opinie-stereotypen-werken-in-theater-door-dubbele-laag-1.6185669
2016-07-12T08:00:00+0000
http://www.ed.nl/polopoly_fs/1.3606898.1408342969!image/image-3606898.JPG
Kaatsheuvel,Cultuur,Opinieartikel,hermes
Mening
Home / Mening / Opinie - Stereotypen werken in theater door dubbele laag

Opinie - Stereotypen werken in theater door dubbele laag

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Entree van de Efteling
      Titel
      Entree van de Efteling
      Beschrijving
      Entree van de Efteling.
    OPINIE - Bert van Roermund is rechtsfilosoof. Hij is de auteur van dit opinie artikel. 

    Niet het Sprookjesbos maar twee toonbeelden van wansmaak in de Efteling liggen onder vuur. Schilder de kannibaal wit en zet de scheve ogen recht. Na Zwarte Piet moet de Efteling het ontgelden. Een clubje dat zich Stop Oppressive Stereotypes (SOS) noemt, schreef een brief aan de directie van het pretpark: ze vinden met name Monsieur Cannibale en het Carnaval Festival 'beledigend en uiterst racistisch'. Ik herinner mij van mijn laatste bezoek inderdaad een zwarte figuur met dikke lippen die een mallemolen van 'vleespotten' domineert, alsook enige exotische mannetjes en vrouwtjes met scheefstaande ogen en een spraakgebrek. SOS wijst zonder aarzeling op de indoctrinerende werking die de Efteling met deze stereotypen op kinderen uitoefent. En dan komt de klapper: onderdrukking begint met stereotypen en eindigt met genocide. Daarom voelt SOS zich gerechtigd om 'acties' tegen het pretpark in het vooruitzicht te stellen, mochten de attracties in deze vorm gehandhaafd blijven.

    Herkennen
    Stereotypen zijn in zekere zin per definitie onderdrukkend: ze drukken individuele verschillen tussen mensen weg en vervangen ze door een 'stevig aangezet' . Geen wonder dat individuele mensen zich niet in die beelden herkennen. Dat is ook niet de bedoeling. Ze moeten er zich vaag in kunnen herkennen en tegelijkertijd afstand kunnen bewaren. Zo werkt het in het theater, de romankunst en de film. Antigone bijvoorbeeld, de heldin in Sophocles' beroemde Griekse tragedie, is het stereotype van een burger die door roeien en ruiten gaat om haar morele overtuiging boven de wetten van het land te stellen. Ze moet dat tenslotte met haar leven bekopen. Niemand van ons is Antigone en tegelijk fascineert ons haar verhaal, omdat we ons enigszins in haar herkennen. Wie droomt er niet van, de overheid te trotseren in de naam van zijn eigen 'groot gelijk'?

    SOS in ieder geval wel. En zegt u zelf: zouden we ons in Antigone niet herkennen, dan lag het drama allang bij de patronaatstukken van honderd jaar geleden. Behalve tragedies staan ook sprookjes vol met dergelijke stereotypen, niet alleen van mensen, maar ook van dieren. Wie kent ze niet: de goede fee, het onschuldige meisje, de slimme knecht? En de boze wolf, de lelijke kikker, de sluwe vos. Onderschat die beelden niet. Ze worden inderdaad soms gebruikt ter rechtvaardiging van gruweldaden. Zo werden in de aanloop naar de Rwandese genocide in 1994 de Hutu's in opruiende radio-uitzendingen stelselmatig voorgesteld als 'kakkerlakken', enge beesten die je beter meteen kunt doodtrappen.

    Kapotmaken
    Maar om ze voor dit soort doeleinden te gebruiken, moet je de stereotypen van de sprookjes eerst ontdoen van hun dubbele lading. Je moet het 'vreemde' van een kikker eerst omzetten in het 'enge' van een kakkerlak. Je moet van Antigone eerst een ongehoorzame burger maken, in plaats van iemand die verscheurd wordt tussen de goden van haar stad en de heersers van diezelfde stad.

    Met andere woorden: je moet sprookjes eerst kapotmaken voordat je hun stereotypen kunt gebruiken voor wrede doeleinden. Of voordat je anderen ervan kunt beschuldigen dat ze zulk gebruik voorstaan. Dat laatste gebeurde in de discussie over Zwarte Piet. De kritiek richtte zich op slechts één dimensie van het Zwarte Piet- sprookje (de zwarte medemens als knecht van de blanke) en weigerde mee te gaan met andere, zelfs tegengestelde lijnen in datzelfde verhaal. Bijvoorbeeld dat er vele manieren zijn om als knecht zwart te worden (roet, stof, smeer) en te blijven. Of algemener: dat je alleen maar baas kunt zijn als je ondergeschikten je in vrijheid erkennen als hun baas; dus dat je net zo min eeuwig baas kunt zijn als eeuwig knecht. Dit soort subtiliteiten is niet besteed aan de actiegroep SOS: die wil gewoon 'de kannibaal' witgeschilderd zien en alle scheve ogen recht.

    Doen dus, want de eigenlijke uitdagingen liggen elders. Voor de Efteling is de vraag hoe het komt dat SOS zich niet richt op al die stereotypen van het Sprookjesbos, maar tegen de twee 'attracties' die al decennialang het toonbeeld van wansmaak vormen in het pretpark. Komt dat misschien omdat die inderdaad zo platvloers zijn dat er geen dubbele laag in te ontdekken valt?