De verdwijning van poes Toos van De Zjonnies bracht het ED-duo bij een Nuenense paragnoste, gespecialiseerd in dieren. Maar ze is ook van aardse zaken.
Zie ook:
Lees en huiver. Hier volgt het verhaal over twee mannen die op een doordeweekse avond in Nuenen een blauwtje lopen, met een desillusie op straat belanden, in de regen, een serieus gesprek krijgen over lotsbestemming en zingeving en dan een triest sms’ je krijgen.
Dat verhaal begint met een poes.
Toos heet ze. Ze woonde bij een Zjonnie. Ze is nog jong, maar al een week is ze weg. De Zjonnies willen weten waar ze is. We horen dat in Nuenen een dierenparagnoste woont, een helderziende. ‘ Kom maar langs, neem een foto mee’, zegt Miriam Beyens.
Onderweg gaat het al mis. Ons DAFje Greet sputtert zo tegen dat we haar eenzaam langs de weg moeten achterlaten. We stappen over in de auto van cameraman Ruud. Een voorbode van naderend onheil? Ergens in Nuenen zwaait een voordeur open. Daar staat een vrouw met ravenzwart haar. Maar verder doet ze in niets denken aan een moderne heks. Miriam ( 41) is net terug van haar werk, ze begeleidt mensen die al jong dementeren.
Daarnaast heeft ze een praktijk voor natuurgeneeskunde voor dieren en geeft ze cursussen aura lezen. Ze vat dat samen als ‘communiceren met je gevoel’.
„Wat hebben jullie in de koffie?”
„Dat hoef jij toch niet te vragen?”
Een flauwe binnenkomer van De Zjonnies. Miriam kan het wel hebben. Ze is in een vrolijke bui, want vanavond heeft ze nog iets leuks op het programma staan. Miriam is niet zo’n ‘zweeftype’. Ze vindt het dan ook best om via De Zjonnies haar publicitaire comingout te hebben.
„Ik ben nuchter, ik ben niet zo’n vrouwtje met een glazen bol. Ik heb toevallig een gave. Ik heb er de gebruiksaanwijzing van het leven bij gekregen. Van kindsaf voelde ik dingen die andere mensen niet voelden. Valse honden werden bij mij rustig. Toen mijn opa was overleden stond hij nog in mijn kamer en kon ik met hem praten. Helder voelen en weten, daar gaat het om. Ooit eindigden mensen zoals ik op de brandstapel.”
Ineens wijst Miriam naar de kleinste Zjonnie. „Was er iets met jouw auto? Iets dat tegenviel? Ik krijg iets binnen over een auto.”
„Uuh... Ja! De schade aan mijn auto is net gerepareerd en de rekening viel tegen ja.” Door de spanning vergeet Zjonnie dat ze natuurlijk op onze zieke Greet doelde! Miriam kijkt opnieuw naar kleine Zjon.
„Ik vind jou het type... alles op orde, netjes... Een boekhouder.”
Ze vertelt verder. Dat ze ook met dierenartsen samenwerkt. En over wonderlijke genezingen. „Er gebeuren soms wondertjes. Een teckel was een halfjaar verlamd. Ik voelde dat mijn hand heel warm werd als ik op een bepaalde plek kwam.
Ik schrok daar van. Later belde de eigenaresse op. Er zat weer leven in de achterpoten van haar hondje. Ik ben die verder gaan behandelen. Na zes weken kon het hondje weer lopen.”
Bij mensen met hernia en reuma heeft ze de klachten kunnen verminderen, vertelt ze. Dan ineens, tot grote Zjon: „Last gehad van je onderrug?”
„Ja!”
„Je hebt een zwakke plek daar.”
„Ik ben laatst van de trap gevallen.”
Miriam kijkt grote Zjon met priemende ogen aan. „Ik zit nu bij jou binnen. Lekker hè?”
„Haha.”
„ Je bent een beetje de clown. Wij zouden samen een goed feestje kunnen vieren, totdat je aan jouw gevoel komt. Je bent iemand van het weglachen.”
Voordat we helemaal op de pijnbank komen liggen, leggen we de foto van onze Toos maar op tafel, een luierende poes op een bank.
Miriam blijft met haar handpalm over de foto wrijven. „Wat een verdriet hè, om de poes”, zegt ze. Ze stelt vragen en zegt dat er steeds een flat terugkeert in haar hoofd, een flat in Woensel. Dat is aan de andere kant van de stad dan vanwaar ze is vertrokken! Miriam denkt dat ze opgesloten zit. „Maar zet vanavond voor de zekerheid maar een bakje eten buiten.”
„Toos leeft dus nog wel?”
Miriam knikt aarzelend. „Ik denk het wel. Maar de foto is eigenlijk te slecht.”
We hebben toch iets van hoop. Miriam kijkt op de klok. O jee, het is al half acht! Dadelijk staan er acht vrouwen op de stoep voor een ‘Ladiesnight’! We vragen wat dat is.
Ze lacht ondeugend. Miriam blijkt ook niet vies van meer aardse zaken. „Een tupperwareparty met batterijen!”
Een demonstratie van seksspeeltjes dus. Ze wil dat De Zjonnies erbij blijven. „Met allemaal vrijgevochten vrouwen. Dan hebben jullie echt een mooi verhaal!”
De instructrice vindt het goed.
Mooie vrouwen druppelen binnen. De Zjonnies wanen zich in een droom. Maar dan zegt er één onze aanwezigheid toch niet zo op prijs te stellen.
We druipen af. Ontgoocheld staan we buiten. Cameraman Ruud was al vertrokken. We missen Greetje.
Het miezert. Schuilend onder een afdakje praten we over Miriams gave, een vrouw die over lotsbestemming had gesproken.
„Je moet erin geloven, Zjon. Het is een vorm van zingeving.”
„ Maar ze zei rake dingen. Ze zat echt bij mij binnen.”
Piep-piep. We krijgen een sms’je van het thuisfront. Toos is gevonden. Dood, langs de weg, aan de andere kant van de stad. InWoensel! De chip onder haar huid laat over haar identiteit geen twijfel bestaan. Zwijgend wachten De Zjonnies op een taxi.
>> Lees en bekijk alles over De Zjonnies
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties














