Rick Scholte heeft een manier gevonden om te kunnen ontdekken waar geluid vandaan komt. Zo kan geluidsoverlast voortaan beperkt worden.
Hij stond te boek als een talentvolle basketballer, maar Rick Scholte sloeg een andere weg in; die van de wetenschap. Met succes. Vorige maand promoveerde de 29-jarige Zwollenaar op een techniek die de wereld wellicht kan verlossen van de overlast van mobieltjes en scooters.
Zie ook:
In de jaren zeventig kregen cassettedecks en versterkers rijtjes lampjes die meedansten op het volume en de frequentie van muziek. Dat wás toen wat; geluid werd zomaar zichtbaar. Ongeveer zo, maar oneindig veel complexer en nauwkeuriger, werkt de techniek die Rick Scholte heeft ontwikkeld. Het lukte hem om frequentie en kracht van geluid minutieus in beeld te brengen. Dat dat de wereld zal veranderen is overdreven, maar het kan ons leven wel aangenamer maken: „Ik wil een steentje bijdragen aan een stillere maatschappij.”
Hij kon goed leren én goed sporten. Volgde het atheneum op het Carolus Clusius College en werd bij eredivisionist Landstede Basketbal als interessant talent in de gaten gehouden. Maar ja: topsport en een zware opleiding laten zich lastig combineren. Scholte gaf voorrang aan zijn studie elektrotechniek, aan de Universiteit Twente. Zijn afstudeerstage volgde hij bij Philips Applied Technologies in Eindhoven. Daar maakte hij in december 2003 een onvergetelijke indruk. Hij stond wat te meten met apparatuur waarmee hij geluid visualiseerde, toen hem opviel dat er in een zaal beneden hem koortsachtig werd overlegd.
Philips-techneuten bleken te worstelen met een externe cd-brander. Op de
Fillippijnen stonden de productielijnen al klaar, maar het apparaat maakte
te veel lawaai. Het lukte de ingenieurs niet om het geluidsniveau omlaag te
krijgen; was dat niet binnen vier dagen opgelost, dan kon er een streep door
het project. Scholte vroeg of hij het misschien eens mocht proberen. Dat
mocht. Hij plaatste een exemplaar voor zijn meetapparatuur. Die maakte
duidelijk dat vanuit de ‘dug-out’, het gaatje waarin de laser bij het openen
van het klepje wordt geparkeerd, een geluidsgolf door het doosje rolde dat
één kant van het cd’tje indrukte. Daardoor raakte de as uit balans, wat weer
nieuwe geluiden veroorzaakte.
De geluidsgolf moest onderbroken
worden, maar hoe? Eén dag voor de deadline vond Scholte de oplossing. Hij
plakte spaakjes aan de onderkant van het dekseltje, waardoor het geluid uit de
dug-out werd verstrooid en de cd niet meer eenzijdig werd ingedrukt. Philips
haalde opgelucht adem; alleen al in de eerste twee maanden van 2004 zouden
300.000 cd-branders van de Fillippijnse productielijn rollen.
Scholte heeft het systeem waarmee hij de cd-brander onderzocht de afgelopen jaren geperfectioneerd. In zijn werkkamer op het Eindhovense universiteitscomplex demonstreert hij de werking: „Ik heb 32 sensoren op een wagentje gemonteerd, dat door het geluidsveld van een apparaat heen rijdt. Per frequentiegebied wordt zo de geluidsdruk gemeten.” Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het allerminst. „In de wereld zijn een paar mensen op dit gebied actief, maar ik ben er het verst mee. Ik kan tot op de halve millimeter nauwkeurig werken, een factor tien tot honderd meer dan dan de rest.” Scholte weet de geluidsgolven prachtig te visualiseren. Het indrukwekkendst zijn de video’s, waarop we de geluiden zien bewegen als op een tijdopname van een buienradar. „Kijk.” Scholte start een filmpje op zijn laptop. „Een gsm-fabrikant wist niet waar een hoge fluittoon uit een mobieltje vandaan kwam. Toen ben ik gaan meten.”
Zijn apparatuur maakt zichtbaar hoe vanuit één punt in de printplaat geluid door het apparaatje golft, dat op zijn beurt weer andere geluiden oproept. „Een condensatortje was door het elektrische circuit gaan resoneren. Dat componentje werd vervangen en het hele probleem was opgelost.” Zoals Scholte het vertelt is het redelijk begrijpelijk, maar de naar Eindhoven verhuisde Zwollenaar begeeft zich in een hyperabstracte wereld. Een theorieboek van zijn inspirator Earl Williams („Hij heeft de theorieën ontwikkeld, maar slaagde er niet in om het praktisch toepasbaar te maken”) is voor 99,99 procent van de Nederlanders even onbegrijpelijk als hiëroglyfen of spijkerschrift. „Ik ben er inmiddels aardig handig in geworden om het voor een groot publiek inzichtelijk te maken. En ik ben graag maatschappelijk relevant bezig. Ik denk dat ik kan helpen om bijvoorbeeld verkeerslawaai of hinder van mobieltjes te verminderen.” Daar valt een wereld te winnen, want volgens diverse onderzoeken is omgevingslawaai onze grootste ergernis. „En een grote risicofactor. In de Europese Unie sterven elk jaar 50.000 mensen aan hart- en vaatziekten die veroorzaakt zijn door geluidsoverlast.”
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties
















