GASTBLOG: Dat was het dan!
Hallo, ik ben Daan van Lange, 19 jaar en heb een sabbatical van een jaar tussen de middelbare school en studeren.
In dat jaar heb ik 6 maanden keihard in een Parijse nachtclub gewerkt om 3 andere maanden te bekostigen. Ik fiets naar Santiago de Compostella voor het goeie doel (Make-a-Wish). Om daarna nog allerlei Franse bergtoppen te beklimmen.
Zondag 8 juli: afsluiting
Na een geweldig tussenjaar met een heel bijzondere fietstocht die voor altijd zijn sporen na zal laten in mijn karakter, met een zeer leerzame en feestelijke periode werkend in Parijs en met nog zo veel meer, zit het er nu bijna op. De focus ligt inmiddels weer op school, in september begint het collegejaar dat voor mij van start gaat in Tilburg.
Een kamer regelen, verzekeringen, ov-kaart en nog veel meer. Het serieuze leven gaat weer beginnen. Ik mag weer aan de bak, studeren en weer wat met mijn grijze massa doen! Iets waar ik ook veel zin in heb. Fietsen blijf ik ook zeker in Tilburg doen, op mijn racefiets wel te verstaan.
Qua sport heb ik al weer de nodige plannen voor het komende studiejaar. In april staat de marathon van Parijs op de planning en met koninginnedag zou ik graag de ronde van Geldrop fietsen.
Het gaat ook dit jaar hopelijk weer een memorabel jaar worden.
Ik heb met veel plezier de laatste tijd geschreven voor het ED en ik hoop dat jullie het leuk hebben gevonden me te volgen gedurende mijn avonturen.
Woensdag 30 mei: Mont Ventoux? Check!
Dag 2 Bedoin! Op dag 1 was er voorspeld dat ik dag 2 sowieso de kale berg op kon, maar dat ik het wel ’s ochtends moest doen, want ’s ochtends zou het droog zijn en ’s middags zouden de weergoden flink gaan huishouden op de berg. Vroeg de wekker dus gezet om maar op tijd op de fiets te zitten. Ik was al wat argwanend toen ik naar het wolkendek keek dat over de camping dreef, maar dacht bij mezelf: het regent niet!
Dat was echter van korte duur. Ik stond helemaal klaar om te vertrekken, bidonnen gevuld, fiets klaargemaakt, aangekleed, route uitgezocht, ik hoefde alleen mijn fietsschoentjes nog aan te doen. En terwijl ik dat aan het doen was begon het te regenen… Snel de fiets weer droog in de auto gelegd en ben zelf maar in de tent gaan liggen lezen.
Zo’n 3 uur later was ik dat echter behoorlijk zat en ben er met de auto op uitgetrokken, dan kon ik in ieder geval iets zien van de regio. Ik was alleen nog geen 5 minuten onderweg of het dak begon te lekken! Gelukkig lag er een handdoek in de auto en ducktape, maar ook dat was niet afdoende. Goed, na beetje rondgereden te hebben in de omgeving van de Mont Ventoux, ben ik maar weer teruggekeerd naar de camping. En op de terugweg brak de zon door!
Aangekomen bij de tent dus weer hetzelfde ritueel, fiets klaarmaken, omkleden, schoenen aan, maar het bleef deze keer zonnig! Op naar de kale berg dus! Iemand die naast me op de camping stond grapte nog of ik de weg wel wist. "Tuurlijk", reageerde ik.
Zo moeilijk kon het immers niet zijn. Ik op weg naar de klim en volg de bordjes Mont Ventoux, maar ik vond dat ik toch wel een erg westelijke weg had genomen. Ervan overtuigd dat ik was fout gereden vroeg ik een collega-fietser: Is dit de weg naar de Mont Ventoux? Ja, zegt ze. Het is nog 12 kilometer. Dat kan niet kloppen dacht ik bij mezelf en op het moment dat ik de afdaling inzette en het dorpje Malaucène zag liggen, wist ik dat ik fout zat. Ik had per ongeluk de bordjes gevolgd die me naar de Mont Ventoux leidden over Malaucène in plaats van over Bédoin… Toch fout gefietst…
Ach ik ben er nu toch en ik wilde deze klim ook doen, dus we gaan er maar voor! Probleem was echter dat ik me had voorbereid op de klim vanuit Bédoin en dus ongeveer wist hoe die klim in elkaar zat en ik wist niets over de klim vanuit Malaucène.
Het enige wat ik daarover wist was dat er een stuk van 4 kilometer in zat van 10% (en meer) en dat de klim 21 kilometer lang was, maar waar en hoe of wat? Geen idee. Op goed geluk dus maar begonnen en verstandig geweest om in het eerste deel zo zwaar mogelijk omhoog te rijden.
Ik probeerde steeds een zo zwaar mogelijke versnelling te fietsen, zodat ik op die heel zware 4 kilometer nog wat lichter kon schakelen. De fietscomputer was aangezet en het aftellen begonnen nog 20, 18, nog 14. “Ik heb er al eenderde op zitten!” Dacht ik toen.
Ik reed kilometer voor kilometer en tot mijn zeer grote verbazing werd ik niet ingehaald, sterker nog, ik haalde mensen in! Een ietwat bizarre gewaarwording voor mij en ik vroeg me dan ook sterk af of ik niet te hard was begonnen. En toen waren daar die zware 4 kilometer. Ik geloof dat ik 4 kilometer lang op de pedalen gestaan heb, wat was dat zwaar!!! Dat was vechten, jezelf pijn doen, en nog een keer aanzetten. Heerlijk!!!
Dat stuk gehad hebbende was het nog 7 kilometer naar de top, ik had er al tweederde op zitten. En voor mijn gevoel zat ik nog echt niet stuk, opschakelen dus in het lichtere stuk en op naar de top. Ik zal nooit dat gevoel vergeten toen ik het bos eindelijk(!) uit kwam, het moment dat je voor het eerst de vuurtoren ziet (er staat een meteorologisch instituut op de top, dat rood witte strepen heeft en op een vuurtoren lijkt). Dat was ook het moment dat ik wist, ik ga het redden!
Reden om nog een keer op te schakelen en even door te stampen. Zo’n 500 meter voor de top kwam ik nog een wielrenner tegen, afgestapt. Hij had op 500 meter voor de meet op moeten geven, de berg had gewonnen. De berg die ik wel zou overwinnen! Die ik moest overwinnen! Die laatste bocht naar rechts, nog even opschakelen en een sprintje naar de top, geweldig!
En dan ben je opeens boven! Dan sta je er en heb je het gewoon geflikt! Heel erg bijzonder, ik zag mensen emotioneel worden als ze de top bereikten en dat kan ik me goed voorstellen. Het is iets bijzonders om zo’n uitbarsting van natuurwoestheid te overwinnen op niets minder dan een fiets. Dat zal ik nooit vergeten, en ik moet terug, want die tijd van 1 uur en 43 minuten, die moet verbeterd worden!
Foto's van de Mont Ventoux:
Vrijdag 18 mei: Op naar de Pyreneeën
Na 2 korte weken van voorbereiding (toegegeven ik had al wat fietsuren in de benen), zat ik al weer in de auto. Op weg naar het zuiden, op naar de Pyreneeën en in het bijzonder Le Col du Tourmalet en de Aubisque. Twee bekende bulten in wielerland.
Onderweg deed zich al gauw (na 2 meter al) het eerste probleem zich voor: de navigatie deed het niet. Na even TomTom vervloekt te hebben, vond ik een oplossing en ben ik snel weer doorgereden.
Gedurende de reis realiseerde ik me eens te meer, hoeveel ik wel niet gefietst had op weg naar Santiago. Bekende plaatsen volgden zich (ditmaal) in rap tempo op: Turnhout, Malle, Tournai, Paris, etc... Toch een hele prestatie.
Na zo'n 7 uur rijden was ik op mijn slaapplaats gearriveerd en nog zo'n dagje later kwam ik al weer aan in Lourdes. Dag 1 (op de fiets dan) meteen goed van start, op naar de Aubisque! (de makkelijke kant vanuit Argeles-Gazost). Na zo'n 35 kilometer kwam ik boven op de Col du Soulor, waarna het slechts een kleine afdaling en een korte klim naar de top van de Aubisque zou moeten zijn.
Ware het niet dat een grote slagboom mijn weg versperde (en als ik verder keek ook best een boel sneeuw!)! Balen! De Aubisque zat dicht zo ook, bleek later, de tourmalet. Nog meer balen!
De dag erop was ik ziek; buikpijn, koppijn en algemene misère. Na echter een tijd gelezen te hebben in een boek over wilskracht, vond ik hernieuwde energie! (lees: ik heb een keer overgegeven en twee Panadol geslikt). Toen toch weer op de fiets gekropen, want het weer was zalig: zon en 17 graden, met niet te veel wind! Dus nog maar een keer de reeds bekende Soulor gedaan. Erna eten en slapen, dag 3!
Van de andere kant de Aubisque opgereden, voor zover mogelijk was ( dit keer de moeilijke kant vanuit laruns).
Terug op de camping stond ik voor een moeilijke keuze, want het weer gaat drastisch omslaan. Het gaat namelijk regen gedurende (naar verluidt) de komende 9 dagen, ook is onweer in de eerste 4 dagen zeer waarschijnlijk. Ik ben geen bange daler, zeker niet (ook geen sanchez overigens), maar ik neem het risico niet om in de stromende regen af te dalen. Met dit weer ga ik de berg wel op maar niet meer af zeg maar. En dat werkt niet echt..
Dus ik moest kiezen of ik half (hij zit immers dicht) de Tourmalet ga doen of misschien de hele Mont Ventoux. Met het komende weer ging alle twee waarschijnlijk niet lukken.
Ik ben voor alles of niks gegaan en ben vanochtend vertrokken richting de Mont Ventoux. Ik moet namelijk toch sowieso terug naar de Pyreneeën om de Aubisque en Tourmalet wel helemaal te doen, dus kan ik maar net zo goed de Mont Ventoux wel helemaal doen! Door een flinke file kwam ik vandaag echter te laat aan om al een beklimming te doen en heb ik vooralsnog fout gegokt. Hopelijk kan ik morgenochtend droog de berg op en af. We gaan het zien...
De voorspellingen zijn dus niet al te best te noemen, maar was ons ook niet een Elfstedentocht voorspeld en werd afgelopen winter in de voorafgaande zomer niet al als horrorwinter bestempeld? Precies het zijn voorspellingen en we zien wel hoe het gaat lopen. En mocht ik onverhoopt eerder terug moeten keren vanwege slecht weer, dan houd ik nog wat bergen over voor de toekomst! Ik zeg herfstvakantie?!
Donderdag 10 mei: Terug naar Geldrop
Geldrop heeft ook wel wat, het is fijn om er weer thuis te komen. Maar vooral is het gek. Gek om niet elke dag weer op de fiets te hoeven stappen, om niet een herberg te zoeken, niet naast snurkers te slapen in te kleine bedjes, maar om in je eigen bed te gaan liggen, in je eigen kamer. Dat was wel heel erg wennen. Echter voordat ik vertel over mijn komende avontuur, nog even terug naar Santiago.
Want ik was dan inmiddels wel in Santiago, maar hoe kwam ik terug? Ik had namelijk gedacht terug te fietsen en dus niets geregeld of uitgezocht voor een eventuele terugreis die niet op de fiets zou zijn. Ter plekke moest ik dus de terugtocht gaan organiseren, iets dat me veel moeite gekost heeft kan ik je vertellen. Op één dag heeft mijn moeder drie telefoontjes gehad, eerst belde ik met de mededeling dat ik woensdagavond thuis zou komen, omdat de bus pas dinsdag weer ging. (het was toen zaterdag) Een uurtje later belde ik op met de boodschap dat ik een treinkaartje had gekocht voor zondag en vermoedelijk dinsdag thuis zou zijn. Het kaartje zou me tot de Spaanse grens brengen en vanaf daar zou ik maar weer zien hoe ik thuis kwam.
Toen ik dacht mijn terugreis, deels, geregeld te hebben ging ik een biertje drinken met een reisgenoot (dat hadden we wel verdiend). Ik was namelijk bij de pelgrimsmis in de kathedraal Joséma weer tegengekomen, een kerel waar ik 2,5 dag samen gefietst mee had. Na de mis afgesproken om elkaars ’s avonds weer te treffen voor wat eten en een biertje. Nadat ik hem de verhalen over mijn eindeloze terugreis vertelde (ik zou namelijk, i.v.m. slechte aansluitingen, 2,5 dag moeten treinen om thuis te komen), zei hij heel droog: ‘Waarom ga je niet vliegen?’ In de veronderstelling dat dit te duur voor mij was, zei ik dat ik dat niet kon betalen. Toch kijkt hij even op zijn iPhone-app en vindt voor mij een ticket die goedkoper is dan de treinreizen. Een aantal uur na mijn moeder gesproken te hebben belde ik weer op: ‘Ha ma! Guess what! Ik sta morgenavond (zondag) op Schiphol!’
En zo geschiedde, op zondagavond kwam ik aan op Schiphol. Mijn ouders haalden me op en na een fijne hereniging gingen we op weg naar hun bedjes in Amsterdam. Na bijgekletst te hebben met mijn ouders ben ik nog even bij mijn zus geweest, die gaf een feestje i.v.m. Koninginnenacht. Eindelijk een rustige nacht gehad (geen snurkers!), maar de rust die ik ’s nachts eindelijk vond was er totaal niet overdag. Koninginnedag in Amsterdam was een enorme cultuurschok. Na weken van eenzaamheid, alleen mijn fiets en ik, begaf ik mij in een bruisende en broeierige stad met honderdduizenden mensen in feeststemming. Het contrast had voor mij niet groter kunnen zijn. Na de rust die de natuurpracht mij gaf in Spanje, zat ik in de oranjegekte van Koninginnedag. Tijd om te wennen kreeg ik niet.
Nu ligt de focus echter weer op fietsen! Na twee weken thuis gezeten te hebben (twee heerlijke weken overigens!), vertrek ik overmorgen (zaterdag) weer naar de Pyreneeën. Met de auto dit keer! Met de racefiets achterin zet ik koers richting Lourdes, twee bergen liggen daar nog op mij te wachten. Waarna ik nog 3 Alpen op mag! Wat een zalige vakantie, nu al! De Col du Tourmalet, L’Aubisque, Le Mont Ventoux, L’alpe d’Huez en ook de Galibier moeten er aan geloven. Ik lust ze rauw!
Lees volgende week hoe de eerste twee bergen (vier beklimmingen) zijn bevallen!
Donderdag 3 mei: S-A-N-T-I-A-G-O!!!
Na 27 dagen was het dan zover, het doel is bereikt.
Het was een bijzondere laatste dag. Je staat op en weet; vanmiddag lunch ik in Santiago. Een gekke gewaarwording na weken van zwoegen om dichterbij te komen en het gevoel te hebben nog zo ver weg te zijn. Toen begon het echte aftellen, nog 65 kilometer bij de start en dan zie je het op de bordjes naar Santiago steeds afnemen. Nog 50, 40, 33, 20, steeds kom je dichterbij. En steeds begin je op te schakelen, harder te fietsen. Het was als een triomftocht, de Champs-Élysées van mijn Tour de France. En dan is er opeens dat bord. Ik zag het in mijn ooghoek verschijnen rechts voor het viaduct. Wit en roodomrand. SANTIAGO. Een bizar moment om na dagenlang zwoegen, vechten voor de vooruitgang, zo dichtbij te zijn. Om al in de stad van bestemming te zijn, maar alleen nog niet op de plaats van bestemming. Na iemand aangehouden te hebben in een auto om een foto van mij te maken en het bord nog eens geknuffeld te hebben, vertrok ik weer.
Ik sprintte werkelijk het laatste stuk door Santiago, zo snel mogelijk naar het plein, naar de kathedraal. In mijn haast reed ik ook nog eens verkeerd en moest ik noodgedwongen mijn gedachten er weer even bij halen. Nog even focussen. Een paar minuten zoeken en toen had ik mijn weg weer gevonden. Mijn fiets moest ik nog een paar trappen af tillen (ik had toch niet de fietserweg gevonden) en toen was ik er. Een onwerkelijk moment. Na een maandlang op je fiets te hebben gezeten en zoveel te hebben meegemaakt, ben je er. Je bent er. Dat besef, die realisatie, het duurde lang voordat dat echt doordrong. Toen het echter doordrong kwam alles weer boven, alles wat je mee hebt gemaakt met die fiets. Toen liet ik het even helemaal gaan, liet ik me even leeg lopen. Allerlei emoties schoten door me heen en ik heb er dan ook een uur lang alleen maar gezeten, gekeken naar de kathedraal en gehuild. Van vermoeidheid, het besef dat het afgelopen is, positief en negatief, van de prestatie.
Op dat plein besefte ik me ook dat ik mijn doel reeds bereikt had. Mijn doel lag niet in Geldrop, mijn doel was Santiago, dat plein en dat had ik bereikt. Met de daaruit volgende conclusie dat ik niet terug ging fietsen. Het gevoel overheerste dat ik daar op die plek was waar ik moest zijn en dat ik het daar wilde afsluiten, er een punt achterzetten.
Een epische pelgrimstocht is voorbij. Nog steeds ben ik aan het zoeken naar de superlatieven om deze reis te omschrijven en het blijft lastig. Het is geen vakantie geweest, maar een emotionele ontdekkingsreis. Een zoektocht naar mezelf, naar mijn motivatie, naar mijn grenzen op allerlei gebieden. Fysiek en mentaal. Ik heb gevochten met mezelf op de fiets om vooruit te komen, om er weer op te stappen, om mijn doel te bereiken. Een unieke leerervaring en een mijlpaal in mijn leven. Ik heb kanten van mezelf bevestigd zien worden, kanten gezien die ik niet eerder zag. Iets wat ik iedereen op elke leeftijd kan aanraden en wat ik vooral aanraad: doe het alleen! Het was loodzwaar en ik heb elke emotionele toestand meegemaakt op de fiets. Het was een emotionele ontdekkingsreis met mezelf als reispartner, met mezelf als vriend, als vijand. Een ding weet ik in ieder geval zeker, ik ga terug. Te voet.
Lees volgende week mijn blog over hoe ik de toppen van Frankrijk ga bedwingen. Mont Ventoux, Alpe d’Huez, Col d’Aubisque, le Grand Galibier en Col du Tourmalet berg je maar Daan komt er aan!
Donderdag 26 april: Sterven en genieten
Echt genieten is het hier in Spanje! Wat een natuurpracht! En zoveel groen! Nu weer twee bergtoppen gehad, eentje van 1335 meter en een van 1500 meter. Wat heb ik genoten van de natuur, het groen, de bergstroompjes en de rust. Heerlijk om alleen je ademhaling en het ratelen van je fiets te horen. Ook van het afzien heb ik (hier wel) kunnen genieten. Een vrouw verwoordde het perfect. Ze zei: "Wat is er nou leuk aan om 30 kilometer ver, 2,5 uur lang je longen uit je lijf te fietsen, helemaal gesloopt, dood, boven aan te komen om vervolgens een dodemansrit naar beneden te maken en de volgende dag hetzelfde te doen? Wat is daar nou leuk aan?" Ik:"Nou precies dat!" Het klinkt jullie waarschijnlijk gek in de oren dat ik dat leuk vind aan klimmen, maar het is zo. Ik kan je het niet uitleggen en doe dat dus ook niet, maar elke fietser (die klimmen ook leuk vind) zal dit beamen. Het is die berg de baas zijn, meester zijn. Elke meter moeten vechten om vooruit te komen en dat gevecht te winnen. Het is het niet opgeven. Het denken aan afstappen en weten dat je het nooit zal doen. Het is je naar de klote fietsen en het lekker vinden. Dood zijn, kapot zitten en toch nog even op de pedalen gaan staan. Het is sterven en genieten.
Goed, ik heb het dus naar mijn zin hier in de bergen, maar de dag voor ik bij die bergen arriveerde moest ik door een diep, heel diep dal. Toen heb ik niet bepaald genoten. (om het netjes te houden) Ik ben zo diep gegaan die dag, fysiek en mentaal. Ik was helemaal leeg na een dag van 100 kilometer tegen windkracht 4/5 in fietsen zonder beschutting en toen besloot mijn fiets ook nog even kapot te gaan. Ik kon namelijk versnelling 1tot en met 8 niet meer gebruiken en laat ik met wind tegen nou net altijd in 6 en 7 fietsen... Een halve dag in een te hoge versnelling gefietst, dat breekt je. Na aangekomen te zijn in de albergue en mijn tassen naar de kamer te hebben gebracht, heb ik 20 minuten lang op een stoel gezeten, en niks meer, 20 minuten helemaal niks, ik kon helemaal niks meer. Er kwam geen woord meer uit en er zat geen beweging meer in. 20 minuten en erna hetzelfde maar dan in bad (ik had mazzel met de albergue). Ik was dood- en doodop.
Het zijn echter de laatste loodjes, want op moment van schrijven (25 april) ben ik slechts 2 dagen verwijderd van Santiago de Compostela. Onwerkelijk dat ik zo dichtbij ben, 150 kilometer rest nog. Waar is de tijd en zijn de kilometers gebleven?
Twee daagjes nog genieten van de pelgrims. Van de verschillende talen, culturen en verhalen. Dat ga ik zeker missen aan de camino, de samenkomst van totaal verschillende mensen. Maar de camino maakt ze één, want iedereen is pelgrim. Dat is wat de camino zo bijzonder maakt en waarom er Australiërs, Brazilianen, Koreanen, Amerikanen, Russen, en nog zoveel meer nationaliteiten op af komen. Fascinerend hoe één tocht al die mensen samenbrengt. Fantastisch. Iedereen zou het eens moeten doen.
Vrijdag 20 april: Viva Espagna!
Viva Espagna! Hoppa, Wots, Bang, Boem, Spanje! Eindelijk het langverwachte (iets minder dan verwacht) zonnige (nou ja eigenlijk gewoon niet zonnige) zuiden!
St. Jean-Pied-de-Port was een verademing. Na dagenlang geen pelgrims gezien te hebben (of andere mensen echt te hebben gesproken) is het super om er tientallen en tientallen lotgenoten bij te krijgen. Mensen bij wie je je camino-ei kwijt kan. Mensen die in het zelfde volgeregende schuitje zitten! En de grote grap was dat in St. Jean-Pied-de-Port (de grote startplaats voor wandelaars) ik opeens ervaringsdeskundige was geworden, want ik had er al meer dan twee weken trekken opzitten. Zo zit je te vloeken op de fiets in de regen na een valpartij terwijl je baalt van de eenzaamheid en zo ben je een gerespecteerd onderdeel van een hechte groep gevormd door één ding: de camino.
Dat voelt heerlijk. Vanaf nu elke dag met pelgrims in een albergue, met zijn allen eten, voetbal kijken, ervaringen uitwisselen, top! Op die manier belandde ik namelijk in een klein barretje om Chelsea - Barcelona te kijken. Met een Kroaat, 2 Denen en de lokale bevolking. Mooie ontmoetingen, mooie mensen, eentonige wedstrijd; geweldige ervaring!!!
Voordat ik op het echte caminopad kwam had ik echter nog wat zware dagen te doorstaan. Veel regen verpestte mijn ritme en de kilometers die ik elke dag toch maar maakte. Een verschil met eerder in de tocht is alleen dat ik er aan ben gewend en dus wat minder chagrijnig op de fiets zit. Wat keken die fransen op toen er een of andere gek op een fiets in de stromende regen vals zingend door het dorp reed! Ik was namelijk hardop en uit volle borst 'het dondert en het bliksemt' van Guus Meeuwis aan het zingen. Toepasselijk vond ik, met het weer van die dag en dat moment. Ze dachten waarschijnlijk dat ik uit het psychiatrisch ziekenhuis (dat iets ten noorden van het betreffende dorp ligt) ontsnapt was! Ach het hielp mij door die dagen heen te komen!
Het weer zal er voorlopig trouwens nog niet beter op worden, als ik de weersvoorspellingen mag geloven. Dus ik bereid me voor op meer regen dan zonneschijn en dan valt het altijd mee! Hoe lang ik er over denk te gaan doen weet ik niet. Maar met nog zo'n slordige 700 km te gaan, zal ik wel ergens eind volgende week in Santiago aankomen. Vandaag had ik wel last van mijn knieën, maar met een dag rust en goed slapen moet dat geen grote problemen geven.
Een gekke gedachte dat ik er na alweer 19 dagen zo dichtbij ben, dat het nog een weekje is. Fijn en raar tegelijk. Bijzonder dat ik al zover ben, het besef van wat je aan het doen bent komt langzaam binnengedruppeld.
Of ik terug ga fietsen beslis ik in Santiago en daar maak ik ook de keuze om nog verder te gaan naar Cap Finisterre of niet. Eerst maar eens naar Santiago en dan zien we verder. Dat heb ik wel geleerd, om elke dag de dingen op zijn beloop te laten en te zien waar het schip weer strand. Tot nu toe gaat dat prima en daar ga ik nog even mee door. Hoe lang? Dat lees je de volgende keer!
Vrijdag 13 april: Uitkijken naar de landsgrens
Opeens was er toen wind in Tours en die hield maar niet op met waaien. Hij ging maar niet liggen. Drie hele dagen lang! Waar ik ook fietste overal die wind en alsmaar van voren. Die hele tijd zat ie tegen en ik maar ploeteren. Meter voor meter.
Zelden. Nee nooit (!) heb ik zo gevloekt terwijl ik op een fiets zat. Me zelden zo alleen gevoeld. Omdat het pasen was zat namelijk alles dicht en met alles bedoel ik dan ook echt alles. Elke winkel, elke bar, alles... Nergens mensen te zien, alleen mensen op weg in de auto. Frankrijk leek een grote spookstad! Nooit meer ga ik zo blij zijn met een te klein bed. Wat was ik gelukkig! En dan na de douche nog kebab kunnen scoren ook! Nee ik had weinig te klagen en toen begon dag 2 van de wind.
Daar kwam plots ook nog eens regen bij, een hele dag lang regen. Regen. Regen. Gelukkig kwam ik bar de l' Abbye tegen, gerund door 2 top britten! Ik kon er eten en slapen. Nog nooit zo gelukkig geweest met eten dat ik eigenlijk niet lekker vond. En wat hadden ze een zalige douche! Uren kon ik daar onder staan. Heerlijk na een dag lang door en door koud en nat geweest te zijn.
Natuurlijk wist ik wel dat er zware dagen (mentaal, fysiek en weersgewijs) tussen zouden zitten, maar drie dagen lang dit weer in april?
Mijn neus staat daarentegen fel tegen de wind in gericht, want daar ligt mijn doel: Santiago. Dat komt elke dag, elke slag van mijn benen, telkens dichterbij.
Genieten lukte niet in de afgelopen dagen, maar mijn god wat heb ik genoten van de Loire! Schitterend en ook nog eens super weer (zon, zon en zon)! (Nu 4 dagen geleden) Meer dan 100 kilometer zij aan zij, dat water, die natuur, fantastisch!
Over kilometers gesproken, de duizend kilometer grens is reeds gepasseerd! Als je dit leest zit ik inmiddels op de helft van mijn tocht naar Santiago. Het is nog 4 dagen naar Spanje en er na nog een dag of 10 om mijn bestemming te bereiken.
De tijd is omgevlogen, alhoewel ik er lang niet altijd lol in had. Een ding is me namelijk wel duidelijk geworden, ik ben een sportfietser. Lekker tegen een berg op met mijn racefiets en je niet zorgen hoeven te maken waar te slapen of te eten. Iets waar ik hier elke dag wel mee bezig ben. De planner in mij (de mensen die me goed kennen weten het) kan daar niet zo goed tegen. Die onzekerheid elke dag. Het is dus vooralsnog niet fluitend de bergen op, maar werken en ploeteren.
Spanje ligt te wachten met hopelijk beter weer, meer pelgrims en een mooiere omgeving. In ieder geval iets waar ik erg naar uitkijk, die landsgrens en dan de volgende etappe weer!
Vrijdag 6 april
En dan zit je opeens op de fiets. Gaat het gebeuren, moet het gebeuren. Nog nooit ben ik zo`n avontuur aangegaan.
Ik heb er maanden naar toegewerkt en dan zit je op de fiets met een slordige 5500 kilometer voor de boeg. Toen besefte ik eigenlijk pas waar ik aan begonnen was. Eerlijk gezegd vond ik het wel eng. Dat je er al twee dagen op hebt zitten en 80 km op dag drie terwijl er in je achterhoofd door je hoofd gaat dat je er nog steeds 2000 moet. En dat is nog alleen maar de heenweg. Meerdere malen heb ik me dan ook afgevraagd waarom ik dit ook alweer deed, maar natuurlijk nooit gedacht aan afstappen.
Hoe tegenstrijdig ook, maar dat geeft me nu juist wel rust. Dat je weet waar je aan toe bent en waar je naar toe werkt. Het geeft een bepaalde gekke innerlijke rust dat je weet dat je de komende drie maanden (ongeveer dan) lekker de pedalen rond mag laten gaan. De weg die gaat niet weg. En je kan gewoon rustig de trappers laten gaan tot je er bent.
Goed! Vier dagen zitten er inmiddels op en ik heb 533 kilometer reeds gefietst. Parijs is de stad voor mijn eerste rustdag.
Woensdag ben ik aangekomen in mijn tweede thuis. Na een er een half jaar gewoond te hebben heeft die stad een plaats in mijn hart verworven. Het is echt als thuiskomen, na 5 weken zag ik dan ook weer al mijn vrienden. Het was een warm bad waar ik hier in terecht kwam. Na mijn aankomst werd ik echter meteen aan het werk gezet. Ik moest er aan geloven: zumba. Een vriendin van mij uit Parijs had een zumbales geregeld om geld op te halen voor mijn actie en sinds ik in de stad was, werd ik geacht mee te doen. Aangezien zumba vooral gericht is op benen en billen kun je je wel bedenken hoe ik me na 140 km en een uur lang zumba voelde! Daarna nog een leuke avond gehad met vrienden, een hoop bij kunnen kletsen en ook vandaag weer een hoop gelachen. Het voelt goed om weer terug te zijn!
Onderweg heb ik al een paar Santiago-momentjes gehad. Soortgelijke verhalen zoals je die van andere Santiagogangers hoort. Zoals in Mechelen waar de vrouw van het hostel me `s ochtends vroeg nog even achternaliep, want ze had een pakje voor me. Toen ze hoorde dat ik namelijk op pelgrimstocht was had ze een pakketje gemaakt met wat koeken en wat drinken. `We helpen pelgrims graag een beetje extra`.
Zo ook in een leuke Gite in Bussy (dag 3). Ik had die dag 150 km afgelegd en onderweg geen tijd gehad om echt boodschappen te doen. Dan maar een boterham, die had ik nog wel. Ik klopte toch nog ff aan bij de vrouw die de gite runde om een eitje te vragen. Na die vraag gehoord te hebben liep de vrouw haar huis weer in om een paar minuten later met een dienblad vol met eten aan te komen. Eieren, melk, koffie, boter, spinazie, doperwtjes, een baguette, etc.. Een hele maaltijd. Toen ik, overweldigd door de gulheid van deze vrouw, op verschillende manieren bedankte voor de gastvrijhheid zei ze: `Ach als ik op camino ga binnenkort hoop ik ook zo te ontvangen te worden en dus probeer ik de mensen die nu op camino zijn zo goed mogelijk te helpen`.
Dat zijn de leuke dingen die je meemaakt onderweg. Nog velen van dat soort dingen ga ik meemaken. Ik heb er zo veel zin in!
En dan heb ik nog zo veel niet verteld, maar dat komt de volgende keer!