Het Klokgebouw op Strijp S is een tikje anders dan tijdens de voorgaande
edities van de DDW. De vier hallen ademen een wat beursachtige sfeer. Dit is
duidelijk de plek waar ontwerpers en vooral ontwerpbureaus potentiële
klanten kunnen ontmoeten.
De indeling van het complex is wat meer gestructureerd dan voorheen; elke
hal heeft zo zijn eigen sfeer en ook de inrichting (door Yksi) levert die
wat meer heldere kijk op. De entree is nu echt een entree met duidelijke
informatiepunten en ook de eetgelegenheid en speelplek voor de kinderen
hebben aan duidelijkheid gewonnen.
Het rauwe, het rafelige is er
wel een beetje af en dat kun je betreuren. Aan de andere kant kent de DDW
genoeg van dergelijke plekken en de designers en ontwerpbureaus in het
Klokgebouw zijn zonder twijfel blij met de wat meer gestoffeerde omgeving.
Indrukwekkend door zijn diversiteit (en kwaliteit) is de stand van Het
Tijdelijk Arnhems Collectief. Dat bestaat uit verschillende afgestudeerden
van ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten te Arnhem. Ze laten een keur aan
producten zien, van schoenen (véél schoeisel) tot en met een stoere, houten
tafel. Even verderop laat KLF zien dat wasknijpers mooi zijn, maar dat je je
shirt of broek best ook wel met een vogeltje kunt ophangen. En leuk is
natuurlijk dat die ook zonder wasgoed prima op hun plaats zijn op die
waslijn.
Een zaal verder laat Van Berlo nog maar eens zien waar het
bedrijf toe in staat is. Maar eigenlijk was dat niet echt nodig, want de
door hen ontworpen BUB-fiets voor Batavus zie je nu overal voorbij schieten;
het is tenslotte de DDW-huurfiets.
En is het toeval of beeld ik mij
het in: de presentatie van de Finnen lijkt een beetje weggedrukt. Jammer,
want onder meer de pakken van Ansi Tunpainen en de borden van Esa Vesmanen
zijn prima voorbeelden van wat eigentijds Finland op designgebied vermag.
Niet baanbrekend, maar wel vol historisch besef en liefde voor het ambacht.





















