Waarom Oirschot mooier is dan Boekel
- Foto's
- 1
Het is een illusie om te denken dat dorpse en landschappelijke schoonheid vanzelf tot stand komt met een zo groot mogelijke vrijheid voor particuliere initiatieven.
Burgers spreken de overheid er terecht op aan om stimulerend, en zonodig regulerend op te treden.
Oirschot heeft een lange geschiedenis in het omgaan met het erfgoed. In 1928 stuurde de toenmalige burgemeester Ch. Janssens al de bouwplannen voor beoordeling 'schoonheid' naar de Bond Heemschut in Amsterdam. De bond gaf adviezen, keurde slechte plannen af en maakte nieuwe ontwerpen met landelijke architectonische elementen. Een prachtig voorbeeld is Gasthuisstraat 103 waarvoor in 1931 een nieuwe woning met een postkantoor werd ontworpen. Verder had de gemeente het geluk twee goede architecten in huis te hebben, Jan Beks en Jac Priem. Deze ontwierpen veel mooie woningen en boerderijen.
De opvolger van burgemeester Janssens was Ed Steger (1938- 1967), de grote conservator van het huidige Oirschot. Een bevlogen man die de 'schoonheid' voor het erfgoed Oirschot hoog in het vaandel had. Hij zorgde voor een aanvulling op de politieverordening met het doel ontsierende reclame te weren. In 1952 haalde hij architect Fons Vermeulen binnen, een volgeling van de Bossche school die bijvoorbeeld de woonwijk de Pullen en woningen aan de Cantorij en Parallelweg ontwierp. In Helmond werd voor de nieuwe wijk Brandevoort het dorp Oirschot als uitgangspunt genomen.
De welstandsadvisering is sinds de laatste wijziging van de Woningwet zo geregeld dat de gemeenteraden zelf de richtlijnen, aandachtspunten, prioriteiten en criteria kunnen vaststellen. Bijna alle gemeentebesturen willen een zekere invloed hebben op de waardevolle esthetische karakteristieken van hun buurten. Dat kan bijvoorbeeld met behulp van een beeldkwaliteitsplan, waarin beeldregie, materiaal- en kleurkeuzes en vormgevingsprincipes worden vastgelegd. Goede architecten zijn zelfs blij met de welstand.
De modernisering heeft tot doel het welstandsadvieswerk controleerbaar te maken voor het lokale bestuur. Daar wordt niet alleen een cultuurpolitiek belang mee gediend maar ook een economisch. De waarde van onroerend goed is immers vooral afhankelijk van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Daarom zijn woningen in Oirschot duurder dan in bijvoorbeeld Boekel.
Indien welstandstoezicht wordt afgeschaft zal zeker een verschraling optreden van de kwaliteit van de omgeving. Het is echt 'populistische' dorpspolitiek om inwoners hiermee te misleiden. Wie let er nog op ons cultureel erfgoed en hoe zal hiermee worden omgegaan? De kwaliteit, de identiteit en de tijdskenmerken van de bouwwerken zullen vervagen en verdwijnen en er zal verdere verrommeling optreden.
De overheid dient primair verantwoordelijk te blijven voor de culturele waarden van gebouwen en het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Gemeentelijk erfgoed is belangrijk voor een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat. Vanaf 1 januari moet cultuurhistorisch beleid opgenomen worden in nieuwe bestemmingsplannen, welstand is hiervan een onderdeel. Waar zijn de bevlogen wethouders en ambtenaren gebleven die het erfgoed koesteren?
Eindhoven doet mee als kandidaat voor culturele hoofdstad, maar wil de verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke kwaliteit niet langer op zich nemen, een stad onwaardig.
Een 'fatsoenlijk' stadsontwikkelingsbeleid begint en eindigt met een slagvaardig en geïnspireerd beleid op het gebied van openbare ruimte en behoud van erfgoed.
-
De auteur is architect en stedenbouwkundige en voorzitter van de stichting Behoud Erfgoed Oirschot.
Oirschot heeft een lange geschiedenis in het omgaan met het erfgoed. In 1928 stuurde de toenmalige burgemeester Ch. Janssens al de bouwplannen voor beoordeling 'schoonheid' naar de Bond Heemschut in Amsterdam. De bond gaf adviezen, keurde slechte plannen af en maakte nieuwe ontwerpen met landelijke architectonische elementen. Een prachtig voorbeeld is Gasthuisstraat 103 waarvoor in 1931 een nieuwe woning met een postkantoor werd ontworpen. Verder had de gemeente het geluk twee goede architecten in huis te hebben, Jan Beks en Jac Priem. Deze ontwierpen veel mooie woningen en boerderijen.
De opvolger van burgemeester Janssens was Ed Steger (1938- 1967), de grote conservator van het huidige Oirschot. Een bevlogen man die de 'schoonheid' voor het erfgoed Oirschot hoog in het vaandel had. Hij zorgde voor een aanvulling op de politieverordening met het doel ontsierende reclame te weren. In 1952 haalde hij architect Fons Vermeulen binnen, een volgeling van de Bossche school die bijvoorbeeld de woonwijk de Pullen en woningen aan de Cantorij en Parallelweg ontwierp. In Helmond werd voor de nieuwe wijk Brandevoort het dorp Oirschot als uitgangspunt genomen.
De welstandsadvisering is sinds de laatste wijziging van de Woningwet zo geregeld dat de gemeenteraden zelf de richtlijnen, aandachtspunten, prioriteiten en criteria kunnen vaststellen. Bijna alle gemeentebesturen willen een zekere invloed hebben op de waardevolle esthetische karakteristieken van hun buurten. Dat kan bijvoorbeeld met behulp van een beeldkwaliteitsplan, waarin beeldregie, materiaal- en kleurkeuzes en vormgevingsprincipes worden vastgelegd. Goede architecten zijn zelfs blij met de welstand.
De modernisering heeft tot doel het welstandsadvieswerk controleerbaar te maken voor het lokale bestuur. Daar wordt niet alleen een cultuurpolitiek belang mee gediend maar ook een economisch. De waarde van onroerend goed is immers vooral afhankelijk van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Daarom zijn woningen in Oirschot duurder dan in bijvoorbeeld Boekel.
Indien welstandstoezicht wordt afgeschaft zal zeker een verschraling optreden van de kwaliteit van de omgeving. Het is echt 'populistische' dorpspolitiek om inwoners hiermee te misleiden. Wie let er nog op ons cultureel erfgoed en hoe zal hiermee worden omgegaan? De kwaliteit, de identiteit en de tijdskenmerken van de bouwwerken zullen vervagen en verdwijnen en er zal verdere verrommeling optreden.
De overheid dient primair verantwoordelijk te blijven voor de culturele waarden van gebouwen en het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Gemeentelijk erfgoed is belangrijk voor een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat. Vanaf 1 januari moet cultuurhistorisch beleid opgenomen worden in nieuwe bestemmingsplannen, welstand is hiervan een onderdeel. Waar zijn de bevlogen wethouders en ambtenaren gebleven die het erfgoed koesteren?
Eindhoven doet mee als kandidaat voor culturele hoofdstad, maar wil de verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke kwaliteit niet langer op zich nemen, een stad onwaardig.
Een 'fatsoenlijk' stadsontwikkelingsbeleid begint en eindigt met een slagvaardig en geïnspireerd beleid op het gebied van openbare ruimte en behoud van erfgoed.
-
De auteur is architect en stedenbouwkundige en voorzitter van de stichting Behoud Erfgoed Oirschot.