Kleine en grote jongens keken hun ogen uit op de Trix-modeltreinbeurs in Mierlo. foto Jurriaan Balke
MIERLO - Nee, het is geen beurs voor opwinding. Geen Kunst & kitsch-achtige gouden vondsten, geen enorme investeringen. Ook geen mannen met conducteurpetjes, spoorwegfluitjes of een geheven spiegelei. Nee, de liefhebbers die afgelopen zaterdag naar de Trix-treintjesbeurs in Mierlo kwamen, waren bedaarde, bedeesde liefhebbers.
"Zoals het merk zelf", zegt voorzitter Ronald Geskus. "Geen
flauwekul, geen rare franje of opklopperij, gewoon goed spul waar we graag
naar kijken en ja, waar we graag mee spelen."
Terwijl de
grote boze stad verleidelijk lonkte met de Erotiekbeurs, wisten echte mannen
waar dit weekeinde je ware te halen was: in Mierlo, De Brug, alwaar de
grootste verzamelaarvereniging van Nederland, de Trix Express Club, flink
uitpakte.
Treintjes, treintjes en nog een treintjes: en
mensen, mensen en nog een mensen: vele honderden bezoekers. "Treintjes
zijn van alle tijden", constateert Geskus tevreden.
Voor we
naar binnen gaan, eerst wat basis-informatie. Het leven bestaat uit kiezen.
Haring met of zonder ui, Beatles of Stones, Pepsi of Coca. In treintjesland
is dat niet anders, en moet het Trix of Märklin zijn. Märklin is mooi,
majestueus, oppermachtig en peperduur, Trix is het kleine neefje, braaf,
gehoorzaam, niet opgefokt en doet het altijd.
En hoewel –het
is in Mierlo iets waar niet over gesproken wordt-, Märklin Trix heeft
opgekocht, blijft het merk die eigenschappen hooghouden en de liefhebbers
ervoor bestaan. "Een fijne bijkomstigheid: het is een spaarbaar merk.
Er zijn maar een paar modellen, een paar wissels, niet al te veel techniek,
dus je hebt al snel een baan of verzameling compleet. Het hoeft geen
decennia te duren of tonnen te kosten."
"Maar wel een
technisch hoogstandje: de middenrails. Daardoor kunnen twee treintjes in
verschillende richtingen over dezelfde rails rijden, een geniale vondst."
Zeker zo geniaal is G. Bloemendaal, bouwer van een prachtig panorama, waarin
de tomatenplantjes echte tomaatjes dragen. Hij heeft foto's van een écht
stuk spoor bij Arnhem, met die middenrail. Lang zoeken, zegt hij, zo heeft
hij het gevonden.
Lang zoeken was ook het devies van Ate Vos,
die de hele –het staat er met trots- Bayern-collectie bijeen heeft, een rij
wagentjes die voor de leek hetzelfde zijn maar, "Ga maar een op de
knieën", spoort hij aan, in details onovertroffen zijn.
En zo heeft elke tafel wel iets speciaals. Ombouw- en opvoersetjes uit
Duitsland. J. Verhoeven past ter plekke andere wagonnetjes aan voor
Trix-spoor. V. Wiegmans heeft het ultieme accessoire: de draaischijf in
combinatie met een drie-stands-loods. "Omgebouwd, is eigenlijk van
Märklin", fluistert hij samenzweerderig.
En bij de
ingang, de kampioen, de man met antwoord op de vraag waar alle verzamelaars,
volgens Freud zelfs alle mannen mee kampen: wie heeft de grootste. Dat is J.
Zahradnik: zijn lokje trekt schijnbaar moeiteloos een slurf van 29 wagons
over de rails.
Maar dan trekt G. Bloemendaal ons terug naar
zijn panorama, waar de nauwkeuriger observant een naaktstrandje op kan
vinden met –de fotograaf bevestigt het na een blik door zijn zoomlens- een
heel klein meneertje met ook een imposante maat.
Bloemendaal moet
er vreselijk om giechelen, zijn eega minder. Het blijven jongens, hoor je
haar denken.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties

















