De Zjonnies droomden deze week van een overzichtelijk leven. Het leven van een internationaal vrachtwagenchauffeur. In hun DAF Greet draaiden ze bij Asten van de snelweg A67 af. De Zjonnies dagdroomden hardop, bij het naderen van het parkeerterrein vol trucks.
"Op zondag zwaai je de vrouw uit, je trekt je terug in de cabine, voor
een dag of vijf, koelkastje binnen bereik, het stuur in handen, en helemaal
niemand die aan je kop zeurt, ook niet over Boer zoekt Vrouw."
"En dan elke dag zônne lekkere'n dikke gehakbal naar binnen duwen...."
"Gewoon rust aan de kop, en lekker toeren. En vrijdags terug naar de
vrouw."
Als we onze DAF Greet zachtpruttelend tot stilstand laten komen tussen enkele
kolossen op het parkeerterrein, ontmoeten we meteen zo'n benijdenswaardige
man. Chris, 35 jaar, Engelsman, begroet ons met uitbundige lach. Hij daalt
af uit zijn cabine en wijst op onze groene Greet. "Mijn vader had er
vroeger ook zo één in Engeland, in de jaren zeventig, een DAF! Die was
oranje! Ik heb als jongen heel wat uren op de achterbank gezeten. Voor het
eerst in dertig jaar zie ik nu weer een DAF! En dit is mijn eerste stop in
Nederland ooit!"
Chris is op weg naar Bremen. Hij is een van die talloze anonieme chauffeurs
die bijna in kolonne over de A67 langs Eindhoven en Asten schuiven. De
Zjonnies willen hen een gezicht geven. Chris laat ons zijn cabine zien. De
Zjonnies zijn verrast: geen vette happen, sigarettenpeuken of pornografisch
materiaal, maar een opgemaakt bed, een vaktijdschrift over trucks en een
mango. Vers fruit! Chris is er trots op dat hij gezond leeft.
"En van een vrouw heb je geen last, Chris?"
Hij schatert weer.
"Op vrijdag ben ik thuis. En dan... she's ready!"
We gaan poolshoogte nemen in de Truck-Inn, het restaurant waar de chauffeurs
in Asten hun maag vullen, maar waar ze ook kunnen douchen. Abdou van de
bediening verzekert ons dat hun huisgemaakte gehaktbal nog steeds dé hit is
onder truckers. Met een mok koffie en mayo erbij.
"Met koffie?"
Het water loopt De Zjonnies in de mond. Even later staren we naar een kleine
voetbal van vlees op onze borden. Een kwart kilo gehakt.
We praten met Sieb (45), die nasi zit te eten. Sieb is al zijn leven lang een
nomade. "Als ik een paar dagen thuis ben, vraag ik me altijd af: wat
doe ik hier?"
Grote Zjon zit zich een maagzweer te eten aan zijn gehaktbal. Sieb vertelt
dat zijn vak door de komst van al die Oost-Europese chauffeurs er niet
leuker op is geworden. Even later staan we zijn truck te bewonderen. En dan
valt ons oog op een andere chauffeur, die in zijn cabine een krant zit te
lezen.
Het is Richard Darlington. Hij nodigt ons uit in zijn stuurhut. Richard rijdt
voor een Nederlands bedrijf groente en fruit op en neer naar Spanje, het
land waar hij woont. Richard (57) is nog van de oude stempel. Hij noemt
zichzelf 'een dinosauriër, een overblijfsel uit een ander tijdperk'.
"Ik kan niets anders dan dit, ik ben eraan verslaafd", zegt de
Engelsman met zijn ringbaardje. Hij laat een stilte vallen. Sigarettenrook
kringelt om zijn neus. Richard mag niet meer rijden vandaag, zijn schijf is
vol. Hij giet Portugese wijn uit karton in plastic bekertjes. We staren met
hem mee over het parkeerterrein. Het miezert. De Zjonnies luisteren naar
Richard. "Vroeger maakte je vrienden in dit vak. Maar toen gingen de
grenzen open en verdween de douane. Dat was goed voor onze bazen, maar het
was slecht voor ons sociale leven. Samen uren wachten bij de douane, we
hadden lol. Maar al die vrienden zijn verdwenen en jongeren hebben er geen
zin meer in."
Richard geeft niet alleen de schuld aan de Polen, Russen, Roemenen en
Bulgaren op de weg. Hij blaast nog eens rook tegen de voorruit, zijn venster
op de wereld. "Veel internationale chauffeurs hebben problemen thuis.
Je raakt zo gewend aan deze leefstijl, het is als met drugs, je kunt niet
meer zonder. Veel mannen zijn gescheiden, ik ook ja."
"Is het een eenzaam leven?"
"Soms wel ja."
De Zjonnies zien hun romantisch ideaal verder afbrokkelen. We gaan nog even
terug naar het restaurant, op zoek naar houvast. In de Truck-Inn zien we nu
overal mannen alleen aan aparte tafeltjes zitten. Zwijgend eten ze hun
borden leeg. Een hangsnor zet bovenhands zijn vork in zo'n enorme gehaktbal.
Hij heeft er een groot bord friet naast staan, en een fles bier. De man zit
rug aan rug met een andere trucker. Sommige mannen kijken zwijgend naar een
televisie, anderen staren met een holle blik in het niets. Ze eten bijna
zonder te kauwen.
'Imagine that you're there, with me', zingt Chrissie Hynde van The Pretenders
uit de geluidsboxen.
"Deze mannen zijn eraan gewend geraakt om niks meer te zeggen, Zjon. Wat
moeten ze zeggen als ze thuiskomen? Die vrouwen willen praten, maar waarover
willen deze mannen het nog hebben?"
We zien Richard naar de douches sjokken en aanschouwen nog eens het
eilandenrijk van verstilde knoesten om ons heen.
"Kom Zjon, we gaan."
Niemand groet ons als we het truckersrestaurant verlaten. We horen de klanken
van een nieuw nummer wegsterven, 'Crying' van Roy Orbison.
'That I've been crying over you, crying over you'.
"Ik wil zo graag naar huis Zjon."
We bellen allebei onze vrouw. Om te zeggen dat we snel naar huis komen.
>> Lees en bekijk alles over De Zjonnies
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties














