EINDHOVEN - Na tientallen jaren in de geestelijke gezondheidszorg te hebben
gewerkt, vond Geldroppenaar Piet van Ekert het tijd worden voor een nieuwe
start. „Ach, je bent de vijftig gepasseerd en dan doe je soms gekke dingen.”
Zie ook:
Van Ekert, tot voor kort manager bij Neos, in welke functie hij zich inzette voor de nachtelijke opvang van dak- en thuislozen, startte zijn eigen particuliere hulporganisatie CarePower. De Geldroppenaar richt zich op de begeleiding van mensen met een psychiatrische achtergrond en/of dak- en thuislozen. Vanaf vandaag zoekt hij zijn cliënten op met een ‘mobiel servicekantoor’; een Ford Transit-bus die elke donderdagmiddag van half twee tot half drie geparkeerd staat bij inloopcentrum ’t Hemeltje aan de Hemelrijken in Woensel. Hier kunnen mensen terecht met vragen over huisvesting, schulden, begeleiding bij wonen, administratie en aanvragen van een uitkering of een zorgindicatie.
Bij Neos werkte Van Ekert tweeëntwintig jaar lang. Daarvoor was hij psychiatrisch verpleegkundige bij de toenmalige RPI. Zijn rol bij Neos beviel hem uiteindelijk niet meer zo. „Als manager sta je toch wat verder van de doelgroep af. Terwijl bij die mensen uiteindelijk mijn passie en mijn hart ligt.”
CarePower is een kleine zorgorganisatie. „Ik wil mensen begeleiden. Het spreekuur is gratis. Het hele servicegebeuren betaal ik uit eigen zak: ik ben nogal ideëel ingesteld. Maar uiteindelijk is het natuurlijk wel de bedoeling om klanten te werven.
CarePower zoekt de samenwerking met de bestaande instanties. De organisatie wil ‘aanvullend zijn op de reguliere hulpverlening en versnippering daarvan tegengaan’. „Het is zeker niet zo dat ik vind dat de bestaande hulporganisaties tekort schieten. Alleen heb ik een iets andere werkwijze: ik zoek de mensen op.
De bus is geschonken door het team bemoeizorg, waarin gemeente, politie, GGzE, Novadic-Kentron en Lumens Groep samenwerken. „Maanden geleden heb ik mijn idee voorgelegd aan bemoeizorg. En toen werd ik ineens gebeld en kreeg ik die bus. Gewoon, een personenbusje met een tafeltje erin, een telefoon en een laptop. En een koffiezetapparaat natuurlijk.”






















