article
1.4391527
OPINIE - Jan Luiten is bestuurslid van de Henri van Abbe Stichting, de 'erfgoedwaakhond' van Eindhoven.
Welstandsvrij bouwen als heilig ideaal
OPINIE - Jan Luiten is bestuurslid van de Henri van Abbe Stichting, de 'erfgoedwaakhond' van Eindhoven.
http://www.ed.nl/mening/welstandsvrij-bouwen-als-heilig-ideaal-1.4391527
2014-06-06T04:00:00+0000
http://www.ed.nl/polopoly_fs/1.4391528.1401977228!image/image-4391528.JPG
Eindhoven,Opinieartikel,hermes
Mening
Home / Mening / Welstandsvrij bouwen als heilig ideaal

Welstandsvrij bouwen als heilig ideaal

Foto's
1
Reacties
Reageer
    OPINIE - Jan Luiten is bestuurslid van de Henri van Abbe Stichting, de 'erfgoedwaakhond' van Eindhoven.

    Er is in Eindhoven en ook landelijk veel te doen over 'deregulering'. Het afschaffen van regels die het dagelijks leven beknellend en overbodig lastig maken. Dat is ook de vlag waaronder het gemeentebestuur van Eindhoven de nota 'Welstandsvrij bouwen' heeft gepresenteerd. Wat wil ons gemeentebestuur?

    Zonder welstand is er meer ruimte voor innovatie.

    75 procent van alle bouwaanvragen voldoet nu al aan de redelijke eisen van welstand.

    Minder regels voor de burger.

    Monumenten houden hun bescherming.

    Welstand afschaffen mag binnen de huidige wetgeving. Waarom maak ik me dan grote zorgen over deze alleszins redelijk lijkende intenties?

    In discussies blijkt duidelijk dat bouwers en bewoners niet alleen in een aantrekkelijke omgeving willen wonen, maar dat ze die ook willen beschermen. Zo staat het recht op maximale vrijheid van de ene burger op gespannen voet met het recht op bescherming van de woonomgeving van de ander. De platte voorstelling van 'welstandsvrij' is: iedereen doet maar en we zien wel waar het schip strandt. Wekelijks zien we op tv bij de Rijdende Rechter dat buren zich over millimeterwerk jarenlang kunnen opwinden. Zoveel is duidelijk: zonder minimale regels vechten we elkaar het land uit. Ik wil aantonen dat de hele beweging rond 'welstandsvrij' meer een omslachtig, kostbaar, heilig politiek ideaal is dan een herwonnen vrijheid voor bouwer en burger. Ik heb recht van spreken omdat ik een halve eeuw ervaring heb als lid van welstandcommissies van Best, Boxtel, Maarheeze en Valkenswaard. Dat was in de tijd dat zo'n commissie bestond uit onpartijdige deskundigen die B en W van advies dienden. Ik heb deze situatie zien verworden tot een praktijk waarin gemeentelijke diensten – soms uiterst knellende – criteria vaststelden voor bouwplannen, die onwrikbaar werden vastgelegd in raadsbesluiten. Het is daartegen dat burgers en bouwers bezwaar maken. In de gegroeide situatie zou welstand niet meer adviseren aan B en W maar aan de gemeentelijke dienst. Het gekwalificeerd advies komt dan niet meer van deskundigen, maar van zeer betrokken ambtenaren. Naar mijn mening is de gekozen 'oplossing' er een die ingewikkelder, duurder en langzamer zal blijken, terwijl de gewenste kwaliteit om een dergelijk bouwadvies te formuleren op het gemeentehuis vaak niet aanwezig is. Persoonlijk ben ik in Eindhoven gebotst op vormen van ambtelijk hobbyisme, die tot bijna onmogelijke welstandscriteria hebben geleid, in de wijken Amerikaanse buurt, Hanevoet, Ooievaarsnest en Puttense Dreef.

    Bij de ontwikkeling van het KNSM-eiland in Amsterdam – in samenwerking met architect Jo Coenen – discussieerden wij ook over welstandsregels, vastgelegd in raadsbesluiten. Creativiteit kreeg geen kans meer! Wij stelden de Amsterdamse raad toen voor een regeling te treffen die in alle welstandsgevallen zou mogen gelden. Als je wilt afwijken, meldt dat aan B en W. Geef B en W de bevoegdheid om de afwijking wel of niet aan de raad voor te leggen. Reageren B en W niet op tijd, dan gaat het afwijkende plan gewoon door. Dit is een praktische en reële versoepeling voor iedere burger en bouwer en bovendien sinds 1992 in de praktijk getoetst.

    Wat leveren de voorstellen in de gemeentelijke nota op?

    Welstand als adviseur van B en W verdwijnt.

    Welstand wordt adviseur van de ambtelijke dienst.

    Welstandscriteria worden door ambtenaren geformuleerd.

    Worden we daar in Eindhoven vrolijker van? Leidt het tot minder regels en versoepelt de ambtelijke manier van werken het bouwproces? In de nota ontbreekt een echte discussie over de voor- en nadelen van 'welstandsvrij'. Die discussie gaat men uit de weg, omdat het gevolg – verlaging van kwaliteit, vertraging van het bouwproces, verhoging (!) van regeldruk en stijging van kosten – te pijnlijk is.

    We kunnen ook niet zonder regels omdat bij bouwplannen ook altijd het belang van directe buren, buurtgenoten, wijkbewoners en alle stadsbewoners in het geding is. Dat snapt het gemeentebestuur ook en daarom zijn er enkele wonderlijke ontsnappingsregelingen bedacht. Er komen in de stad drie gebieden:

    Welstandsvrije gebieden, waar maximale vrijheid is en waar een klagende burger zich alleen achteraf op een excessenregeling kan beroepen.

    Keuzegebieden waarin een bepaalde mate van welstand overeind blijft op verzoek van belanghebbenden. Deze belanghebbenden bepalen de toetsingscriteria.

    Gebieden van stedelijk belang. Het gemeentebestuur benoemt deze gebieden en formuleert met de belanghebbenden de gebiedscriteria. Het nieuwe omgevingsbeleid gaat uit van een excessenregeling achteraf, aangevuld met gebiedscriteria voor bijzondere gebieden. De excessenregeling is ter bewaking van het absolute minimum. De gemeente wil eerst als mediator en vervolgens als handhaver tussen conflicterende partijen optreden. Over de drie hierboven genoemde gebieden:

    Welstandsvrijgebied: verantwoordelijkheid voor de omgeving heeft alleen zin als je er macht over hebt. De voorgestelde regeling is schijn-democratie. Beroep op de excessenregeling lijkt zinloos als het exces al gebouwd is. Gaan we nieuwbouw slopen?

    Keuzegebied: Als niemand zich meldt zijn dit welstandsvrije gebieden. Ik verwacht dat velen zich melden en dat dit aanleiding geeft tot eindeloze inspraakavonden en ambtelijke nota's.

    Gebied van stedelijk belang: hier wordt een nieuwe bewerkelijke permanente taak voor de ambtelijke dienst geschapen. Moet dit kwalitatief/inhoudelijke werk op het gemeentehuis of door deskundigen gedaan worden?

    Tot slot: We hebben in het nieuwe democratisch gepresenteerde 'welstands-denken' te maken met een bijzonder verschijnsel: de politieke mode. Welstand valt ten prooi aan veronderstelde deregulering. Eindhovenaren krijgen onder het 'minder regels'-banier een hoge rekening gepresenteerd. Niet alleen in letterlijke zin, maar droevig genoeg ook in esthetische zin. De stad wordt niet enkel met een duurdere en omslachtiger regeling opgescheept, maar zal 'och-arme' nog lelijker worden. Eindhoven, gebruik de kennis van je eigen burgers en ontlast het gemeentelijk apparaat. Gemeenteraad, neem geen nota aan die verergert wat je wilt bestrijden: het keurslijf van regelgeving.

    -