Grondleggers van de DDW

Auteur: door Rob Schoonen e-mail: r.schoonen@ed.nl |   donderdag 20 oktober 2011 | 11:20

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Walter van Hulst. foto Yksi

Walter van Hulst. foto Yksi

Miriam van der Lubbe. foto Peer van de Kruis

Miriam van der Lubbe. foto Peer van de Kruis

Eduard Sweep. foto Irene Wouters

Eduard Sweep. foto Irene Wouters

Marcel Sloots. foto Kees Martens

Marcel Sloots. foto Kees Martens

1/4
start playing the slideshow

De Dutch Design Week viert het tienjarig bestaan. De week is in die tien jaar uitgegroeid tot het grootste design-evenement van Nederland, met honderden vormgevers en meer dan 150.000 bezoekers. Tien jaar geleden legden verschillende Eindhovenaren de basis voor de DDW. Vier van die grondleggers vertellen.

WALTER VAN HULST

„In die tijd had je op de Design Academy ‘Jan & Jan’, die de opleiding wilden opstuwen in de vaart der volkeren. De academie moest uitgroeien tot een na­tionaal en zelfs internationaal georiënteerde opleiding, in plaats van een met een regionale focus. Dat is Jan Lucassen en Jan van Duppen gelukt.

Ondertussen had je pas afgestudeerden als Eduard Sweep en Leonne Cuppen, die besloten in Eindhoven te blijven. Na verloop van tijd werd hen duidelijk dat ze dingen in deze regio moesten bundelen. We hebben hier tenslotte meer dan we wel eens denken. Het creatieve en het bedrijfsmatige aan elkaar koppelen, daar hadden zij het toen al over."

Walter van Hulst was en is journalist en woonde in 2001 in hetzelfde huis als Sweep. „Toen en daar is het Vormgevers Overleg Eindhoven (VOE) ontstaan. En ik mocht uiteraard de persberichten schrijven. In 1996 was in Gelderland de Dag van het Ontwerp. Dat vonden wij helemaal geweldig. In Gelderland heeft het maar een keer plaatsgevonden overigens, maar voor ons was het een prima vorm om alles te kunnen bundelen.”

Vergeet niet: Philips Design vestigde zich in de Witte Dame, MU ook en wij kregen een plek bij MU. Bovendien was Dutch design echt naam aan het maken in de wereld. De academie haalde de eindexamententoonstelling naar Eindhoven. Iedereen voelde: hier gebeurt iets. Eduard Sweep en Miriam van der Lubbe hadden toen een mooi plan: we laten Nederlandse ontwerpers zien. En dat gebeurde ook.”

„Bij de gemeente Eindhoven wist men niet goed raad met ons, überhaupt niet met design. Waar hoorde dat thuis: bij cultuur of bij economie? Dat is later wel goed gekomen hoor en nu helemaal.”

„Hoe dan ook konden ze ons niet tegenhouden, omdat het allemaal heel erg bottum-up was. Toenmalig burgemeester Rein Welschen begreep het goed trouwens. Hij onderkende de meerwaarde van design in een technische omgeving als Eindhoven.”

Nu loopt Van Hulst ‘met enige trots’ rond op de Dutch Design Week: „Ja, tuurlijk. Omdat we dit toch maar mooi hebben gedaan met z’n allen. Zo stond het in het statuut van het Vormgevers Overleg: ‘Eindhoven en design op de kaart zetten’. Nou, dat is wel gelukt, dacht ik. Mooi is natuurlijk ook dat de gemeente design nu zo omarmt.”

MIRIAM VAN DER LUBBE

„Het begin van de Dutch Design Week? Ha, dan gaan we het dus hebben over het ‘reling-moment’! Ken je dat niet? O, nou dat was het moment waarop Eduard Sweep en ik naast elkaar over de reling hingen in het Beursgebouw en naar beneden keken. Daar was toen de ‘Wonen en leven in stijl-beurs’ of zoiets aan de gang. Toen hebben we elkaar aangekeken en gezegd: dat kan toch niet de bedoeling zijn? Dat kan en moet anders! En dat is ook gebeurd. Dat was het begin van de Dag van het Ontwerp, de voorloper van de DDW.”

Miriam van der Lubbe, deze jubileumeditie gevraagd om de tentoonstelling ‘Spring’ te maken, kijkt met veel plezier terug op het begin van wat nu dé designweek van Nederland is. „Eigenlijk waren de tentoonstellingen Designers Present het begin. Die werden gehouden in MU en zijn twee, drie keer te zien geweest. Die gaven een actueel beeld van eigentijds design in Nederland. Belangrijke, goede presentaties waren dat.”

„Later hebben we de directie van de Design Academy gevraagd of we dingen sámen konden organiseren. Nou, dat lukte.”

„Wat wij als ideaalbeeld zagen? Nou, dat was toch wel wat in Milaan gebeurde. En dan niet de beurs zelf, maar wat er omheen gebeurde. Dát wilden wij ook wel in Eindhoven. En het is nog gelukt ook – geweldig natuurlijk. Dat vormgevers gewoon kunnen aanhaken en hun nieuwste dingen kunnen laten zien in een prettige, goede sfeer. Mooi.”

„Nee, ik vind de DDW niet té groot gegroeid. Er komen steeds meer locaties bij, dus dat valt niet zo op. Ik vind het ook goed dat er wordt geselecteerd. Je moet uitkijken dat het geen janboel wordt natuurlijk en iedereen zomaar mee kan doen. Dat gaat onherroepelijk ten koste van de kwaliteit en dus ook van de DDW.”

EDUARD SWEEP

Een klein Milaan moest het worden. „Een plek waar je onmiddellijk het gevoel hebt dat je er als vormgever serieus wordt genomen. Waar je de nieuwste trends en ontwikkelingen kunt zien en waar een goede sfeer heerst. Dat hadden we voor ogen.”

Eduard Sweep van Yksi Ontwerp was samen met collega Miriam van der Lubbe de aanjager van het presenteren van design in Eindhoven. „Ja, dat fameuze reling-moment heeft inderdaad plaatsgevonden. Op de woonbeurs kregen wij destijds simpelweg geen aansluiting met de bezoekers. Die kwamen voor de teak-meubels, zal ik maar zeggen. En dus moest er een plek komen waar wij, jonge ontwerpers, ons wél thuis zouden voelen.”

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want een precedent was er niet. In heel Nederland niet. Sweep: „Maar ons beviel de sfeer van Milaan wel heel goed. En dus hebben we ons daaraan gespiegeld.”

Er werden schetsen gemaakt van hoe een dergelijke designmanifestatie er dan uit zou moeten zien. „Samen met Miriam heb ik daar een boekje van gemaakt met allemaal schetsen. Ja, nu je het zegt: dat is de blauwdruk van wat nu de DDW is.”

„Parallel werd er door mensen als Han Leblanc en Simone de Waart heel hard gewerkt binnen het Vormgevers Overleg Eindhoven. En Jan Lucassen van de academie deed voortreffelijk werk als a m b a s s a deur.”

Hard, heel hard is er gewerkt in die beginjaren. „Eindhoven was enkel technologie. Er werd amper nadacht over design. Dat kostte veel kruim.”

Intussen staat de DDW en is ook Sweep zeer tevreden met de ontwikkelingen. Maar het mag wat hem betreft allemaal nog wat beter worden.

„Hier en daar wat meer verdieping en een schaal groter: dat kan best.”


MARCEL SLOOTS

Marcel Sloots maakte de uitnodigingskaarten voor het Vormgevers Overleg Eindhoven (VOE) vanaf 1997 en het boekje van de eerste Week van het Ontwerp in 2001. Zijn ontwerpbureau Volle Kracht is verantwoordelijk voor de huisstijl van de Dutch Design Week. Het was zíjn idee om dit jaar de deelnemers aan de week te fotograferen en van uitsnedes van die portretten nieuwe ‘portretten’ samen te stellen.

„Ik had in het begin niet eens in de gaten dat het een jubileumjaar was, maar het is natuurlijk wel fijn om zo’n feestjaar kracht bij te zetten met dit beeld. Want het gaat tenslotte om de designers.”

„Ik zie die nieuwe ‘portretten’ als personages, karakters. Niet als samengestelde personen. Ofschoon die met elkaar vervlochten designers natuurlijk wel weer heel mooi die Eindhovense mentaliteit weergeven.”

Die uitspraak typeert de man die vanaf het begin de grafische vormgeving verzorgde van het evenement dat nu de Dutch Design Week heet. Sloots is betrokken – in alle opzichten. Dat was al zo toen hij – net afgestudeerd aan de St. Joost in Breda – in zijn woonplaats Eindhoven een bijeenkomst bijwoonde. „In dat zaaltje boven café Centraal op de Markt. Daar zat toen een mannetje of twintig bij elkaar; allemaal vormgevers. En die wilden allemaal wat, want er wás helemaal niets hier. Daar is toen het VOE uit voortgekomen. En íedereen deed iets. Dus toen ze vroegen wie de grafische vormgeving voor zijn rekening wilde nemen, stak ik mijn hand op.” Honderden uitnodigingen voor lezingen en debatten heeft Sloots gemaakt. Pro deo. „Uiteraard. Niemand werd betaald.”

Sloots grinnikt als hij het boekje van de eerste Week van het Ontwerp bekijkt: „Dat was allemaal zó duidelijk. Iedereen kreeg precies één pagina in dat boekje, of je nu een groot bureau had of net begon.”

Het was ook wel hard werken, toen. „Niemand leunde achterover, iedereen pionierde. Mooi!”

Hij mist dat wel een beetje nu. „Laatst hield ik een lezing in Arnhem. Zat er 150 man in die zaal - allemaal enthousiast. Dat was in het begin in Eindhoven ook. Maar dat zie ik nu niet meer zo snel gebeuren.”

Sloots wil maar zeggen dat de energie waarmee je iets doet, buitengewoon belangrijk is. „En dan maakt het niet uit of je nu iets groots doet of dat je het klein houdt. Vertrekpunt moet zijn: er komt iemand naar Eindhoven tijdens de DDW en die ziet minstens twee dagen goed design.”



© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Forumregels


De website van het ED is een platform voor discussie. Lezers wordt de gelegenheid geboden om in forums te reageren op geselecteerde artikelen, commentaren en columns. Scherpe en kritische reacties dragen bij aan het debat. Om de discussie in goede banen te leiden, gelden de volgende spelregels:


1. Elke reactie wordt vooraf door de redactie beoordeeld. De redactie heeft het recht om zonder verdere toelichting bijdragen te weigeren, te bewerken of in te korten.

2. Reacties moeten kort en bondig zijn (maximaal 250 woorden), leesbaar en begrijpelijk zijn en inhoudelijk betrekking hebben op het onderwerp van het betreffende artikel.

3. Voor de discussie gelden elementaire fatsoensnormen. Schuttingtaal en scheldwoorden zijn niet toegestaan.

4. Reacties die beledigend of discriminerend zijn, (oncontroleerbare) beschuldigingen, bedreigingen bevatten of oproepen tot haat of geweld worden niet geplaatst.

5. Reacties mogen geen privégegevens van derden bevatten.

6. Reacties die anoniem zijn of onder een valse naam worden ingestuurd, kunnen worden geweigerd.

7. Reacties mogen geen auteursrechten overtreden en geen commerciële boodschappen bevatten.

8. Het ED staat open voor kritiek – zowel positief als negatief – op de krant en op haar redacteuren. Correcties en aanvullingen op artikelen zijn welkom. Inhoudsloze kritiek wordt niet geplaatst.

9. Het IP-adres vanwaar wordt gereageerd wordt altijd vastgelegd.

10. Reacties, of citaten daaruit, mogen worden gebruikt op alle publicaties van het ED (websites, krant, sociale media, enz.).


De redactie is niet kinderachtig. Laat u dus niet ontmoedigen door de spelregels. Ze zijn uitsluitend bedoeld om een goede discussie te bevorderen. De redactie gaat zorgvuldig te werk. Mocht u desondanks reacties op de website ontdekken die in strijd zijn met de spelregels of anderszins niet door de beugel kunnen, laat ons dat dan weten via e-mail.