Karin Reimann-Haan uit Eindhoven tekende vijftig meter poppetjes als een soort dagboek, gedurende acht jaar. Ze wil verder met tekenen, bijvoorbeeld als illustrator. Foto Peter van Casteren
Haar droom? Dat haar vijftig meter lange getekende dagboek ooit op een trein, of desnoods een vliegtuig, wordt afgedrukt. "In een museum kan het niet hangen. Daar zijn geen zalen met muren van vijftig meter."
Karin Reimann-Haan (31) uit Eindhoven begon in 2001 met het tekenen van poppetjes op ruitjespapier, geïnspireerd op alles wat ze op straat, op televisie of in de krant voorbij zag komen. Ze tekende ze met viltstift, met feilloze precisie. Jarenlang bleef ze het volhouden. Alle blaadjes plakte ze steeds aan elkaar. Totdat ze de vijftig meter met 3960 poppetjes had getekend. "Ik had met mezelf afgesproken om bij vijftig meter te stoppen. Ik ken mezelf, anders zou ik doorgaan en zou het een obsessie worden."
Ze wist van jongs af aan al dat ze anders was dan anderen. Ze zag altijd de details en vergat daardoor soms het overzicht. Ze kon daardoor haar studie verpleegkunde niet afmaken. Pas in 2008, nadat ze bij de universiteit van Maastricht had aangeklopt, kreeg haar 'mankement' een etiket: ze had het syndroom van Asperger, een autistische ontwikkelingsstoornis. Ze werkt nu in de thuiszorg. "Ik functioneer heel goed maar in sommige dingen ben ik wat anders. Op straat zie ik soms eerder de stickers op een auto dan de auto zelf. Dat kan wel eens gevaarlijk zijn."
Maar haar handicap wordt niet eens genoemd in het verhaaltje over haar in het boek 'Doe mij maar details' dat de GGzE gisteren presenteerde. De acht geportretteerden worden allemaal begeleid vanuit het Centrum voor Autisme Volwassenen van de Eindhovense instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Het boekje wil bewust niet de beperkingen maar juist de talenten van deze cliënten laten zien. En die zijn soms verbluffend, gezien de illustraties in het boek. Autisme heeft dus ook een andere kant. De precisie, discipline en concentratievermogen blijkt mooie dingen op te leveren.
"Het is harstikke goed dat zo'n boek er nu is", vindt Karin Reimann-Haan. "Vergelijk het maar met een kind. Je moet niet alleen vertellen wat het fout doet, maar het ook een keer zeggen als iets goed gaat. Benadruk ook eens het positieve van mensen. Blinde mensen kunnen je ook de weg wijzen."
Haar kleurrijke rol van vijftig meter laat zien waar ze in acht jaar tijd allemaal mee bezig was. Bush en Saddam Hussein hand in hand, de vliegramp met Turkisch Airlines, Youp van 't Hek, vrouwen in boerka's, een mannetje dat het ED leest, en zo vijftig meter lang, allemaal verschillend. "En iedereen staat gebroederlijk naast elkaar hè? Voor mij zouden alle grenzen tussen landen opgeheven moeten worden. We zijn toch allemaal gelijk?"
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



















