article
1.6331518
OPINIE - Farah Karimi is algemeen directeur van Oxfam Novib. Hij heeft deze opiniebijdrage geschreven.
Opinie - Stop schending van het oorlogsrecht door staten
OPINIE - Farah Karimi is algemeen directeur van Oxfam Novib. Hij heeft deze opiniebijdrage geschreven.
http://www.ed.nl/mening/opinie-stop-schending-van-het-oorlogsrecht-door-staten-1.6331518
2016-09-02T08:00:00+0000
http://www.ed.nl/polopoly_fs/1.6331519.1472801800!image/image-6331519.JPG
Eindhoven,Opinieartikel,hermes
Mening
Home / Mening / Opinie - Stop schending van het oorlogsrecht door staten

Opinie - Stop schending van het oorlogsrecht door staten

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Beschrijving
      Een buurt in Aleppo vernietigd door een raketaanval. foto ANP
    OPINIE - Farah Karimi is algemeen directeur van Oxfam Novib. Hij heeft deze opiniebijdrage geschreven. 

    Goed dat minister Ploumen geld vrijmaakt om hulpverleners beter te trainen in onderhandelen (ED Opinie 20 augustus). Intussen laat zij echter na om bondgenoten aan te spreken op schendingen van internationaal recht. Minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) stelde in het ED dat hulporganisaties harder en beter moeten gaan onderhandelen met strijdende partijen om de noodzakelijke hulp te kunnen leveren. Zij maakt daarom geld vrij voor trainingen onderhandelingstactieken voor hulporganisaties. Een goed streven, maar de minister zwijgt over de verantwoordelijkheid van de Nederlandse regering om leiders en bondgenoten aan te spreken op grove schendingen van het oorlogsrecht in bijvoorbeeld Jemen en Syrië. Bovendien zijn het ook staten die het humanitaire organisaties moeilijk maken om in conflictsituaties te onderhandelen met strijdende partijen.

    Niet zo simpel
    De minister insinueert dat het vooral 'gewapende groepen' zijn die de regels van het oorlogsrecht schenden. Zo simpel is het niet. Ook staten schenden het internationaal recht, ook landen die een zetel hebben in de VN Veiligheidsraad of dit jaar aanschoven bij de World Humanitarian Summit, waar precies dit soort onderwerpen werd besproken. Zo worden ziekenhuizen in Jemen steeds vaker gebombardeerd door de coalitie onder leiding van een belangrijke Nederlandse handelspartner: Saoedi-Arabië. Ook ambulances, hulpverleners, scholen en hulpkonvooien liggen letterlijk onder vuur. De coalitie veroorzaakt daarmee volgens de VN twee keer zoveel burgerslachtoffers als alle andere partijen in het Jemenitische conflict bij elkaar opgeteld. In Syrië is de rol van Rusland, een belangrijk handelspartner van Nederland, zeer dubieus. Rusland blijft wapens leveren aan het Syrische leger. Syrische troepen hebben luchtaanvallen uitgevoerd op ziekenhuizen en andere medische faciliteiten. Mede daardoor zijn in Aleppo, een van de zwaarst bevochten steden in Syrië, nog maar 30 dokters voor 300.000 inwoners.

    Strijdende partijen
    Minister Ploumen wekt de indruk dat onderhandelen met strijdende partijen iets nieuws is. Dat klopt niet. Lokale partnerorganisaties van Oxfam Novib, werkzaam in conflictgebieden als Afghanistan en Congo, onderhandelen met alle belangrijke spelers, inclusief strijdende partijen, om toegang te krijgen. Dat geldt voor de meeste organisaties. Het gaat er niet om of hulporganisaties niet kunnen of willen onderhandelen. Overheden, die veelal als donor geld voor noodhulp aan hulporganisaties beschikbaar stellen, maken het door excessieve antiterrorisme-wetgeving steeds moeilijker om in complexe conflictsituaties te werken. Zo benaderen overheden een conflict vaak primair vanuit terrorismebestrijding. Daarom vragen ze van hulporganisaties steeds vaker militair-strategische informatie over de mensen die geholpen worden. Dit doet afbreuk aan de humanitaire principes van neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid en kan een bedreiging vormen voor hulpverleners. Een aantal hulporganisaties is genoodzaakt fondsen van deze donoren niet meer aan te nemen, of hun werk in gebieden onder het gezag van terreurgroepen te staken. Ook door hulporganisaties aangeboden trainingen in internationaal humanitair recht kunnen door overheden geassocieerd worden met het 'financieren van terrorisme'.

    Angst
    Donoren eisen ook steeds vaker vergaande criminele aansprakelijkheid. Hoewel de angst van donoren om indirect terrorisme te financieren begrijpelijk is, hebben verreweg de meeste organisaties hun zaken op orde. Risico's kunnen echter nooit helemaal worden uitgesloten, vooral in oorlogssituaties. Donoren moeten beperkte risico's aanvaarden en niet afschuiven op de 'werkvloer'. Dit maakt het moeilijk voor hulporganisaties om slagvaardig in oorlogsgebieden te werken. Er moeten steeds hogere kosten worden gemaakt voor het inwinnen van juridisch advies. Tenslotte negeert de minister het nijpende tekort aan noodhulpfondsen. Zonder geld, geen hulp. Zo simpel is het. Een voorbeeld: het gewelddadige conflict tussen Boko Haram en het Nigeriaanse leger heeft geleid tot Afrika's snelst groeiende vluchtelingencrisis. 2,6 miljoen mensen zijn hun huizen ontvlucht. Ruim 9 miljoen mensen hebben onmiddellijke humanitaire hulp nodig. Toch is maar 22 procent van de door de VN gevraagde 453 miljoen euro ontvangen. Dit is geen uitzondering, vrijwel alle crisissen in de wereld zijn jarenlang chronisch onder-gefinancierd.

    Dweilen met de kraan open
    Natuurlijk is het een nuttig idee van de minister om door middel van trainingen in onderhandelingen de toegang tot hulp te vergroten. Maar alleen actoren met juridische, economische en militaire machtsmiddelen kunnen respect voor het internationaal recht afdwingen. Dit is een taak voor overheden. Zonder het aanpakken door overheden van flagrante schendingen van regeringen zelf, het opheffen van excessieve regelgeving en het adequaat financieren van hulp blijft het dweilen met de kraan open. Nederland moet meer druk uitoefenen op bondgenoten en handelspartners om een einde te maken aan grove mensenrechtenschendingen. Nederland is een van de grote voorlopers op het gebied van de internationale rechtsorde, heeft een zetel in de VN Mensenrechtenraad en deelt vanaf volgend jaar een zetel in de Veiligheidsraad met Italië. Politieke en economische druk op regeringen die het humanitair recht aan hun laars lappen is een oplossing waar humanitaire organisaties, maar vooral de slachtoffers van gewelddadige conflicten, echt wat aan hebben.