De meeste ouders met kinderen op scholen als de Vrije School, Jenaplan en Montessori zijn bereid meer te betalen voor deze vorm van onderwijs. Maar het extra geld blijkt vaak te weinig voor de specifieke leerprogramma's.
Veel van deze scholen hebben het daarom financieel zwaar. Zo'n tachtig procent van de ouders met kinderen op een reguliere basisschool betaalt de vrijwillige bijdrage, meestal rond de dertig euro. De andere twintig procent betaalt niet, of minder.
In het zogeheten algemeen bijzonder onderwijs zoals Montessori, Jenaplan, Dalton, Vrije School of Leonardo is het omgedraaid. Daar liggen gewenste bijdragen vaak veel hoger en betaalt slechts tien tot twintig procent het gewenste bedrag. De rest betaalt (veel) minder.
Een aantal van deze scholen balanceert daarom financieel op het randje. Of ze kunnen niet meer het gewenste onderwijs bieden met speciaal ontwikkelde lesmaterialen, specifieke vakleerkrachten en kleinere klassen.
Ouders die voor bijzonder onderwijs kiezen, zijn meestal bereid (veel) meer te betalen dan de ouderbijdrage van zo'n dertig euro die een reguliere basisschool vraagt.
Maar de 1500 euro die bijvoorbeeld het Leonardo-onderwijs -voor hoogbegaafde kinderen- per leerling minimaal nodig heeft om het beloofde onderwijs te kunnen bieden, wordt maar door weinig ouders overgemaakt. "Daarom is het de vraag hoelang wij nog Leonardo-onderwijs kunnen blijven geven zoals het bedoeld is", zegt Harrie Berkers, directeur van basisschool D'n Heiakker in Deurne met twee Leonardo-klassen.
De particuliere school (basis en voortgezet) Agnus Dei in Valkenswaard (veertig leerlingen) vraagt een bijdrage tussen de 3000 en 6000 euro, afhankelijk van het inkomen van de ouders.
"Een kind bij ons kóst 12.000 euro vanwege het maatwerk dat we leveren", zegt Alex van de Ven, van Agnus Dei. "De overheid betaalt niet mee omdat wij particulier onderwijs zijn. Toch hebben wij ook kinderen van bijstandsmoeders. In die gevallen wordt naar financiële partners gezocht. Maar een financiële vriendenclub van Agnus Dei zouden wij waarderen", geeft Van de Ven aan. Hij wil niet meer kwijt over wie of wat de financiële partners zijn. Hij zegt geen last te hebben van de economische crisis. "We hebben meer aanmeldingen dan we kunnen plaatsen en ouders betalen zonder discussie naar inkomen."
De scholen in de regio die benaderd zijn voor dit artikel, zoals de Vrije School, zeggen weinig van de crisis te merken. In die zin dat de meeste ouders hetzelfde bedrag blijven betalen zoals ze dat altijd al betaalden. Maar het totale bedrag dat binnenkomt via de ouderbijdrage is wel vaak te laag om het gewenste onderwijs te kunnen bieden.
Druk op ouders om te betalen is uit den boze, bezweren de schooldirecteuren. Kinderen van niet-betalende of te weinig betalende ouders, mogen nooit van school worden gestuurd. Rijke en arme scholen kunnen theoretisch dus niet ontstaan.
"Slechts één persoon van onze aannamecommissie weet wat ouders betalen. Verder niemand op school en zo hoort het ook", zegt Ray Kusters, directeur van de Vrije School Brabant in Eindhoven. "Als er niet betaald wordt, zoeken we naar andere financiële oplossingen."
Kusters weet dat veel basisscholen, met name de algemeen bijzondere, in de rode cijfers zitten. Hij weet ook dat het een keer ophoudt met het bedenken van creatieve financiële oplossingen zoals het organiseren van veilingen, zoeken naar sponsors en drukken van kalenders.
"Dan moet er gewoon geld op tafel, veel geld", zegt Kusters. "Wanneer je als ouders iets extra's verlangt voor je kind, dan moet je ook maar extra betalen."
Zijn Vrije School vraagt aan ouders met de hoogste inkomens voor één kind 447 euro, voor twee kinderen 685 en voor drie kinderen 895 euro.
Kusters: "Tien procent van de ouders betaalt de gevraagde bedragen. Vorig jaar hebben we over 250 leerlingen 40.000 euro binnengekregen. Dat is gemiddeld 160 euro per leerling. Daarmee redden we het maar net. Onze werkwijze is ouders veel dingen voor school te laten doen."
‘Waarom moet ik meer betalen dan een ouder met een gehandicapt kind?’ “Als ouders geen 1500 euro per kind gaan betalen, kan ik het voortbestaan van ons Leonardo-onderwijs helaas niet garanderen”, zegt Harrie Berkers van basisschool D’n Heiakker in Deurne met 370 leerlingen onder wie 40 hoogbegaafde leerlingen. Het doet hem pijn. Want Berkers is uitermate enthousiast over dit onderwijs, ‘een uitkomst voor hele slimme kinderen’. Berkers: “Het rijk betaalt 4500 euro voor iedere basisschoolleerling in Nederland. Maar Leonardo-kinderen kosten minimaal 6000 euro. Als wij schaken aanbieden, moeten we wel een goede schaakdocent neerzetten. Een amateur wordt zo weggespeeld.” Berkers benadrukt dat het voor hoogbegaafde kinderen belangrijker is dat ze op school erkend worden in hun hoogbegaafdheid, dan dat ze les krijgen van vakleerkrachten. Jacqueline de Theije uit Heeze heeft het Leonardo-onderwijs in 2009 naar Eindhoven gehaald en de vriendenstichting van Leonardo Eindhoven opgericht. Die stichting moet geld binnenhalen zodat dit specifieke onderwijs mogelijk is voor alle hoogbegaafde kinderen. De Theije: “De vriendenstichting is een goede doelenstichting geworden zodat ouders en sponsoren de helft van hun geld van de belasting terugkrijgen.” Zelf betaalt ze 500 euro voor haar zoon op de Leonardo-school in Eindhoven. “Maar ik vraag me af waarom ik eigenlijk meer moet betalen dan ouders die verstandelijk gehandicapte kinderen hebben, bijvoorbeeld. Een kind dat moeilijk leert krijgt alles gratis van de overheid, en voor mijn kind dat hoogbegaafd en ook extra hulpmiddelen nodig heeft, moet ik extra betalen. Is dat redelijk, vraag ik me wel eens af?”
‘Als ouders niet kunnen helpen, moeten ze maar meer betalen’Jacqueline de Theije is hard op zoek naar sponsors voor de Leonardo-stichting. “Maar dat is moeilijk, want basisscholen zijn voor bedrijven niet interessant. Leerlingen zijn te jong om in te investeren. En je merkt dat het zoeken van sponsors en geld binnenhalen niet iets is waar basisscholen goed in zijn. Dat is logisch, ze zijn totaal niet commercieel ingesteld. Toch moeten ze commerciëler gaan opereren om algemeen bijzonder onderwijs in deze tijd financieel mogelijk te houden.” Enrico Hendriks heeft twee kinderen op de Vrije School in Eindhoven en zit in de Medezeggenschapsraad. “Ik betaal naar inkomen en betaal voor twee kinderen samen 468 euro. Mijn vrouw en ik hebben bewust voor deze vorm van onderwijs gekozen en willen daarvoor ook extra betalen. Maar eerlijk gezegd ervaar ik het als onterecht dat ik meer betaal dan ouders met kinderen op een reguliere school. Eigenlijk zou er helemaal geen ouderbijdrage nodig moeten zijn. Of iedere ouder in Nederland moet gaan betalen naar inkomen.” Hendriks hoort andere ouders niet klagen over de bijdrage. “Maar de winkelwagentjes van ouders worden wel steeds voller: ik wil dit en dit voor mijn kind? Oké, maar wie betaalt dat allemaal? Ik verwacht dat de bijdrage gaat stijgen door de toegenomen kosten van het onderwijs.” Jenaplan-school De Driestam (380 leerlingen) in Eindhoven vraagt ‘nog’ 45 euro aan ouders. “Dat is aan de lage kant”, zegt adjunct-directeur Marc van de Laar. “De vraag is hoelang we dat kunnen volhouden. Aan dit soort onderwijs zijn toch extra kosten verbonden.” Om uit de rode cijfers te blijven zet Jenaplan de ouders heel intensief in. “En als ze geen tijd hebben om te helpen, moeten ze maar meer gaan betalen”, zegt Van de Laar. Via de ouders zijn ook sponsors voor de school gezocht: 500 euro om met bedrijfsreclame in de jaarlijkse, ‘professioneel’ ogende agenda te staan. “Maar het blijft ieder jaar weer een financieel gepuzzel om de begroting rond te krijgen.”
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties
















