Een spotprent van cartoonist Albert Hahn over de stroomdraad. 'Weer is een Belg, die over de grens naar Nederland wilde vluchten, in het electrische prikkeldraad blijven hangen en door den stroom gedood', luidde het bijschrift bij de prent. De prent stond in 1915 in De Notenkraker, een zondags bijblad van de sociaal-democratische krant Het Volk.
BERGEIJK - Als je tweeduizend volt door een mensenlichaam jaagt, blijft er niet veel van over. Die les hebben mensen aan de grens met België tijdens de Eerste Wereldoorlog op gruwelijke wijze geleerd. De oorzaak was de een elektrische draad als grensversperring.
In die tijd hadden de mensen nog olielampen en kaarsen. Wat elektriciteit is en vooral hoe dodelijk een flinke schok kan zijn, daar hebben mensen in die jaren geen idee van. Misschien is die onwetendheid wel de reden geweest waarom de 'dodendraad' zoveel slachtoffers maakte. Ook enkele gezinnen in Bergeijk maakten er op dramatische wijze kennis mee.
De Duitsers spannen de draad tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij is tweehonderd kilometer lang en loopt van het Zeeuwse Cadzand tot het drielandenpunt bij Vaals. De dodendraad moet vooral Belgische vluchtelingen, smokkelaars en spionnen tegenhouden. Maar de draad maakte ook slachtoffers onder de grensbewoners, veelal boerengezinnen met kinderen.
De familie Wuijts uit Bergeijk is zo'n gezin. Hun huis staat op slechts dertig meter van de versperring. De vierjarige Petertje Wuijts wordt op 6 september 1916 één van de slachtoffers van de dodendraad. Naar de precieze oorzaak is het gissen, maar het mannetje is waarschijnlijk net als elke vierjarige ontzettend nieuwsgierig. De Duitsers hebben de versperring wel afgeschermd met hekken, maar dat is kennelijk niet erg grondig gebeurd. Op elke vijfhonderd meter hebben de Duitsers een grenspost staan, maar patrouilleren doen ze nauwelijks.
Op die bewuste dag in september moet Petertje even aan de aandacht van zijn ouders zijn ontsnapt. Hij glipt tussen de afschermende hekken en probeert vervolgens onder de stroomdraad door te kruipen naar de andere kant van de grens. Op het moment dat de kleuter de draad aanraakt, schiet de tweeduizend volt door zijn kleine lijf. Wat overblijft is een zwaar verminkt lichaampje.
Vader Wuijts, waarschijnlijk in blinde paniek, wil zijn zoon te hulp schieten. Omstanders weten hem tegen te houden en voorkomen zo dat het drama waarmee het drama voor de familie Wuijts nog groter wordt. Een buurman lukt het vervolgens om het lijkje van de kleuter met een oude fietsband vastgebonden aan een stuk hout naar zich toe te trekken. Het lichaampje ziet helemaal blauw en een armpje is zo verkoold dat het handje er afvalt.
De kleine Wuijts is helaas niet het enige slachtoffer dat te betreuren valt. Zo wordt een jaar later op vijftig meter van de grens weer een schokkende ontdekking gedaan. Duitse grensbewakers vinden aan de Nederlandse kant van de grens het stoffelijk overschot van de zeventienjarige Bergeijkse sigarenmaker Fried Hendriks. De krant meldt dat zijn verkoolde lichaam daar waarschijnlijk achtergelaten is door de kameraden waarmee hij smokkelde. De ouders van de jongen worden op de hoogte gesteld en zijn lichaam wordt naar het lijkenhuis op Bergeijk 't Loo gebracht.
Een maand later is het bij Bergeijk weer raak. Dan doet de draad, hoe naar het ook is, waar de Duitsers hem voor hebben neergezet: drie gevluchte Fransen raken verstrikt en verongelukken door de tweeduizend volt.
En zo zijn er nog veel meer. Naar schatting heeft de elektrische dodendraad in totaal tussen de 1500 en tweeduizend slachtoffers gemaakt.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties























