De volkstuin als integratiemiddel, kan dat? De Zjonnies vragen het zich af als ze door Cees Arntz worden rondgeleid op volkstuinencomplex De Donselaar. We zien vooral aangeharkte tuintjes waar het nieuwe leven links en rechts aan het ontkiemen is. Dan houdt Cees zijn pas in bij een lapje grond van pakweg vijftien bij vijftien meter. Een woestenij vol onkruid, met wat verpieterde maďs van vorig jaar. "En dit is van een Marokkaan", wijst Cees.
Zie ook:
Een verwaarloosd volkstuintje als voorbeeld van het multiculturele drama? De vriendelijke Cees, 72 jaar, is er de man niet naar om aan een volkstuintje grote bespiegelingen te wagen. Niet iedereen hoeft op zíjn manier te tuinieren. Bij Cees liggen de bedjes er zeer netjes opgemaakt bij. De radijsjes en bonenplantjes zijn met militaire precisie door hem in het gelid geplaatst. De Zjonnies, geboren sloddervossen, krijgen er bijna jeuk van. Maar zó hoort het, vindt Cees, met een loodlijntje geplant. "Maar och, iedereen tuint op zijn eigen manier."
Cees was eenzaam aan het werk toen De Zjonnies hondsbrutaal hun oude Greet pal voor de ingang van het volkstuinencomplex hadden geparkeerd. Cees is in deze tijd elke dag uren op zijn lapje grond te vinden. Hij tuint al 35 jaar bij De Donselaar, hij behoorde tot de mannen van het eerste uur. Hij zag hoe de belangstelling voor de volkstuinen terugliep, maar óók hoe de laatste jaren overal weer een wachtlijst ontstond. Ook bij De Donselaar. Zelf telen is hip geworden.
Vooral vrouwen zijn er bijgekomen. Cees heeft daar een duidelijke mening over. "Ze mogen het van mij. Mijn vrouw komt hier nooit. Als zij zich ermee gaat bemoeien, stop ik er gauw mee." Cees laat De Zjonnies zien hoe een vrouw hier biologisch-dynamisch tuiniert. We aanschouwen de wildgroei. "Ze steekt nog geen schop in de grond, omdat ze dan misschien een pier doormidden steekt. Ze wil de natuur zijn gang laten gaan."
Cees vindt dat het bestuur eigenlijk strenger zou moeten optreden tegen leden die er maar een zootje van maken. Zoals tegen de Marokkanen. Een paar jaar terug stond het nog mooi in de krant: de volkstuinen waren multiculturele smeltkroezen geworden. De Donselaar kreeg ook integratiesubsidie: van die 35.000 euro is een nieuw hek geplaatst en is een waterleiding aangelegd.
Meer allochtone leden heeft het niet opgeleverd. "Helemaal niks", draagt zo'n subsidie bij aan de integratie, durft Jan Moorkamp (56) in zijn tuintje wel te stellen. Jan wijst op een naburig 'Marokkaans' tuintje. "Hij daar zet gewoon twee jaar achter elkaar aardappels op dezelfde plek. Dat is bij wet verboden, hč? Als je er iets van zegt, halen ze hun schouders op. Eigenlijk moet het bestuur ingrijpen. Want zo kan iedereen hier aardappelziekte krijgen."
Ja, Jan weet wel waarom de mensen in deze wijk zo mopperen. Hij is helemaal geen PVV-stemmer, zoals zo veel stadgenoten, maar 'emotioneel' kan hij het goed begrijpen. "Het gaat eigenlijk niet om die allochtonen, het gaat erom dat overheden en instanties mensen de kans geven om misbruik te maken. En daar ergeren de mensen zich aan. Die subsidiekraan blijft maar open staan. Ja, wij hebben er hier ook van geprofiteerd, maar niemand durft er eigenlijk iets van te zeggen."
Jan gaat verder. "Die grote potten geld, daar wil iedereen van snoepen. Ik weet dat organisaties subsidie krijgen als ze maar genoeg allochtonen binnen hebben. Ik heb zelf meegemaakt dat ik bij een club als allochtoon werd meegeteld, als geboren Limburger!", vertelt Jan. "Nee jongens, ik zie dat allemaal niet meer goed komen. Steeds meer ambtenaren zijn allochtoon, en de Nederlanders moeten achteraan schuiven."
Jan, gezegend met een koninklijke buik, was vroeger kok, maar is afgekeurd vanwege zijn hart. Nu gaat hij vaak naar zijn tuintje, 'als een verzetje'. "Laatst hadden we hier op het complex onze gezamenlijke onderhoudsdag. Dan zie je geen enkele allochtoon."
Ook Mehmet Bal was er niet bij. Maar dat kwam omdat hij in Turkije zijn schoonmoeder moest begraven. Over Mehmet wil niemand een kwaad woord horen. Als de kleine Turk (52) zich meldt op het complex, troont hij De Zjonnies onmiddellijk mee naar zijn keurig opgemaakte bedjes. "Je moet je aanpassen", vindt Mehmet die wel zijn eigenheid behoudt. Hij wijst op zijn vele soorten pepers en paprika's, en zijn mispelbomen. "Die planten Nederlanders niet."
Dan vertelt Mehmet trots dat hij Hans daarginds, Hans Jansen, knoflook heeft leren telen. De Zjonnies: "Integratie!"
Hans, een lange man met een vorstelijke grijze snor, bevestigt het verhaal. Hij toont De Zjonnies in zijn kleine kas de knoflook, naast zijn raapsteeltjes. Hans blijkt tot onze verrassing een geboren Duitser. Dat hadden we niet verwacht van de man die in onvervalst Helmonds praat over 'onkrôit'. Hans teelt weer groente sinds hij dikkedarmkanker overwon. Hij wordt er gelukkig van. "Worteltjes óit aige toin kunde ge roiken. Gruunte ôit de winkel roikt nerreges naor", zegt Hans, toonbeeld van integratie.
Jan wil nog even iets kwijt. Misschien leren mannen zoals hij ook wel iets van die Marokkaanse tuinen. "Dat we ons niet altijd zo druk zouden moeten maken."
>> Lees en bekijk alles over De Zjonnies
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



















