Idereen is familie van iedereen. Een open deur van jewelste, doch zie het
maar eens te bewijzen. Genetische genealogen zijn er druk mee bezig. En ze
maken vorderingen, zo blijkt uit het recente boek 'Zonen van Adam in
Nederland'.
Zie ook:
Daarin wordt uitgebreid verslag gedaan van de onderzoeksresultaten van het
eerste Project Genetische Genealogie in Nederland (2007-2008). Voor dat
project stonden 410 enthousiaste stamboomonderzoekers een schraapseltje
wangslijm af, nodig om hun DNA te kunnen laten lezen. Het
Y-chromosoom-gebonden DNA-onderzoek beperkte zich tot zestien markers,
aanzienlijk minder dan de 37 die zullen worden bekeken in het Brabantse
genetisch genealogische onderzoek van de Universiteit Leuven.
Wel
voldoende echter om mee te draaien in het wereldwijde 'Genographic Project',
waarmee wetenschappers de gestage verspreiding van de homo sapiens over de
aarde in kaart proberen te brengen.
Volgens de huidige stand van de
wetenschap ligt de bakermat van de moderne mens in Tsjaad, het noorden van
centraal-Afrika. Daar werd Toumai gevonden, met zijn zeven miljoen jaar de
oudste mensachtige voorouder tot nu toe. Hij wordt gezien als een verre
voorouder van de homo erectus en andere al lang uitgestorven soorten
aapmensen, maar ook van de homo sapiens (de moderne mens). In Afrika leefden
homo erectus en homo sapiens tijdenlang naast elkaar. Homo erectus verliet
Afrika het eerst (Out of Africa I), honderdduizenden jaren voordat de homo
sapiens zover was (Out of Africa II). Voor ons is vooral die tweede uittocht
– zestig tot zeventigduizend jaar geleden via Jemen – van belang, omdat
daarmee de kolonisatie van de wereld door de moderne mens een feit werd.
De genetische genealogie heeft aangetoond dat die kolonisatie in verschillende
patronen verliep. Er waren 'haplogroepen' – clusters/stammen – die vanuit
Jemen via de Aziatische kusten helemaal tot in Australië terechtkwamen.
Andere haplogroepen trokken via het Midden-Oosten noordwaarts naar de
Balkan, en van daaruit naar Scandinavië. Of naar centraal-Azië en van
daaruit naar Siberië en Amerika. Ook waren er groepen die via de kusten van
de Middellandse Zee Europa gingen bevolken.
Er worden enkele
tientallen haplogroepen onderscheiden (A tot en met T, met daaronder
subgroepen) die via het Y-chromosoom-gebonden DNA-onderzoek te herleiden
zijn tot gemeenschappelijke stamvaders.
Het 'Project Genetische
Genealogie in Nederland' heeft onder andere aangetoond dat pakweg de helft
van de Nederlanders behoort tot haplogroep R1b, ruim dertig procent tot
haplogroep I en dat de rest uiteenvalt in nog zeven haplogroepen.
De R1b-Nederlanders zijn waarschijnlijk vanuit het Iberisch schiereiland
(Spanje/Portugal) in ons land terechtgekomen, terwijl haplogroep I
Scandinavisch (Noormannen of Friezen?) bloed in de aderen heeft.
Nog een aardigheidje voor Oost-Brabant: daar is een relatieve concentratie
van haplogroep J gevonden. Volgens genetisch genealogen zijn die mensen
waarschijnlijk nazaten van de oude Romeinen, gelegerd in Noviomagus
(Nijmegen) of rond Locus Paludosus (De Peel).
Het boek 'Zonen van
Adam in Nederland', Barjesteh van Waalwijk van Doorn & Co's
Uitgeversmaatschappij, 2008. ISBN: 97890 5613 9407.


















