Geen Efteling of Brandevoort neigingen. Architect Peer van Ling koos voor de kinderboerderij in het Eindhovense Philips van Lenneppark voor eigentijdse materialen met de daarbij horende efficiënte, eigentijdse oplossingen. Chris Manders nam er een kijkje.
Eigentijdse materialen, inclusief raam- en deurluiken, bekleed met geprepatineerde zinken platen. foto Irene Wouters
De zwartgeteerde bijgebouwen, zoals de werkplaats, kippenren en quarantaineruimte hebben een meer overtuigende boerderijsfeer. foto Irene Wouters
Raaminkepingen verwijzen naar de inhammen van de strooien dakbedekking op de oorspronkelijke langgevelboerderijen. foto Irene Wouters
Vooral stadskinderen schijnen zich niet voor te kunnen stellen dat de melk die ze drinken van de koe komt. Gebrek aan kennis, symptomatisch voor de kloof tussen natuur en verstedelijking. Daarom hebben natuurliefhebbers, pedagogen en bestuurders ooit de kinderboerderij bedacht.
Kinderboerderij
De Dikke Van Dalen beschrijft hem als een boerderij waar kinderen spelenderwijs vertrouwd gemaakt kunnen worden met bepaalde dieren. Dat zijn vooral koeien, varkens, schapen, geiten en kippen. Dieren die door allerlei enge ziektes en te veel antibiotica tegenwoordig de volksgezondheid bedreigen.
Het moderne boerenbedrijf is een high tech bedrijf geworden. Met boerenhuizen die zich in hun vormgeving in niets onderscheiden van de gewone burgerhuizen en met bedrijfsgebouwen waar je de romantiek ook niet hoeft te zoeken. Ter compensatie bouwen burgers en buitenlui boerderettes om in te wonen, wegdromend over het pure leven van vroeger dat nooit meer terug zal komen.
Philips van Lenneppark
In het Philips van Lenneppark aan de Oude Vensedijk in Eindhoven is een nieuwe kinderboerdeij gebouwd. In opdracht van de gemeente. Ontwerper Peer van Ling van Ter Haar Van Ling Architecten uit Eindhoven heeft zich laten inspireren door de Brabantse langgevelboerderij. Een type boerderij waarvan woonhuis, schuur ('deel') en stal in een rechte lijn onder één (strooien) dak liggen. In onze regio zijn er nog genoeg te vinden. Allemaal omgetoverd tot ruime, comfortabele woningen. Als er niet te veel aanslagen op de landelijke omgeving zijn gepleegd is nog goed te zien hoe organisch langgevelboerderijen in het landschap passen. Dat kan van al die vreugdeloze nieuwe bedrijfsbebouwing niet gezegd worden.
Langgevelboerderij
Peer van Ling heeft de langgevelgedachte eigenzinnig vrij vertaald. Elke Efteling of Brandevoort neiging is vermeden. Integendeel, hij heeft gekozen, misschien onder invloed van een beperkt budget, voor eigentijdse materialen met de daarbij horende efficiënte, eigentijdse oplossingen. Geen baksteen of beton, maar een houten 'binnengebouw' dat volledig, inclusief raam- en deurluiken, is bekleed met geprepatineerde zinken platen. Uitgevoerd in een grote stenen patroon in drie kleuren, die volgens Van Ling de basiskleuren waren voor de eerste kleurentelevisie (Philips van Lennep!). Ze zouden 'hufterproof' moeten zijn, maar aan een zijde van het gebouw is er al een deel van gesloopt en meegenomen. Het dak, met zijn opvallende 'scheeftrekkende' lijnbeweging en asymmetrische overstekken werd bekleed met kunststof leien. Op sommige plekken zijn de overstekken zo ruim bemeten, onder andere. om te dienen als regenbeschutting, dat ze gaan lijken op een te grote muts of hoed.
Tegelijkertijd gunnen ze een blik op de interessante dakconstructies. Raaminkepingen op het dak verwijzen naar de inhammen van de strooien dakbedekking op de oorspronkelijke langgevelboerderijen.
Stalruimte
In het gebouw wordt de aandacht vooral getrokken door de stalruimte. Daar bieden de houten gebinten en bekledingen van nok en wanden een monumentale ruimte. Hoewel ze de oorspronkelijke sacraliteit enigszins verstoren zorgen metalen stalhekken daarbij voor een prikkelend contrast.
Het educatieve deel van de kinderboerderij, met onder andere dienstruimtes, laat houten spanten zien met daartussen wanden die bekleed zijn met een stevig soort wit behang. Dat geeft iets te veel van sportief en toch gekleed. Het is een oplossing die niet echt past bij het stoere karakter van een boerderij. Wat dat betreft schreeuwt het gebouw helemaal om mosbegroeiing op het dak en om strontsporen op de grond en tegen wanden en muren. Gelukkig hoeft dat niet gepland of ontworpen te worden. Die komen vanzelf. De zwartgeteerde bijgebouwen, zoals de werkplaats, kippenren en quarantaineruimte hebben wat dat betreft een meer overtuigende boerderijsfeer.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties















