'Huis in Gastel brandt af door hennep', lazen De Zjonnies deze week in de krant. Ze stapten in hun oude groene DAF Greet en reden naar het kleine dorp bij Budel. Wat is dat toch met Gastel?
Zie ook:
De Zjonnies hebben nog niet het flauwste benul dat deze middag gaat eindigen in een wilde, illegale straatrace met DAFjes, als we het schijnbaar zo vredige Gastel binnenrijden. We hadden een berichtje in de krant gelezen: een huis is hier afgebrand door een hennepkwekerij op zolder. De huurders waren een man van 71 jaar en zijn 67- jarige vrouw.
„Ze zeggen vaak: de jeugd van tegenwoordig. Ge kunt beter zeggen: die aauw van tegenwoordig!”, zegt Kelly Derks ( 20), beter bekend als Kelly van de melkboer, naar het beroep van haar vader. De Zjonnies zijn met hun DAFje Greet bij haar gestopt, langs de weg. Ze komen er snel achter dat in het kleine Gastel, met amper zevenhonderd zielen, iedereen een bijnaam heeft.
Kelly van de melkboer staat net te buurten met Jo van Jan van Mientjes. Het gesprek gaat natuurlijk over de brand en dat er blijkbaar dus wéér hennep is gevonden in hun dorpje onder de rook van Budel. „Ge kunt nu een kaart kopen bij de VVV met een wietroute door Gastel!” grapt Jo van Jan van Mientjes.
De 70-jarige man begint te vertellen dat vroeger in deze grensstreek goed geld werd verdiend door boter of vee te smokkelen. „De smokkelkoningin smokkelde wel twaalf huizen bij elkaar.” De Zjonnies zien meteen de link met de illegale productie van wiet én xtc – zo’n pillenfabriekje werd hier een half jaar geleden óók al aangetroffen.
Jo beweert dat hij altijd braaf zijn geld heeft verdiend met glas- en schilderwerk. „Ik heb het dus altijd verkeerd gedaan. Wat ze met die wiet in een paar jaar verdienen; man, daar heb ik mijn hele leven over gedaan.” Vrouw Jacqueline wuift het weg. „Bij ons boven staat het helemaal vol! We hebben net weer gestekt!”
Grapje! Ze wijzen ons de weg naar het afgebrande pand. In het dorpshart is geen winkel meer te vinden. De Zjonnies concluderen dat in Gastel gemakkelijker een kilo wiet dan een pak melk te krijgen is. Rond het afgebrande huis aan de Kluisweg staan hekken met zwarte doeken. Het dak is volledig verwoest. Bijna-buurman Harrie van Tôntjes komt voorbij lopen met een kruiwagen vol gemaaid gras. Maar De Zjonnies zijn wantrouwig geworden en controleren zijn kruiwagen. Is het wel gras?
„Goede mest voor de plantjes!”, roept Martien Beliën, D’n Billie, die met zijn scooter uit nieuwsgierigheid is gestopt.
De Zjonnies horen hoe het dorp op paaszondag in rep en roer raakte door de sirenes van vier brandweerwagens en een ambulance. Alleen de 87-jarige buurman annex caféhouder Dries van Poukes sliep gewoon door. Maar ook de mensen in het brandende huis moesten gewekt worden door voorbijgangers. Die mensen, een ouder stel, huurden het huis. Het waren ‘vreemden’, zeggen ze in Gastel. Er was in hun huis geknoeid met stroomdraden.
Terwijl we de verhalen aanhoren, stopt een oude man in een scootmobiel voor het afgebrande huis. Het is Peer Ollie, zo genoemd omdat zijn allang overleden vader in de petroleum zat. Hoogbejaarde Peer Ollie haalt zijn schouders op.
„Ik denk dat die mensen gère een paar centen verdienden. Ach, vroeger was het de smokkel.”
„Heb jij dat ook gedaan, Peer?”
„Daar waren wij veuls te bang veur.”
We rijden de Kluisweg verder af.
Waar het asfalt ophoudt, woont en boert Toon Vlassak, eigenaar van het afgebrande huis. Hij loopt ons op zijn erf al tegemoet. Wat moet dat DAFke hier? Toon van Driek van Tôntjes is zijn officiële bijnaam in Gastel. Als Toon praat, in plat Gastels, met heel hoog stemmetje, lijkt hij bijna te huilen. Het vergt uiterste concentratie van De Zjonnies hem te volgen. Toon maakt duidelijk dat hij niets op heeft met het volk in het dorp dat ‘hoog-Hollands’ praat. Ach ja, die brand?! Toon weet nog niet of de verzekering gaat betalen. In augustus liep het contract met de huurders af. In de toekomst zou Toon er een keer zelf gaan wonen; dochter Betsy zou op de boerderij verder boeren. Maar zondag gebeurde waar Toon van Driek van Tôntjes altijd bang voor is geweest. Hennep.
Hij wijst over de velden. Ginds ligt grond van ‘PietWiet’, de boer bij wie vorig jaar hennepplanten tussen de asperges werden gevonden.
Toon: „Ik was zondag zoals altijd al om kwart over vijf op. Vanaf hier zag ik de rook. Ik reed er meteen heen.” De bejaarde huurder stond in pyjama al bij de politie te stotteren.
„Hij zei p- p- p- plantage. Ik wist genoeg. In november ben ik nog boven door het huis gelopen. Niks gezien! Die mensen zaten op zwart zaad, al hebben ze mij altijd keurig betaald”, vertelt Toon. „Nee, criminelen zijn het niet.”
We nemen afscheid van Toon en dolen nog wat door Gastel. Ineens doemen ze op: oude DAFjes, een lange rij, allemaal broertjes en zusjes van onze Greet. Tonnie van Peer van Toon van Kûpkes komt met handen vol smeer te voorschijn.
Tonnie runt hier een autobedrijfje, gespecialiseerd in oude DAFjes!
Tonnie stond zondag ook bij de brand. Hij onthult hoe Gastel stond te rijmen bij de brand: wiet, wiet, maar deze keer is het niet bij Piet!
>> Lees en bekijk alles over De Zjonnies
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties














